Las niñas de Domai

(de pie menudo y temblorosas faldas)

Vroeg in de avond in één van die donkere weken
rond Kerstmis. Ik lig lui onderuit gezakt in de zetel voor de open haard,
behaaglijk geduffeld in mijn katoenen badjas, haren nog wat vochtig na een hete
douche. Het gure winterweer heeft mijn vrouw niet afgeschrikt om helemaal naar
Maasmechelen te rijden voor de laatste kerstaankopen. Ik heb het huis dus voor
mij alleen. In de haard knetteren de resten van de spar die de voorjaarsstormen
van twee jaar terug niet heeft overleefd, in mijn glas gloeit goudbruin een
single malt uit mijn geboortejaar, uit de boxen galmt het concerto voor orgel
en orkest van Thierry Escaich en open op mijn schoot ligt het verzameld
dichtwerk van Federico Garcia Lorca.

Zag ik daar iets bewegen in de donkerste hoek
van de kamer? Ik ga rechtop zitten en staar verbaasd naar een witte wolk die
zienderogen aanzwelt: het is een fosforescerende mist die in luttele minuten
bijna de hele kamer vult. De nevelslierten wijken uiteen en, op de tonen van
Escaich’s adagio, komt – gehuld in lange, doorschijnende gewaden – een
eindeloos lange rij meisjes aangetreden. En ze blijven maar komen, langzaam
voortschrijdend, plechtstatig maar toch licht van voet en met bevende rokken.
Hoeveel? 18+, schat ik op het eerste zicht als de rij zich eindelijk sluit,
maar bij nauwkeuriger telling blijken het er meer dan twintig.

Het kost me weinig moeite om in die
meisjesschaar al snel een aantal van mijn favoriete Domai modellen te
herkennen: daar heb je Amila, een wierookvat vol wensen die diepblauwe kijkers
van haar, en Jules, met eeuwige dorst in haar bruine ogen en Ellela nog, el
sexo potente sobre su mirada. Hun lonkende blikken trekken me uit mijn luie
zetel en ik stap voorzichtig op hen toe.

Aan de piercing in haar naveltje herken ik nu
ook rossige Clelia, rode lelie tussen het koele riet. En daar heb je Xenia, een
donkere fontein van golvende lokken tot op de slanke dijen. Zwijgend vormen de
meisjes een wijde kring om me heen en ik begin er meer en meer te herkennen:
Kas, donker meisje van de volle maan met borsten groot en heupen breed… Gisela
ook, spiegelende vijvernimf… En Isabelle, van ver als een donkere gewonde
hinde, nabij zoet als een snik in de sneeuw…

Midden in de kring verslind ik met gulzige
blikken de traag om mij heen wentelende meisjes. In hun flinterdunne
doorschijnende gewaden staan duidelijk afgetekend de contouren van hun
heerlijke lijven en wat te raden overblijft reconstrueer ik moeiteloos uit mijn
herinnering aan hun naaktfoto’s op het web. Ik knipoog naar Indi, vaalgele
sproetjes als roest op een witte populier, en naar Samanti, met boven haar
ronde naveltje een donkere regen van koude sterren. De lieftallige Iralin
draagt eveneens een sterrenbeeld van moedervlekjes, maar dan op haar ranke rug.
Mijn ogen glijden over de afgetrainde en egaal gebruinde figuur van Katya,
donker van vel als verdorrend borstelgras.

De badjas glijdt van mijn schouders en ik sta
naakt ten prooi aan 18+ paar gretige meisjesogen. Ik meen in menige oogopslag
de passie van een prille liefde te kunnen lezen. Naast Liina, haar ellenlange
benen uitlopend op een heerlijk kontje, schuifelt de kleine Sativa, de billen
bewegend als van licht naar schaduw de avond, en de lekkere Laura met ronde
hammen als de flanken van een veulen. Mijn ogen zoeken de meisjes met de mooiste
borsten: Linda, heet en puur, borsten van hard tin… Breen, een boezem van rozen
als sneeuw zo wit… Deserea’s donkere meloenen en de volle mammen van Sonya,
bergend een diepe gleuf, klare bedding voor een andere Melkweg, ze glijden één
voor één aan mijn blik voorbij.

Terwijl mijn penis zich schoksgewijs op gaat
richten zakken mijn ogen naar het perfect gevormde gladde kutje van Penelopa,
open als een immense tulp. Van daar naar de liefdesgrot van Sarka: haar lichte
beharing is de schaduw van een cipres in de wind. Dan naar de iris tussen de
malse dijen van Irinushka, zeker nooit in brand gezet door kussen zoals de
openstaande lipjes van Soo, die naar onderen verdikken in twee vlezige kersjes,
frutu de los besos. Op Mariska’s venusheuvel herken ik met vreugde de schattige
tatoeage van een kleine slanke draak, vuurvliegje op de kamperfoelie.

Hun gewaden verhullen weinig, maar wel de
natuurlijke kleur van hun huid. Mijn penis staat nu kaarsrecht en ik verlang
naar meer. Maar heel alleen midden de kring gevormd door meer dan 18 meisjes
laat de moed me in de steek. Ik durf niet te hopen dat ze zich helemaal zullen
ontbloten. Met schuchtere stem fluister ik hees: “Als het niet ongepast is, zou
ik jullie mogen vragen om in string aan me te verschijnen?” Tot mijn opluchting
glimlachen ze en knikken me bevallig toe. Dan begint elk meisje om haar as te
draaien, langzaam eerst, doch dra steeds sneller en sneller tot hun beeld
vervaagt en elk slank meisjeslijf een wervelende string van enen en nullen
wordt.

Nog voor ik in kan brengen dat ik het zo niet
had bedoeld, groeperen alle enen zich tot borsteltjes en alle nullen zich tot
een lange koker. Midden een met vonkgekletter gevulde scherpe ozonlucht
beginnen de borsteltjes zachtjes over mijn lichaam te wrijven: achter mijn
oren, onder mijn oksels, rond mijn tepels, in mijn reet, onder mijn ballen…met
de meeste aandrang net op die plekjes op mijn lijf die voor strelingen het
gevoeligst zijn. Ook mijn penis moet eraan geloven: de zachte borsteltjes
schuieren langs het randje van mijn voorhuid, die zich onder de strelingen
terugtrekt en zo mijn eikel helemaal ontbloot. Zachte haartjes bezoeken elk
plekje van mijn eikel en kittelen plagerig het spleetje. Al snel begint wat
voorvocht uit mijn getergde roede te druppelen, die door de borsteltjes over de
hele eikel wordt uitgesmeerd.

Nu komt de koker van nullen in actie: hij
schuift als een fleshlight over mijn penis, begint te trillen en me vakkundig
te melken: steeds weer en steeds sneller rollen trillende ringen vanaf het
puntje van mijn eikel tot aan mijn ballen en weer terug. Geen kut heeft ooit zo
zalig in mijn penis geknepen als deze zoemende koker van digitale bits. Telkens
ik bijna klaarkom houdt de koker stil, zodat mijn orgasme – ondanks mijn smeken
en kreunen om harder en sneller – twee, drie keer wordt uitgesteld. Inmiddels
hebben de borsteltjes zich verdicht tot een harde knuppel, die zich diep in
mijn reet boort, en dan aan snel tempo heen en weer gaat. Daar schiet mijn
eerste flodder zaad de hoogte in: sissend en knetterend rafelt de
fosforescerende wolk uiteen om me weinige tellen later geheel alleen in de
donkere kamer achter te laten. Triest zie ik hoe de rest van mijn zaad in
kwakjes uit mijn eikel schokt en langs de stam naar mijn ballen glijdt. Ik trek
mijn badjas weer aan en gooi me uitgeput voor het haardvuur in de zetel.

Enkele uren later word ik gewekt door een
warme tong die over mijn eikel rolt. Mijn vrouw is thuis gekomen en trof me
slapend in de zetel, de panden van mijn badjas open. “Deugniet,” lacht ze, “je
hebt vast met jezelf gespeeld toen ik weg was. Je haartjes kleven van het
zaad.” En terwijl ze haar slipje uittrekt en schrijlings op mijn schoot gaat
zitten, fluistert ze in mijn oor: “Je hebt bij het masturberen toch wel aan mij
gedacht, niet?” “Natuurlijk, schat” zucht ik verzaligd terwijl ik mijn
inmiddels weer keiharde lul voorzichtig in haar vochtig, vertrouwde kutje
schuif.

Heer
Halewijn