Palen laden 2
(Samen fietsen)

Een week was voorbij gegaan. De palen zaten in de grond en
het gaas was langs de palen gespannen. Tijdens het zetten van de heining en ook
op andere momenten had ik nog gedacht aan Gerrie, zou ze de fietsuitnodiging
aannemen?

Op een avond tijdens het Journaal kijken ‘ping, ping’. Je
hebt een berichtje roept mijn vrouw. Ik loop naar mijn smartphone en open de
email app. Bericht van Ger50, ‘Dat moet wel positief zijn, want voor een
afwijzing van de uitnodiging zou ze niet reageren’ bedenk ik. Mijn gedachte
blijkt juist.

“Beste Tinus, Bedankt voor je uitnodiging, ik heb er lang
over nagedacht en besloten om op je uitnodiging in te gaan. Schikt het je
komende donderdagmiddag om één uur? Zo ja, laten we dan afspreken voor het
dorpshuis aan de Groenestraat in B.” Voordat ik reageer open ik nog snel de
weer app en ja zoals ik al dacht, de vooruitzichten voor donderdagmiddag zijn
prima.

“Donderdagmiddag een trainingsritje” zeg ik tegen mijn
vrouw.

“Zou je dan niet die klus voor Gerrit doen?” Vraagt ze.

“Ach.. het wordt mooi fietsweer en dat kan ik wel
uitstellen” antwoord ik luchtig.

Donderdagmiddag rustig met de rem er op om niet bezweet aan
te komen naar B. en zo sta ik 5 minuten te vroeg bij het dorpshuis te wachten.
B. is een dorp ongeveer halverwege haar en mijn woonplaats, een veilige keus
van Gerrie. ‘Zal ze komen, wordt ik voor de gek gehouden of neemt ze alsnog
wraak voor wat ik me niet kan herinneren maar wat ik 40 jaar terug fout heb
gedaan?’

Om precies één uur verschijnt er een racefiets om de hoek,
Gerrie! Ik steek mijn hand op en ongeveer gelijk zeggen we hallo. Terwijl we
wat verwelkomende zinnen uitwisselen over het eindelijk na wat slechte dagen
mooie fietsweer, doe ik mijn best om haar niet al te opvallend te bekijken.
Rode helm, fietszonnebril en onder de
helm uit komen haar halflange grijzende krullen; een strak rood, reclameloos,
fietsshirt met onder het shirt de contouren van een sport bh die een paar ferme
borsten in toom houdt, ‘veel groter dan de borstjes die ik 40 jaar terug mocht
strelen’, denk ik; slanke taille; een zwarte koersbroek, blote niet gebruinde
benen en rode sokken in de zwarte fietsschoenen. Ik zie aan haar geamuseerde
glimlach dat ze door heeft dat ik haar opneem en ze reageert door te zeggen.

“Je bent niet zo’n fietsfanaat die zijn benen scheert.”

“Nee” antwoord ik “het beetje lichaamsbeharing dat ik nog
heb dat koester ik.”

“Waar zullen we heengaan?” Vraag ik. “Met de wind hoeven we
vandaag geen rekening te houden.”

“Wat vind je van een rondje over de rivierdijk naar G. heen
en binnendoor terug, dat is ongeveer 60 kilometer” antwoord ze. “Dan ben ik op
tijd terug om een kleindochter uit school te halen.”

Ik ben het er mee eens en we vertrekken. Rustig naast elkaar
trappend en pratend rijden we B. uit. Als we bij een versmalling en tegemoet
komend verkeer even in moeten houden ga ik achter haar rijden. Haar stevige
ronde kont in de strakke koersbroek steekt naar achteren en komt mede door haar
slanke middel prachtig uit. Ik geniet van het spel van haar op de pedalen
pompende benen en de bewegende billen voor me. Ik vergeet dat we naast elkaar
reden, tot ik haar hoor roepen.

“Hé Tinus kom je nog naar voren of ben je een wieltjeszuiger.”

Ik voel dat ik bloos als ik weer naast haar ga rijden. Ze kijkt
opzij en zegt met een glimlach “nu al een rode kop van het trappen?”

“Eh, nee” stamel ik even sprakeloos en zeker niet ad rem
genoeg om haar de waarheid te vertellen over hoe ik van haar billen genoot. Om
me zelf een houding te geven vraag ik “wat wil je, naast elkaar blijven rijden
of wil je dat ik de kop neem?”

“Voorlopig naast elkaar” antwoord ze. “Het is hier breed
genoeg en zo kunnen we gezellig praten, als ik moe wordt geef ik het wel aan en
dan kan ik er altijd nog achter kruipen.” Het dorp uit, naar de dijk, de dijk
op en langzaam voer ik het tempo op. Als we 30 per uur trappen zegt ze, nog
zonder te hijgen, “dit is een mooi tempo, laten we dit vasthouden.” We praten
over onze schooltijd en over wat ons bezig houdt. Als we over onze gezinnen praten,
vertelt ze dat haar man al een jaar of vijf met zijn gezondheid tobt en dat hij
daardoor heel depressief is. Ze vertelt verder over hoe gelukkig haar zoon al
in het bedrijf zat, eerst part time en hoe hij nu al twee jaar voor het bedrijf
zorgt. Na een stilte vervolgt ze door te vertellen dat haar man na al eens
eerder opgenomen geweest te zijn nu al vier weken is opgenomen vanwege zijn
depressie.

“Gelukkig heb ik de kleinkinderen” zegt ze en ze vervolgt
met verhalen over haar twee kleindochters en kleinzoon. Toeval bestaat, haar
kleinzoon blijkt op de zelfde basisschool in G. te zitten als mijn
kleindochter.

“We hadden elkaar daar dus ook tegen kunnen komen” zeg ik.

“Ja” zegt ze “en waarschijnlijk hadden we dan gedacht “die
komt me bekend voor” en meer niet.”

Telkens als er te veel verkeer is ga ik even achter haar
rijden om vervolgens weer in te halen en naast haar te komen. Ik doe alsof het
beleefdheid is en geniet zo telkens van haar billen in de koersbroek. Na een
kilometer of 10 geeft ze aan dat het tempo wat omlaag moet “tandje minder
Tinus”, we trappen wat rustiger zo rond de 30. Op de dijk hebben we het beetje
wind dat er staat mee en als we van de dijk afdraaien zegt ze “zo als jij nu
dit tempo vasthoud dan ga ik achter je rijden, jij hebt genoeg naar mijn billen
gestaard, nu ga ik jouw billen eens bewonderen.” De kop nemend maalt het door
mijn hoofd ‘kan ze gedachten lezen, of is ze gewoon trots op haar billen’?

Achter elkaar aan rijdend stagneert ons gesprek, we trappen,
genieten van het fietsen en onze conversatie beperkt zich tot opmerkingen over
de omgeving en de route. Na zo een halfuur gereden te hebben hoor ik achter me.

“Ik moet heel nodig plassen.” We rijden op dat moment op een
lange rechte weg tussen de weilanden en zonder verkeer. Geen bomen, geen
bosjes, alleen maar weilanden met schapen, koeien en akkers met mais sprietjes
van een centimeter of 10. Ik vraag “kan je wachten tot we wat beschutting tegen
komen?

“Nee ik wil nu” klinkt het heel beslist. We remmen af en
even later staan we stil. Ik bied aan haar fiets vast te houden en ga
demonstratief met mijn rug naar haar toe staan. Achter me hoor ik geritsel van
kleren en even later hoor ik zacht gekletter. Een opwellende opmerking over een
waterval weet ik binnen te houden. Weer geritsel en “je mag je omdraaien.”

Als ik me omdraai kijkt Gerrie me met een grijns aan. “Zo
dat lucht op, mag ik jouw bidon even lenen, de mijne is leeg.” Terwijl ze uit
mijn bidon lurkt zeg ik.

“Ik moet ook plassen.”

“Goed” zegt ze en ze neemt mijn fiets over en draait zich
om. Met Gerrie met de rug naar me en de weg leeg doe ik geen moeite om de berm
op te zoeken. Ik hijs mijn snikkel over de hoge rand van de koersbroek en begin
te plassen. Terwijl ik me concentreer op het niet op mijn schoenen plassen let
ik even niet op Gerrie, als ik weer opkijk zie ik dat ze zich heeft omgedraaid
en belangstellend toe kijkt.

“He, wat doe jij nu?” Roep ik verbaasd uit.

“Ach” zegt ze “als echtgenote en moeder ben ik wel aan
plassende mannetjes gewend.” “Ik zie dat je geen moderne man bent maar een
ouderwetse met behaarde kloten en dat je plat gezegd ‘redelijk’ geschapen ben.”
Zo direct herinner ik me Gerrie niet van lang geleden uit de klas en opnieuw
voel ik dat ik begin te blozen. Verder rijdend vraag ik me af of ik haar zal
vragen wat ik lang geleden verkeerd gedaan heb of had moeten doen. De goede
sfeer, het leuke contact, ik durf het niet te riskeren en stel de vraag niet. De
laatste paar kilometer rijden we rustig naast elkaar uit en vertellen elkaar
over onze hobby’s naast het fietsen. Als ik haar opnieuw Gerrie noemt begint ze
te lachen en zegt. “Niemand noemt mij meer Gerrie, het was een koosnaam vroeger
thuis en die naam ging mee naar school. Eigenlijk heet ik Gerda en zo noemen ze
me nu mijn ouders er niet meer zijn allemaal. Ik vind het wel leuk om weer
Gerrie genoemd te worden, blijf jij me maar zo noemen.”

Terug in B. wil ik haar bij het afscheid nemen met haar
fiets tussen ons in een hand geven. Ze negeert mijn hand door eerst een hand op
mijn schouder te leggen en te zeggen “Ik heb genoten.” Vervolgens glijdt haar
hand omhoog naar mijn nek en drukt ze mijn hoofd naar haar toe om me een snelle
kus op mijn lippen te geven. Ze laat me los, stapt op haar fiets en roept “tot
ziens.”

Timus Boot

Wordt vervolgd.

Dit verhaal kreeg van de lezers smileysmileysmileysmiley