Zimmer frei

Het was een vredige nacht. Het landschap
vervaagde in het maagdelijke licht, het silhouet van de bergen en de grote in
duisternis gehulde sparrenbomen verflauwde. Nauwelijks zichtbaar in het tere
duister verhief het hutje zich op de helling als een natuurlijke vrucht die
ontsproten was aan de aarde. Vergeleken met de ruwe steenwoestijn van de
afgesleten gletsjer leek het hutje ons van binnen net zo gezellig als een
nestje. Ook al was het dak half ingestort en stonden er maar twee muren meer in
een hoek overeind. In die hoek strekten we ons in onze slaapzak uit op het
wilde gras en keken op naar de sterrenhemel waar een melkwitte maan aan het
eindeloze firmament schitterde. Tanja liet haar hoofd op mijn schouder rusten
en stortte al haar tranen van vertwijfeling uit. Ik had mijn arm om haar heen
geslagen en zo bleven we heel lang liggen, misschien wel uren, op zoek naar
rust en stilte, verlichting voor de helse tocht die we achter de rug hadden. We
rustten samen uit, luisterend naar het geritsel van door de wind bewogen
bladeren, het nabije geschreeuw van nachtvogels en het zachte getrippel van
hazen in het veld.

Langzaam was de beklemming die ons benauwde
afgezakt. Ik kreeg weer oog voor de schoonheid van de hemel, de zachtheid van
de aarde, de intense geuren van het land, Tanja ‘s lichaam dat tegen het mijne
rustte. Ik kon haar omlijningen raden en voelde hoe zwaar haar hoofd op mijn
arm rustte, de druk van de ronding van haar heup tegen de mijne, haar haren
kriebelden in mijn nek en haar zware flanellen blouse was bijna zo oneindig
warm als haar huid. Ik dacht terug aan de dag waarop ik haar had leren kennen
en haar glimlach me verblind had. Sindsdien had ik haar liefgehad en alle dwaze
dingen die ons in deze hut hadden doen belanden waren niet anders geweest dan
voorwendsels om eindelijk dit kostbare moment te bereiken waarop ik haar voor
mij alleen had, dichtbij, overgeleverd, kwetsbaar. Als een niet te stuiten,
machtige vloedgolf werd ik vervuld van verlangen. De adem stokte in mijn keel
en mijn hart sloeg op hol. Vergeten waren de hardnekkige ongemakken, mijn eigen
onzekere toekomst, alle belemmeringen die ons in de weg stonden. Tanja zou de
mijne worden omdat het zo sinds het begin der tijden geschreven stond.

Ze merkte dat mijn ademhaling veranderd was,
hief haar gezicht op en keek me aan. In het tere licht van de maan lazen we
allebei de liefde in de ogen van de ander. De lieflijke nabijheid van Tanja
omhulde mij als een deken van goedertierenheid. Ik sloot mijn ogen, trok haar
tegen me aan en zocht haar lippen die ik opende in een volmaakte kus vol
beloften, synthese van alle verwachtingen, een lange, vochtige, warme kus, een
uitdaging aan de dood, gebrek, vuur, zuchten, weeklagen, een liefdessnik. Ik
dwaalde rond in haar mond, dronk haar speeksel, ademde haar adem, bereid om dat
moment te laten voortduren tot het einde van mijn dagen, overweldigd door de
orkaan van mijn gevoelens en in de vaste overtuiging dat ik tot dan slechts
geleefd had om te komen tot deze wonderbaarlijke nacht waarin ik voorgoed zou
wegzinken in de diepste intimiteit van deze vrouw. Tanja ‘s honing en schaduw,
Tanja rijstpapier, perzik, schuim, ach Tanja, het slakkenhuis van je oren, de
geur van je hals, de duiven van je handen, Tanja, deze liefde, die hartstocht
ondergaan die ons beiden in hetzelfde vreugdevuur verbrandt, van je dromen met
open ogen, slapend naar je verlangen, mijn leven, mijn vrouw, mijn Tanja. Ik
wist niet wat Ik allemaal nog meer tegen haar zei of wat zij tegen mij
fluisterde in dat onophoudelijke gemurmel, die waterval van woorden voor het
gehoor, die rivier van zuchten en steunen van wie elkaar liefhebbend beminnen.

Op een moment dat ik helder kon denken flitste
het door hem heen dat ik niet zou moeten toegeven aan de neiging om samen met
haar over de grond te rollen, haar de kleren van het lijf te rukken en onder de
aandrang van mijn lust in haar lenden tot uitbarsting te komen. Ik was bang dat
om die stormwind te bedaren de nacht en zelfs het leven te kort zou zijn.
Langzaam en een beetje onhandig omdat mijn handen beefden maakte ik een voor
een de knoopjes van haar blouse los en ontblootte de warme holte van haar
oksels, de ronding van haar schouders, haar kleine borsten en de knopjes van
haar tepels, precies zoals ik het had voorgesteld als we samen op de motor
zaten en ze tegen mijn rug leunde, als ik haar over de tafel gebogen zag, als
ik haar tegen me aangedrukt had en omarmd in een onvergetelijke kus. In de
holte van mijn handen nestelden zich twee tere, geheimzinnige zwaluwen die er
precies in pasten en de huid van het meisje, blauw in het maanlicht, huiverde
onder mijn aanraking. Ik tilde haar bij haar middel op tot we stonden en op
mijn knieën zittend betastte Ik de verborgen warmte tussen haar borsten die
geurden naar hout, amandelen en kaneel. Ik maakte de sluiting van haar
bergschoenen los en haar kindervoeten kwamen te voorschijn die ik herkennende
omdat ik ervan gedroomd had, streelde, onschuldig en zacht. Ik maakte de
sluiting van haar broek open en deed hem naar beneden waardoor het gladde vlak van
haar buik onthuld werd, de donkere holte van haar navel, mijn koortsige vingers
liet ik langs de lange lijn van haar rug glijden, haar stevige, met een ragfijn
goud dons bedekte dijen. Naakt zag ik haar afgetekend tegen de oneindigheid en
met mijn lippen volgde ik haar wegen, drong haar tunnels binnen, besteeg haar
heuvels en tekende zo de nodige kaarten van haar geografie. Ook zij knielde
neer en als ze haar hoofd bewoog dansten de blonde krullen op haar schouders en
gingen verloren in de kleur van de nacht. Toen ik ook mijn kleren had uitgedaan
waren we als de eerste man en de eerste vrouw tegenover het oer geheim. Er was
geen ruimte voor anderen, ver weg waren de lelijkheid van de wereld of de
dreigende nabijheid van het einde, slechts het licht van deze ontmoeting
bestond.

Tanja had nooit eerder zo liefgehad, een
dergelijke overgave zonder barrières, angst of terughoudendheid was haar
onbekend geweest, ze kon zich niet herinneren ooit een dergelijk genot te
hebben ondergaan, zo’n diepe saamhorigheid en wederkerigheid; vol verrukking
ontdekte ze de nieuwe, verbazingwekkende vormen van het lichaam van haar
vriend, mijn warmte, mijn smaak, mijn geur, stukje voor stukje ontdekte en
veroverde ze me en overdekte me met zojuist ontdekte liefkozingen. Nooit had ze
met zoveel blijdschap het feest der zinnen genoten.

“Neem me, bezit me, ontvang me, opdat ik jou
op dezelfde manier kan nemen, bezitten, ontvangen.”

Ze had haar gezicht in mijn borst verstopt om
de zoetheid van mijn huid in te ademen maar ik duwde haar zachtjes weg om haar
te kunnen bekijken. De zwarte, glinsterende spiegel van haar ogen weerkaatste
mijn eigen beeld, mooier door de gedeelde liefde. Stap voor stap legden we de
eerste etappes af van een onvergankelijke rite. Zij stelde zich open voor mij
en ik liet me gaan, we dwaalden rond in onze meest intieme tuinen, de één liep
vooruit op het ritme van de ander op weg naar hetzelfde einde. Ik glimlachte
volkomen gelukzalig omdat ik de vrouw gevonden had die ik sinds mijn puberteit
in mijn dromen had nagejaagd en in de loop van vele jaren in ieder lichaam
gezocht had: vriendin, zuster, minnares, kameraad. In de stilte van de nacht,
langzaam en traag, drong ik in haar binnen, bleef op de drempel van iedere
sensatie stilstaan om het genot te begroeten en nam bezit van de tijd die zich
gewonnen gaf. Veel later, toen ik haar lichaam voelde trillen als een teder
instrument en een diepe zucht haar mond ontsnapte om de mijne te voeden, kwam
er een geweldige hartstocht in mijn buik tot uitbarsting, door de kracht van de
stortvloed werd ik door elkaar geschud en werd Tanja overstroomd door wateren
van geluk.

Stijf verstrengeld bleven we in kalme rust
liggen en ontdekten de volle omvang van de liefde, eenstemmig ademden en
beefden we tot onze lust opnieuw gewekt werd door iedere intieme aanraking.
Opnieuw voelde ze hoe ik binnen in haar groeide en in een eindeloze kus zocht
ze mijn lippen. Met de hemel als getuige, geschramd door kiezelstenen, met stof
bedekt en door in de verwarring van de liefde platgedrukte droge bladeren, ten
prooi aan een niet te blussen vuur en een buitensporige hartstocht, stoeiden we
in het maanlicht tot we geen druppel zweet en geen zucht meer over hadden, we
tenslotte in elkaars armen verstrengeld en met opeengeklemde lippen stierven en
wegdroomden in dezelfde droom. We hadden de eerste stap gezet op een
onverbiddelijke weg zonder terugkeer.

We ontwaakten van het eerste ochtendlicht en
het gekwetter van de mussen, verblind door het samenkomen van onze lichamen en
de medeplichtigheid van onze zielen. Toen keerden we terug tot de
werkelijkheid. Gesterkt door de gedeelde liefde maar nog wat beverig en
verbaasd kleedden we ons aan. Het laatste stuk naar beneden duurde veel te kort
en was veel te gemakkelijk om haar voortdurend te kunnen helpen, ondersteunen,
aanraken, strelen, zoenen…

We stapten op de motor en reden terug naar de
zimmer frei.

JohanT