PALEN LADEN 1 (De
ontmoeting)

We waren 16 en zaten in de vierde klas van de Mulo. Zij een
boerendochter met krullend donker haar, een mooi figuur met stevige benen van
het thuis op de boerderij werken en de dagelijkse fietstocht van 12 km. van en
naar school en ik… ik was een sukkel.

Het begon met apart van elkaar de klas uit gestuurd worden
met de opdracht om in het natuurkundelokaal, “iets nuttigs te gaan doen zoals
je huiswerk maken.” Zo kwamen we elkaar in het natuurkundelokaal met de banken
in stadion opstelling en verstopplekken tegen. Nu 40 jaar later weet ik niet
meer van wie het initiatief kwam, we waren alleen, het natuurkundelokaal bood
vanaf de gang weinig inzicht en het kwam tot zoenen en later tot een afspraak
na school. De afspraak na school vond plaats in het stadsparkje op een bankje
uit het zicht. Nu gravend in mijn herinnering weet ik nog dat ik al snel haar
borsten mocht voelen en het daarop volgende was helemaal nieuw voor me. Ze
legde haar hand op de bobbel in mijn broek en kneep er in en ik mocht met mijn
hand in haar broekje.

In de dagen daarna moet ik iets ongelofelijk doms hebben
gedaan, iets wat ik waarschijnlijk verdrongen heb want ik herinner me niet meer
wat het geweest is. In ieder geval was ze kwaad op me en was de pret voorbij.

Niet lang daarna kwamen de examens en de examenfeesten, ook
daar ging ze me uit de weg en daarna zag ik haar niet meer. Ik herinner me dat
ik een jaar of twee later contact gezocht heb door haar te bellen om zo tot een
afspraak te komen en dat ze toen antwoordde dat het “zinloos” was en toen
ophing.

Bijna 40 jaar later.
Het waterschap besloot de sloot achter ons huis te verbreden en te verdiepen.
Om de kleinkinderen in peuterleeftijd te beschermen wilde ik een heining zetten
langs de sloot. Geschrokken van de prijs van afrasteringspalen bij de Gamma,
besloot ik op Marktplaats te zoeken. Dat leverde resultaat op, in een naburig
dorp werden gebruikte palen van 2.80 m lang aangeboden voor € 1,50 per stuk. Na
een e-mailtje naar Ger50 dat ik er 20 wilde kopen kwam het via vervolg e-mails
tot een afspraak. Zo reed ik op een middag met de klus-kar achter de auto naar
het adres van Ger50, het bleek het adres van een fruitteler net buiten het dorp
B. te zijn. Ik reed het erf op, stapte uit en net voor ik kon aanbellen kwam er
een slanke vrouw met grijzend krullend haar om de hoek van een schuur het erf
op. Ze keek me vragend aan. Flauw balorig zei ik, denkend aan een stom grapje
uit mijn pubertijd.

“Ik kom voor het poale laaie.”

“Oh” zei ze na een kritische blik, “dan bent u de man van de
e-mails, loop maar mee.” Ze draaide zich om en liep met mij achter zich aan
naar achteren het erf op. Achter haar lopende viel me op dat ze een lange rok
droeg zoals in deze christelijke streek vaak voorkomt en onder de lange rok zag
ik een paar blote onderbenen met gespierde kuiten. Achter de schuur kwamen we
bij een enorme stapel gebruikte palen.

“Zoek de beste maar uit” zei ze “en als u ze ingeladen
heeft, klop dan even op de achterdeur dan kunnen we afrekenen.” Na de palen
geladen en vast gebonden te hebben ging ik op zoek naar de achterdeur, om de
hoek van het huis vond ik de achterdeur, met naast de deur een blinkende Giant
racefiets, nieuwsgierig bukte ik om de
fiets te bekijken en zo zag ik dat de fiets was afgemonteerd met een Shimano
Ultegra groep, duur en goed spul. Op dat moment ging de deur open en stapte de
vrouw naar buiten, ze zag me gehurkt bij de fiets zitten en zei.

“Ja, dat is mijn racefiets. Kom maar binnen dan pak ik mijn
portemonnee.” Ik liep achter haar aan de keuken in en haalde de twee meegenomen
biljetten van 20 euro uit mijn kontzak. Op het moment dat ik haar de biljetten
toestak keek ze me lang en geconcentreerd aan. Ik stond te wachten met in mijn
uitgestoken hand de twee biljetten en dacht “he, wat gebeurt er?” Na een
seconde of twee opende ze haar mond, lachte en zei.

“Ik ken jou! Toen je uit de auto stapte, dacht ik al iets
bekends te zien, je stem, je manier van praten en nu weet ik het. Jij bent
Tinus Boot.”

Ik ben slecht in het onthouden van gezichten en dat levert
wel eens pijnlijke momenten op, dat maakte dat ik geschrokken reageerde en
dacht ‘wie is ze’? Ze keek me afwachtend aan en na een paar seconden viel het
kwartje, de naam Ger 50, krullend haar, bruine ogen, het postuur.

“Gerrie van de Kluit?” Zei ik.

“Ja” zei ze. “Behalve je kale kop ben je niet veel
veranderd” en na een korte pauze “ook niet in je gedrag.” Ik stond haar nog
steeds verbaasd aan te kijken, ze vervolgde met “die stomme opmerking waarmee
je me begroette, ‘ik kom voor het poale laaie’.”

Wat bijgekomen van mijn verbazing voelde ik dat mijn hoofd rood ging kleuren, om me
een houding te geven stak ik mijn hand uit en zei.

“Hallo Gerrie, fijn om je weer te ontmoeten.” Ze accepteerde
de uitgestoken hand en de korte kneep die ik mijn hand kreeg verried een sterke
vrouw.

“Wil je een kopje thee?” Vroeg ze lachend. “Ga zitten en dat
blozen ben je nog niet verleerd.”

En zo kwamen we aan de keukentafel zittend in gesprek over.
De Mulo en met wie uit die tijd nog contact hadden of wel eens tegenkwamen, de
onderwijzers, herinneringen aan school; onze levens na de Mulo. Opleiding,
werk, gezin en hobby’s. Zo leerde ik dat ze getrouwd was, dat haar man tobde
met zijn gezondheid, ze twee kinderen had en dat haar zoon nu het fruitbedrijf
draaide en dat ze drie kleinkinderen had, waarvan ze me trots een foto toonde.
Vragend naar haar racefiets vertelde ze dat ze samen met haar man al ruim 25
jaar lid was van een plaatselijke wielertourclub en dat er nu de klad in kwam,
haar man fietste niet meer, haar fietsende dochter was te druk met haar gezin en
van de twee vriendinnen waarmee ze vaak op pad ging, bleek er een ernstig ziek
te zijn en de ander zat voor twee maanden in Australië. Hier spontaan op
reagerend zei ik “mag ik je uitnodigen om een keer met mij te gaan fietsen? Ik
zit minimaal twee maal in de week op de racefiets en ben al lang gestopt met
het in grote groepen van een wielertoerclub jakkeren.” Zonder direct antwoord
te geven keek ze me wat geschrokken aan. Dit verkeerd interpreterend voegde ik
er aan toe “Je hoeft niet bang te zijn dat het te hard gaat, ik pas me aan jouw
snelheid aan.”

Na nog enig aarzelen zei ze “Tinus, ik ken je van bijna 40
jaar geleden, we zitten nu aardig te praten, maar ik herinner me je als niet
betrouwbaar en nogal een haantje. Ik wil er over nadenken.”

Na twee kopjes thee en na de palen afgerekend te hebben
vroeg ik haar om, als ze op mijn uitnodiging samen op de racefiets weg te gaan
in wilde gaan, me een email te sturen, dankzij de palenhandel had ze mijn
adres. Ik gaf haar een hand, bedankte voor de thee en het gezellig gesprek,
stapte in de auto en dacht ‘leuk geprobeerd Tinus maar daar hoor je niets meer
van’.

Tinus Boot

Wordt vervolgd.

De redactie
verwelkomt met veel plezier deze nieuwe auteur die dadelijk een mooi kwartet
aan vervolgverhalen instuurde en vraagt jouw waardering voor dit verhaal op
de “
DUIMPAGINA” en/of reactie hier onder.

Dit verhaal kreeg van de lezers smileysmileysmileysmiley