Beste lezer, auteurs,

We kennen ondertussen allemaal het talent van Tinus Boot om
in zijn erotische verhalen net de dosis humor te smokkelen waar vrouwen zo van
houden. Ook onderstaand extra kortverhaal van vandaag bezondigt zich aan een
flinke dosis zelfrelativering en humor.
Het laatste woord in het verhaal is geschreven. Maar!

Wie heeft het
uitgesproken?
Dat is de vraag die we aan u stellen.

U kunt tot en met 7
april als ‘reactie’ onder het verhaal zo dikwijls antwoorden als u wil met “hij” of “zij”.
Uw antwoord moet natuurlijk correct zijn. Maar!

De winnaar van de “grote
prijs 4Fingers,”
wordt bepaald door de korte motivering die u geeft bij uw
gekozen antwoord. Hoe leuker, geiler of spitsvondiger de motivering hoe meer
kans u maakt op de “grote prijs 4F

Naast eeuwige roem en bewieroking door de redactie bestaat “de grote prijs 4F” uit een verhaal
geschreven door de redactie dat gebaseerd is op uw fantasie en waarin u de
hoofdrol vertolkt. Uw fantasieverhaal hoeft niets te maken te hebben met uw
antwoord.

Vergeet niet een
mailadres toe te voegen waar we u kunnen contacteren.
Indien u op uiterste
discretie staat kunt u rechtstreeks naar My@4fingers.be
mailen, dan komt uw reactie onder mijn naam te zien en worden verdere
modaliteiten discreet afgehandeld door My.

Wie heeft het laatste
woord!

Liefs en veel plezier met:

KOUD

Ergens onderweg kan ik het niet meer houden. Mijn voorraad
uitstel trucs zijn uitgeput en niets helpt meer. De druk op mijn blaas is
zodanig dat het mijn hele denken beheerst. Naar de omgeving kijk ik al lang
niet meer en in plaats van op de scheuren in het ijs te letten, ben ik alleen
nog maar met mijn volle blaas bezig. Stoppen betekent onherroepelijk de
aansluiting missen. De anderen in het kopgroepje zullen niet stoppen of
inhouden, te meer omdat ik het laatste half uur geen kopwerk meer gedaan heb.

Stoppen: skibril omhoog, handschoenen uitpellen, schaatspak
open ritsen, hand naar binnen in de thermobroek, in de windstopper grabbelen en
dan hopen dat wat ik aantref groot genoeg is om vast te pakken en te richten.
Even nog is het alternatief verleidelijk: doorrijden en laten lopen. Dertig
kilometer nog maar en met deze kou zal de lauwe pis al snel in ijs veranderen.

Te veel afgeleid let ik niet op en rij ik in een scheur.
Verdomme! Met mijn kop in de sneeuwrand, gelukkig draag ik tegenwoordig een helm.
Ik krabbel op en zie de ruggen van het groepje verdwijnen. Dan maar pissen. Het
is nog erger dan ik verwachtte, het duurt wel een minuut voor ik een
verschrompeld, in zich zelf gekeerd, voormalig lid tussen een koude duim en
wijsvinger op de sneeuwrand kan richten. Het duurt nog even voor de straal op
gang komt en dan verlossing. God wat heerlijk, bijna als klaarkomen. Er komt
geen eind aan en twee langlaufers langs de baan komen snel dichterbij. Ha, ha,
twee vrouwen. Ja, kijk maar, er valt behalve een lange gele straal, toch niets
te zien. Ooit hoorde ik een treffende omschrijving van sporten bij dit soort
lage temperaturen “gaatjesweer”. Weer, waarin het zo koud is dat je
pik verschrompelt en er alleen een gaatje overblijft. Als er een eind aan de
straal en het nadruppelen is gekomen berg ik hem in zijn beschermende laagjes
op. Ik zie een achtervolgend groepje aankomen.

Rustig begin ik weer te schaatsen tot ze me inhalen en ik
kan aansluiten. In de luwte rij ik achter in het groepje mee. Het schaatsritme
komt terug en ik mijmer over straks na de finish: een glas bier, douchen en
vanmiddag rust. Middagslaapje doen, zal ik mijn lief kunnen overhalen om naast
me te komen liggen? Lekker in lepeltjeshouding en dan met mijn pik tegen haar
bilspleet. Mijn fantasie slaat op hol en er voltrekt zich een wonder; ik voel
leven in mijn broek. Gelukkig hij functioneert nog. Met die geruststellende
gedachte accelereer ik naar voren om de kop over te nemen. Nog twintig
kilometer naar de finish en dan snel naar het hotel en…

Die gedachte doet me denken aan jaren terug. Een vroege
ochtend met een strak blauwe hemel en op het balkon van het hotel leek het
fantastisch weer. Naar het ijs voor een trainingsritje, in veel te weinig
kleding. De zon en de strak blauwe hemel hadden me op een dwaalspoor gezet. Het
vroor, naar later bleek, acht graden en dat in combinatie met de rijwind maakte
dat het vies koud was en zeker in een dun schaatspak, dunne handschoenen, dunne
ijsmuts, blote voeten in de schaatsschoenen en geen hoesjes. Na een halfuur
rijden en de kou negeren, merkte ik dat mijn vingers en tenen gevoelloos
werden, dat herkende ik en dat was me wel vaker overkomen. Wat ik niet herkende
en niet wilde negeren was een gevoel van gevoelloosheid in mijn kruis. Tering! Dacht
ik, dat gaat niet goed.

Onder het motto “beter een koude kop dan een koude
zak” ben ik toen gestopt om mijn ijskoude verschrompelde edele delen in
mijn ijsmuts te wikkelen. Terug in het hotel op weg naar onze kamer, begon het
bloed in mijn vingers en tenen weer te stromen, met de bekende pijnlijke
tinteling. Helaas bleef mijn kruis gevoelloos. In de kamer hielp mijn lief me
uit de kleren en onder de douche. En ja gelukkig, het deed gruwelijk zeer, maar
ik verwelkomde de pijnlijke tinteling in mijn edele delen. Mijn lief die mijn
lijden zag had zich uitgekleed en was bij me onder de douche gekomen.

“Laat mij maar, ik warm hem wel op.”

“Nee au, au, afblijven, het doet zeer.”

“Ja, maar ik wil helpen.”

“Nee toe, niet aankomen!”

Het ging over, de tinteling nam langzaam af en de huid
kleurde langzaam weer roze. Na het afdrogen gingen we samen onder de dekens, ik
dicht tegen de warme billen van mijn lief aan. Na een tijdje doezelen en
dagdromen voelde ik het leven weer terug komen. Ik begreep toen waarom
gelovigen hun Heer aanroepen “God is groot.”

Hij roerde zich, hij werkte nog, hij richtte zich langzaam
maar zeker op. Nieuwsgierig keek ik onder de dekens. Een zucht van verlichting;
ouderwetse proporties. Mijn lief deelde mijn nieuwsgierigheid ze sloeg de
dekens terug en nam het geval in haar lieve zachte vrouwenhand.

“Testen?”

Tinus Boot