DIE ALLEREERSTE KEER…

Het nieuwe schooljaar – mijn laatste jaar middelbaar, ergens
in het begin van de jaren 70 (goh, da’s intussen zo’n 45 jaar geleden!) – was
al enkele weken begonnen toen zich in onze klas nog een nieuwe leerling
aandiende. Een ‘Ollander’ nota bene. En vermits ik tot dan de bank op de
laatste rij helemaal voor mij alleen had, werd Harm mijn buur. Ik herinner me
nog goed dat mijn eerste reflex was een beetje op te schuiven naar het kantje
van de bank. Alsof hij een pestlijder was. In feite was het natuurlijk gewoon
opschuiven omdat ik al heel die tijd zowat midden in de bank zat.

De knul verraste me meteen door spontaan zijn hand uit te
steken en “hallo, ik ben Harm” te zeggen.

“Piet”, antwoordde ik terwijl ik zijn hand greep.
“Even wat plaats maken”, stotterde ik heel overbodig om mijn
opschuifbeweging te verklaren.

Harm profileerde zich de weken na zijn komst als een vreemde
snuiter. Stug. Zei weinig, maar áls hij iets zei, was het raak. Ook tegenover
onze leraars. Deed er geen strikjes rond, zei gewoon waar het op stond. Kon een
hele les quasi ongeïnteresseerd afwezig-aanwezig zijn en dan opeens een vraag
stellen of een opmerking formuleren die menig leraar van zijn stuk bracht. Was
enorm gevat en kon logisch redeneren zodat er geen speld tussen te krijgen was.
Nam niks zomaar voor waarheid aan. Koppig ook, als hij overtuigd was van zijn
gelijk. En al te graag altijd weer het laatste woord willen hebben. Dat was
natuurlijk een doorn in het oog van enkele ouderwetse leraren die geen
tegenspraak duldden, en ook bij een hele reeks leerlingen die dit soort
rebelsheid niet kenden. Sommigen waren al geïrriteerd als Harm nog maar zijn
keel schraapte om iets te zeggen. Voor mij, tamme beleefde Belg, was het een
revolutie, zo’n welbespraakte Hollander die af en toe voor opschudding zorgde
met zijn vrijpostige commentaar op momenten dat wij al lang zwegen.

Als buurman in de klas had ik logischerwijze het meest
contact met hem. Alleen al de uitleg over onze lessen en leraren, nota’s
uitlenen, hem wegwijs maken, who’s who en die dingen. En hoewel hij een kei was
in enkele vakken, zat hij met enkele andere vakken duidelijk achterop. Zijn
Frans was uiteraard hopeloos… Kwam daarbij dat hij na school een heel eind in
dezelfde richting als ik moest fietsen. Van het ene kwam het andere: al na
enkele dagen fietsten we na school tot bij hem thuis, maakten we samen ons
huiswerk en namen we ook samen de leerstof door als er een overhoring op til
was. En daarna fietste ik voort tot bij mij thuis.

’s Morgens maakte ik een klein ommetje om hem thuis op te
pikken. Zo maakte ik kennis met zijn moeder, mevrouw Dijkstra (“zeg maar
Sonja, hoor” corrigeerde ze me telkens als ik “mevrouw” zei) en
zijn jongere zus Jana. Een vader had ie niet meer. Die was blijkbaar vorig jaar
verongelukt. Er waren wat onduidelijkheden rond dat ongeval. Zelf spraken de
Dijkstra’s er niet over, maar de geruchtenmolen in de omgeving had het over
‘moord’, ‘afrekening’, ‘veel geld’, ‘gangsters’, ‘héél véél geld’, ‘afpersing’,
‘milieu’… En de weduwe was ginds in Nederland gewoon gek geworden met al die
heisa rond het dossier, kon het daar niet meer uithouden en was daarom naar
België ‘gevlucht’.

Mijn ouders hadden het niet echt begrepen op mijn omgang met
‘die vreemden’ met die duistere achtergrond, maar beseften ook dat er concreet
niks verkeerd aan was. Bovendien vonden ze het allicht toch wel interessant om
hun zoon – mij dus – als een soort spion of insider bij de ‘vijand’ te hebben
en zo eventueel dingetjes uit eerste hand te kunnen vernemen (en voort te
vertellen). Ik vernam echter niet zo gek veel uit eerste hand, en ik was wel zo
loyaal om mijn mond te houden over alles wat ik hoorde of zag. Ik hoorde
trouwens niet veel, maar ik zag wel dat mevrouw Dijkstra (“zeg maar Sonja,
hoor”) naar mijn gevoel een heel erg knappe vrouw was. En charmant en
innemend. Al vanaf de eerste keer dat Harm me mee naar binnen uitnodigde na
school, behandelde ze me heel joviaal: de vrienden van mijn kinderen zijn ook
mijn vrienden, net alsof ze me al heel haar leven kende, bijna als een
adoptiekind. Ik was onder de indruk, betoverd door haar vlotte omgang, en moest
alle moeite doen om haar niet openlijk te zitten aanstaren. Na drie
ontmoetingen was ze mijn godin, en ’s avonds in mijn bed fantaseerde ik voluit…
Zij mocht me graag, dat was duidelijk. Ze vond het geweldig dat ik Harm wat
opving en hielp. Na enkele weken vertelde mijn moeder me dat Harms moeder zélf
zo vriendelijk was geweest om haar te bellen om mij te prijzen, om uit te
leggen dat ze het gewéldig vond hoe ik haar zoon had opgevangen, dat ik
helemaal geen last was bij haar thuis, en of mijn ma het goedvond als ik af en
toe bleef mee-eten en zo.

Ik werd al snel de beste vriend van Harm, en ook vriend aan
huis. Helaas vond mevrouw Dijkstra kort daarna een andere, geschiktere woning,
een kast van een villa met alles erop en eraan, zwembad in de tuin, maar dan in
de villawijk aan de andere kant van het stadje waar we samen schoolliepen. Hun
verhuis vormde een serieuze domper op onze vriendschap: afgelopen met samen
naar en van school fietsen… Die vriendschap hield echter desondanks stand: elke
woensdagmiddag fietste ik tóch mee naar de nieuwe villa om samen een pak
schoolwerk te doen. En bijna elk weekend reed ik ook weer helemaal tot ginds.

Die verhuis naar die kast van een huis maakte ook in de
grote omgeving duidelijk dat mevrouw Dijkstra helemaal geen geldgebrek leed, om
het zacht uit te drukken. Harm vertrouwde me toe dat zich sindsdien heel wat
would-be aanbidders aandienden, maar hoewel zijn moeder (“zeg maar Sonja,
hoor”) geen vrouw was om alleen te blijven, lachte ze voorlopig alle
belangstelling weg. Zo vertelde Harm me ook – maar dat mocht ik onder geen
beding voortvertellen – dat ‘de Giraf’ (onze leraar Frans) zich op zekere avond
in zijn beste pakkie, met een bosje bloemen voor de mamma en met een rooie kop
ongevraagd had aangediend om Harms Frans wat bij te spijkeren. Mevrouw Dijkstra
had die loser vriendelijk bedankt voor het aanbod maar toch maar snel de deur
gewezen, en sindsdien namen de pesterijtjes van de Giraf tegenover Harm
stelselmatig toe. De helft van de klas snapte er niks van waarom Harm het
telkens weer moest ontgelden. Harm bleef er ijzig kalm onder. Stond er
eigenlijk boven, wat de Giraf nog wat meer irriteerde. Ikzélf had me een keer
van plaatsvervangende woede behoorlijk kwaad gemaakt in de klas, en was
daarvoor door de Giraf ‘beloond’ met een flink pak strafwerk. Ik was daarop
mijn beklag gaan maken bij de directeur (jaja, ik was door mijn omgang met Harm
een stuk mondiger geworden!) en die had me uitgelegd dat hij niet tussenbeide
wilde komen in die strafmaat, maar dat hij de zaak zou opvolgen. Tja.

Harm en ik hadden intussen een verbond gesloten dat we samen
een extra inspanning zouden doen op Frans. Van nul herbeginnen, de handboeken
vanaf het eerste jaar instuderen, woordjes en vervoegingen blokken, tot hij
sterretjes zag. Hij moest en zou de Giraf te kakken zetten. Moeder Sonja zat
erbij toen we onze plannen in een strak tijdsschema goten. Het zou ook van mij
een inspanning vragen, en ze voelde zich een beetje schuldig – ik meende zelfs
dat haar ogen een beetje vochtig werden – maar ik wuifde dat weg: misschien
wilde ik volgend jaar wel Romaanse talen gaan studeren, dat zou mij ook van pas
komen. Toen ik die avond naar huis vertrok, liep ze met een of ander
voorwendsel mee naar buiten. Ze dankte me nog eens, trok me tegen haar aan,
kuste me vluchtig op mijn voorhoofd terwijl ze me vastklemde alsof ze me nooit
meer zou loslaten en zei me dat ik een lieve schat was.

Ik voelde hoe ik tegen haar borsten zat, ik rook haar
heerlijke geur en ik kreeg ongewenst een erectie. Ik zag aan haar verraste
oogopslag dat zij op haar beurt mijn stijve voelde drukken tegen haar bekken,
en ik ging door de grond van schaamte, maar haar twinkelende ogen en haar lieve
lachje stelden me enigszins gerust. Terwijl ze me met haar ene arm bleef
vastklemmen – nog vaster tegen haar buik, zo leek het wel – streelde ze me met
haar andere hand over mijn wang. En ik kreeg nog een piepklein kusje op de mond
erbij.

“Lieve jongen”, fluisterde ze, terwijl ze
nadrukkelijk oogcontact zocht, en “Bedankt voor alles, en kom goed thuis,
hoor!”

Ik was helemaal in de war. Wekenlang helemaal van de wereld.
Werd ’s morgens wakker en dacht aan mevrouw Dijkstra. Droomde overdag van
mevrouw Dijkstra, masturbeerde op het toilet en onder de douche voor mevrouw
Dijkstra en viel ’s avonds uitgeput in slaap met mevrouw Dijkstra. Ik leed
onder de toestand, was op mijn ongemak bij Harm – het was alsof ik verraad
pleegde – en vermeed oogcontact als ik weer op bezoek kwam. En het werd nog
erger… Toen ik de week erna op woensdagnamiddag bij de Dijkstra’s zat, was het
ongemerkt en onaangekondigd beginnen te sneeuwen, en op een mum van tijd lag er
een enorm sneeuwtapijt… Ik slikte toch wel even toen ik dat zag:
schemerduister, zo vroeg, en de wegen dicht gesneeuwd en ik moest daardoor nog
een kleine 15 kilometer naar huis fietsen? Daar kon geen sprake van zijn, vond
mevrouw Dijkstra. Zij vond dat ik maar moest blijven slapen: Harm en ik hadden
ongeveer dezelfde maat, ik moest maar een pyjama van hem en morgenvroeg kleren
van hem aantrekken. Zij belde zelf naar huis en regelde het met mijn moeder.
Die stemde ermee in. En toen Harm en ik ’s avonds op zijn kamer zaten te
werken, bracht ze ons een kop warme chocolademelk. Ze zette er eerst eentje bij
Harm, liep om de tafel heen, zette een kop bij mij. Bleef uit belangstelling
over mijn schouder even kijken naar mijn nota’s en legde daarbij haar hand
quasi achteloos op mijn schouder. Ik rilde toen ze er zachtjes in kneep, en het
leek alsof er een ijskoude zweetdruppel langs mijn ruggengraat in mijn
bilspleet gleed.

’s Avonds even douchen voor het slapengaan: ik wist van Harm
dat hier amper gêne bestond: iedereen liep als ie iets nodig had bij iedereen
de badkamer in en uit, om het even wie aan ’t douchen was of in bad zat. Het
was zelfs eens gebeurd, vroeger in Nederland, toen z’n pa nog leefde, dat ze
met z’n allen in hun blootje samen in de badkamer waren nadat ze waren
uitgeregend op wandeling. Ik had alle moeite gehad om mijn verbazing te
verbergen toen dat eens ter sprake kwam, en terwijl ik onder de douche stond,
was ik doodsbang dat zij ook bij mij zou binnenlopen. Al verlangde ik daar
tegelijk naar…

Ik werd geïnstalleerd op de logeerkamer. Die lag helemaal
aan de ene zijde van de lange nachthal, vlak naast de ‘master bedroom’ van
moeder Dijkstra, terwijl de kamers van Harm en Jana helemaal aan de andere kant
lagen. Ik lag in bed, durfde nauwelijks te ademen en te woelen. Ik durfde al
helemaal niet te masturberen. En mijn erectie hield hardnekkig stand. Ik lag
stil te luisteren of ik geluiden hoorde uit de kamer van mijn godin. Dacht aan
haar borsten in een nachtjapon… Probeerde een hele tijd de drang om te gaan
plassen te overwinnen maar moest uiteindelijk toch mijn bed uit. Op blote
voeten met een kanjer van een erectie door de nachthal naar de badkamer. Sloot
de deur in het slot en moest een ingewikkelde voorovergebogen én gehurkte
houding aannemen om ondanks mijn fier rechtopstaande pik toch netjes in de pot
te kunnen plassen. Wist niet goed of ik herrie zou maken door het Wc door te
trekken of niet. Besloot het dan toch maar te doen. Waste mijn handen en
wachtte vruchteloos tot mijn erectie zou verdwijnen. Quod non. Sloop dan maar
weer de nachthal in en botste in het schemerduister op mevrouw Dijkstra in een
kort, luchtig nachtponnetje. Ik vergaapte me aan haar benen. Zij zag allicht
mijn erectie, fluisterde met een glimlach “slaap wel, jongen” en
verdween op haar beurt in de badkamer.

Ik bleef nog lang woelen, viel dan toch in slaap maar werd
al heel vroeg wakker met opnieuw de aandrang om te gaan plassen. Dat moest toch
wel van de spanning zijn… En opnieuw een erectie… Ik sloop weer naar de
badkamer, zélfde gedoe om met een harde leuter in de pot te mikken, en besloot
daarna niet meer naar bed terug te keren, maar beneden in de keuken wat te
lezen. Niet veel later verscheen ook mevrouw Dijkstra in de keuken. Ze droeg
een kamerjas en ze had gelukkig de moeite gedaan om hem goed zedig dicht te
sjorren. Zij zette alvast koffie en bracht me een mok. Toen ze voorover boog
met haar koffiepot, kreeg ik desondanks een prachtige inkijk in al dat moois:
mooie volle borsten, bruingebrand. Het duizelde en ik ging wat verzitten om
mijn volgende instant erectie onder de tafel te verbergen. Zij merkte mijn
ongemak, haalde even wat dieper adem en zei zacht.

“Je hoeft je niet te schamen, jongen. Dit is een heel
gewone reflex, en gezond ook. Alles komt goed.”

De winter ging z’n gewone gangetje. Tussen Harm en mij
klikte het steeds beter: we werden als het ware bloedsbroeders. Ik bleef
betoverd smachten naar mevrouw Dijkstra die me niet bepaald aanmoedigde maar me
evenmin afweerde. Alles liep gesmeerd, behalve de relatie tussen Harm en de
school en vooral tussen Harm en de Giraf. Het feit dat Harms Frans onmiskenbaar
met rasse schreden vooruitging – zelf stak ik dankzij al dat oefenen met Frans
intussen met kop en schouders boven de rest uit, terwijl Harm tot de besten van
de rest behoorde – leek de Giraf te irriteren. Het bleef maar opmerkingen en
onzinnige straffen regenen. Harm accepteerde dat niet langer zomaar. Hij lachte
de Giraf sarcastisch in zijn gezicht uit en liet niet na ook in andere lessen
de leraars te verwijten dat niemand ingreep tegen die ‘loser’. Hij kreeg
stilaan problemen met het halve lerarenkorps en ook met het secretariaat en de
directie want hij was op korte tijd verscheidene keren te laat op school
aangekomen. Op zeker ogenblik in de lente was de toestand zodanig verziekt dat
hij een formele waarschuwing had gekregen van de directie: als zijn gedrag niet
beterde, zou een tuchtdossier opgesteld worden dat eventueel kon leiden tot
uitsluiting.

Op een donderdagnamiddag barstte de bom. De Giraf deelde
verbeterde tussentijdse overhoringen uit en had het gepresteerd om Harm een nul
te geven op een vraag wegens ‘onleesbaar’ antwoord. Ronduit belachelijk, en
deze keer reageerde Harm wél heftig, in het Frans nota bene. “Le plus
grand con que j’ai rencontré de ma vie!” Voor de Giraf was dat uiteraard reden
genoeg om hem een idioot pak weekendwerk aan te smeren. Harm sloeg woedend met
de vlakke hand op zijn bank en voor ik het kon beletten, veerde hij recht om
naar de Giraf toe te stormen. Gelukkig voor iedereen reageerden twee
klasgenoten vooraan in de klas alert genoeg om hem de weg te versperren zodat
hij geen stommiteiten kon doen. Hij was deze keer in staat geweest de Giraf
tegen z’n stomme kop te kloppen, vreesde ik. Voor zover ie hem te pakken had
gekregen tenminste, want die slappe held was als de weerlicht de klas uit gevlucht.

Even later stonden de directeur en de mensen van het
secretariaat in de klas. De Giraf was natuurlijk gaan janken. In de klas kregen
ze – eindelijk niet alleen van mij – te horen dat Harm weliswaar de intentie
had om naar de leraar toe te lopen, maar dat deze dat misschien zélf wel had
uitgelokt. En tot fysieke agressie zoals de Giraf had gemeld, was het (nog)
niet gekomen.

Harm werd die namiddag evenwel naar huis gestuurd en was ook
’s anderendaags niet welkom op school. Ik hoorde vrijdag wél van een klasgenoot
dat ie aan de hoofdingang van de school mevrouw Dijkstra had zien arriveren.
Die was allicht uitgenodigd voor een gesprek met de directie. In de namiddag
moest ik zelf ook bij de directeur komen. Ik nam geen blad voor mijn mond,
herinnerde hem eraan dat ik maanden geleden al mijn beklag was komen maken over
het totaal unfaire gedrag van die leraar en flapte eruit dat ik wel wist hoe de
vork aan de steel zat: hij kon het gewoon niet verkroppen dat Harm zijn Frans
op niveau had gekregen zónder zijn bijlessen. De directeur vroeg scherp wat ik
daarmee bedoelde. Ik aarzelde even, wist dat ik mijn mond eigenlijk al
voorbijgepraat had, en gromde dat het niet aan mij was om dit uit te leggen,
dat hij gewoon maar de huiswerken en proefwerken van Harm moest opvragen en
zélf controleren hoe die erop vooruitgegaan waren… En of hij zelf ook van
oordeel was dat Harms geschrift soms zo ‘onleesbaar’ was dat zijn antwoorden
een nul verdienden… Ik kwam weer op dreef, was nauwelijks nog te stuiten en
spuwde eruit dat Harm en ik daar sámen de hele winter hard aan gewerkt hadden,
dat we de hulp van die ‘pipo’ daar niet voor nodig hadden, en dat die zijn
eigen falen niet kleinzielig op hem moest afreageren. De directeur bekeek me
secondenlang onderzoekend. Iets zei me dat hij verrekt goed wist waar ik op
zinspeelde, en dat hij mij dat graag ook met zoveel woorden had horen
bevestigen.

“Nu goed, ik had beloofd te zwijgen over die
feiten”, hakkelde ik dubbelzinnig, en ik hield verder mijn mond.

Toen ik zondags bij de Dijkstra’s langskwam, zat Harm
vlijtig en vrij goed gehumeurd strafwerk te schrijven. De directeur was
zaterdag nog op bezoek geweest. Er was een deal gemaakt: Harm zou het opgegeven
strafwerk afwerken, al gaf de directeur toe dat het buitensporig was. Hij had
ook moeten beloven dat er vanaf maandag van zijn kant niets meer op zijn gedrag
aan te merken zou zijn. Tijdig op school arriveren en volgzamer zijn in de
klas, ook bij andere leerkrachten. De directeur van zijn kant had beloofd dat
hij de leraar Frans formeel tot de orde zou roepen en dat het afgelopen moest
zijn met provocaties en pesterijtjes. Herbeginnen met een schone lei, met
andere woorden.

Maandagochtend dan. Vlak voor schooltijd stonden we met een
groepje van de klas te gekscheren. Harm was ruim op tijd. Het was duidelijk dat
een deel van de klas nu openlijk achter hem stond. Dat deed hem goed. Vlak voor
het belsignaal zag ik hem opeens verstijven.

“Godver…” vloekte hij, en hij opende gejaagd zijn
schooltas; rommelde erin. Hij keek op. “Ik heb mijn strafwerk niet
mee”, stotterde hij beteuterd. Hij keek me aan, bleek, met grote ogen.
Vertwijfeling. Voor het eerst, zolang als ik hem kende, leek hij van zijn melk.
Radeloos zelfs.

“Stom rund dat ik ben! Ik heb mijn strafwerk niet
mee”, herhaalde hij. “Ik moet…” De bel ging. Hij zat in de tang:
geen strafwerk kunnen afgeven, betekende al meteen een streep door de
afspraken. Terug naar huis rijden om het te halen, nu de les begon, betekende
net hetzelfde…

“Meld je ziek, misselijk en ga naar huis”, raadde
klasgenoot Jan aan. Harm schudde van neen.

“Is je moeder thuis?” vroeg ik. “Frans is pas
het derde uur. Kan je haar bellen vanop het secretariaat?” Harm schudde
van neen.

“Ik moet nu meteen in de les zijn”, hakkelde hij.

“Dan rij ik het bij jou thuis halen”, besliste ik
op een toon die geen tegenspraak duldde. “Geef me je huissleutel!”

“Je bent gek”, wierp Jan op. “Dat kost je je
kop, man!”

Ik negeerde Jan.

“Geef die sleutel! Nú!” snauwde ik Harm toe.

Harm twijfelde even, diepte toch zijn huissleutel op en
terwijl hij ‘m gaf, fluisterde hij “In mijn kamer op de hoek van mijn
tafel. Weet je het zeker? Je hoeft dit niet te doen, hè…”

“Maak dat je in de les zit”, antwoordde ik.
“En zorg jij voor mijn schooltas!”

Ik holde naar de fietsenstalling, tegen de leerlingenstroom
in. Zag de surveillant al vreemd opkijken. Hoorde Harm nog roepen van
“Bedankt man!”

Ik vond snel mijn fiets en repte me naar de schoolpoort. Zag
dat de surveillant al aanstalten maakte om eventuele laatkomers op te wachten
en op de bon te slingeren, en hoe hij tegelijk mij in het oog had.

“Wat gaan we nu beleven?” riep hij me toe terwijl
ik naar de poort fietste. Dat waren twee overtredingen tegelijk; fietsen op het
schoolterrein en dan ook nog een ‘ontsnapping’.

Hij leek me de weg te willen versperren. Ik reed naar hem
toe, maakte op het laatste moment een bocht en nog eentje, en slalomde hem
voorbij.

“Terugkomen! Nu!” commandeerde hij.

“Een kwestie van leven en dood”, riep ik hem toe.
“Ik leg het straks wel uit.”

Ik hoorde hem nog iets roepen, maar het kon me niet schelen.
Reed de straat op, hoek om en op weg. Begon aan een soort race tegen de klok
naar de villawijk, maar besefte al snel dat het niet op een minuutje meer of
minder aankwam en verplichtte mezelf om mijn snelheid tenminste een ietsje te
drukken: ik had ruim tijd genoeg om vóór de Franse les terug op school te zijn,
en of ik er een half uur over deed dan wel drie kwartier, dat maakte niet meer
uit: er stond me een serieuze uitbrander en strafstudie te wachten, allicht een
brief naar mijn ouders, misschien wel een uitsluiting van een paar dagen, maar
dat kon me nu niet schelen.

Sneller dan ooit arriveerde ik bij de Dijkstra’s.
Gewoontegetrouw fietste ik achterom naar de achterdeur. Even aarzelde ik: gezien
de omstandigheden was het misschien beter aan te bellen aan de voordeur? Maar
ach, ik was hier kind aan huis… De achterdeur was gesloten. Ik klopte even op
de deur en op het keukenvenster, vroeg me af of ik toch moest gaan aanbellen,
maar wie weet was mevrouw Dijkstra er toch niet… Diepte de sleutel op,
ontgrendelde de deur, liep naar binnen. Riep “joehoe” terwijl ik
voorbij het washok liep. Daar stond de wasmachine een alles overstemmend lawaai
te maken tijdens het droogzwieren. Liep verder de woonplaats in. Leeg. Ik riep
nogmaals. Ging naar de hal, de trap op. Ik hoorde boven in de badkamer het
water van de douche stromen. “Mevrouw Dijkstra!” riep ik de trap op,
maar ik besefte dat ze dat niet zou horen als ze onder de douche stond. Ik kwam
boven op de overloop, wilde eerst maar meteen naar Harms kamer lopen, maar wist
het toch niet zo goed: ik kon hier niet zomaar rondlopen, zonder haar in te
lichten, vond ik. Als ze dan wél iets hoorde, zou ze ongelofelijk schrikken… De
deur van de badkamer stond halfopen. Ik bleef buiten in de nachthal maar klopte
op de deur terwijl ik “Mevrouw Dijkstra! Hallo!” riep. En nog eens.
Plots hoorde ik een gilletje terwijl het water stopte…

“Ik ben het, Piet!” riep ik braafjes vanuit het
halletje naar de badkamer binnen. “Piet?” antwoordde ze, “Maar…
Wat…”

“Niets aan de hand hoor”, probeerde ik
geruststellend door de deuropening te roepen.

Opeens stond ze vlak voor me: kletsnat, naakt met een grote
badhanddoek voor haar romp, grote schrikogen.

“Het spijt me”, hakkelde ik geschrokken. “Ik
wilde u niet doen schrikken. Maar…”

“Wat is er met Harm?” vroeg ze bang.

“Niets. Harm is OK. Alleen… Hij was z’n strafwerk
vergeten en hij zat dus helemaal in de tang. Ik kom het even ophalen.”

“Maar…”

“Ik weet waar het ligt”, zei ik. “Ik heb zijn
sleutel en ben meteen weer weg.”

Ik liep zonder haar antwoord af te wachten naar Harms kamer.
Vluchtte weg van die blote schouders, dat sexy natte haar, die handdoek die dat
moordlijf frivool afschermde. Had het gevoel dat ik naar adem moest happen.
Vond het pakketje inderdaad op de hoek van de tafel. Keek even rond of ik een
mapje of zo vond om het in op te bergen, ook wel om niet onmiddellijk weer de
confrontatie aan te gaan met mijn naakte godin.

Ze was me echter achternagelopen en stond meteen weer naast
me, terwijl ze haar sponsen badjas dicht sjorde. Druipend en met natte voeten
liet ze overal sporen achter.

“Ik zoek nog iets om het in op te bergen…”

Zij keek mee, liep rond de tafel, bukte zich om een lade
open te trekken. Ik keek tegen haar borsten aan onder de natte haren. En
slikte.

“Misschien bij Jana”, zei ze en liep me voorbij
naar de andere kamer.

Ik sjokte maar achter haar aan. Bij Jana vond ze meteen een
plastic mapje. Ze kwam ermee naar me toe, en merkte blijkbaar niet dat haar
badjas intussen helemaal open gegleden was. Ik zag een heel stuk van haar
borsten, haar buik, haar natte schaamhaar en ik keek geschrokken zedig omlaag
naar de vloer.

“Die Harm toch”, zuchtte ze terwijl ze me het
mapje gaf. “Hij zou het helemaal verknallen. Gelukkig heeft ie jou… “

Ze sjorde haar badjas weer vluchtig dicht. Droogde haar
handen aan haar badjas. Stond nadenkend naar me te kijken.

Ik stond daar bedremmeld met Harms strafwerk. “Nou, dan
rij ik maar weer terug…”

“Lieve jongen toch”, zei ze. “Ik ben zo
ongelofelijk blij dat Harm op jou gebotst is, vorig jaar. Jij bent het beste
wat hem is overkomen de laatste jaren. Ik ben jou zó dankbaar…”

Ze spreidde haar armen als om me een hug te geven. De badjas
gleed prompt opnieuw open en ze deed geen moeite om dat te beletten.

Ik keek naar haar borsten, naar haar bosje nat schaamhaar.
Slikte. Keek haar bang aan… Ze keek vriendelijk terug en legde haar vinger
samenzweerderig op haar mond. “Ons geheimpje…”

“Mevrouw Dijkstra…”

“Sonja” corrigeerde ze. Ze greep mijn vrije hand
en legde die op haar borst. Mijn hart klopte in mijn keel, ik voelde me haast
misselijk worden van de spanning. Ze stuurde mijn hand naar haar onderbuik, op
het natte bosje haar en kwam nog dichter bij me staan.

“Jij hebt geen meisje, hè?” fluisterde ze.
“Wacht nog even, lieverd, wil je? Als je binnenkort 18 bent, heb ik een
geschenk voor je…”

Ze kuste me teder op de mond. Ik sidderde.

“Ga nu maar weer gauw naar school, jongen. Bedankt voor
alles!”

Ze liep nog met me mee de trap af en voor ik de deur
uitging, pakte ze me opnieuw vast voor een hug en een kus.

“Kan je zolang nog wachten? Tot je verjaardag?”
vroeg ze plagerig. Ik knikte bedremmeld. Sprakeloos.

“Ik zorg hiervoor”, stotterde ik, terwijl ik met
het mapje zwaaide.

“Voorzichtig onderweg”, fluisterde ze.

Onderweg was ik inderdaad helemaal van de wereld. Ik fietste
op automatische piloot naar school. Zag voortdurend de bijna naakte mevrouw
Dijkstra voor me. Mijn hart bonkte in mijn keel; mijn verjaardagsgeschenk….

Ik had verwacht dat de schoolpoort gesloten zou zijn, zodat
ik via de ingang bij het secretariaat moest passeren, maar ze stond nog open.
Dat viel alvast mee. Plaatste mijn fiets in de stalling en besloot eerst naar
de klas te gaan. Klopte op de deur, ging naar binnen met het mapje
triomfantelijk omhooggestoken, en kreeg zowaar applaus en juichkreten van mijn
klasgenoten. Verontschuldigde me bij de leraar, die blijkbaar al op de hoogte was
en me glimlachend een opgeheven duim toestuurde. Gaf het mapje aan Harm die
duidelijk opgelucht was en zich hoofdschuddend afvroeg hoe hij mij ooit kon
‘terugbetalen’. Ik vroeg aan de leraar of ik me even mocht gaan melden op het
secretariaat. Dat mocht, en hij fronste zijn wenkbrauwen.

“Daar zal je geen applaus krijgen, makker”,
waarschuwde hij.

“Dat moet dan maar”, zuchtte ik schouderophalend.
Harm vroeg en kreeg toestemming om me te vergezellen naar het secretariaat, om
mijn verhaal te bevestigen en te ondersteunen.

Op het secretariaat viel de reactie echter perfect mee. Zij
kenden natuurlijk de afspraken in het ‘dossier Harm’ en de surveillant had
meteen van een andere klasgenoot gehoord wat er precies aan de hand was. Hoewel
mijn gedrag tegen alle regels was – dat mocht ik niet vergeten! – was er
waardering voor de manier waarop ik in de bres gesprongen was voor een
medeleerling en op die manier een nuttige bijdrage geleverd had.

Ik bleef de hele dag nog held van de dag, kreeg in de loop
van de week met de post een kaartje ‘voor de tofste kameraad’ toegestuurd van
het complete gezin Dijkstra – Harm, Jana én mevrouw Dijkstra – en zat meer dan
ooit vooral met mevrouw Dijkstra in mijn hoofd. Ik werd stilaan gek van
verlangen en van onduidelijke verwachtingen, en telde af naar mijn 18e
verjaardag.

Thuis werd nooit veel spektakel gemaakt rond verjaardagen;
een feestelijke taart op zondagnamiddag en dat was het. Dat was de traditie.
Voor een 18e mocht het ietsje meer zijn, en werden mijn peter en meter en de grootouders
uitgenodigd op de koffie en de taart. Maar toen ik de woensdagnamiddag erna
gewoontegetrouw met Harm mee fietste, hingen er zowaar ballonnen en slingers
aan de achterdeur, in de keuken, de woonkamer en ‘mijn’ logeerkamer. Moeder
Dijkstra had stiekem met mijn ouders geregeld dat ik die avond mocht blijven
logeren. Ik kreeg dikke kussen en knuffels van moeder Dijkstra en Jana, en een
warme hug van Harm. En twee elpees, als ik het me goed herinner. En zij
fluisterde me op een onbewaakt moment met z’n twee toe dat háár cadeau nog niet
ingepakt was… Dat ik nog even geduld moest hebben… Wat ze bedoelde met ‘even’
wist ik niet, en ’s nachts op mijn logeerkamer hoopte ik dat zij mij zou komen
opzoeken, maar er gebeurde helaas niets. De volgende dagen nam mijn
teleurstelling en frustratie geleidelijk toe. Had ze me iets voorgelogen?
Krabbelde ze terug? Tja…

Enkele weken later braken de eerste warme dagen aan als
voorbode voor een mooie zomer. Bij de Dijkstra’s stond in het weekend de grote
schoonmaak van het zwembad en het bijbehorende terras op het programma. En
hoewel mijn ouders me duidelijk maakten dat er ook bij ons thuis enkele
lentekarweitjes lagen te wachten, muisde ik er op zaterdagochtend vanonder om
bij de Dijkstra’s te helpen.

Jana had haar vriendin Els uitgenodigd, een meisje dat ik
vaag kende, en met z’n vieren maakten we behoorlijk veel plezier bij het
schrobben, eerst van de terrasjes en de boord rondom het zwembad, daarna van de
wanden aan de binnenzijde. Blootsvoets in het bodempje vuil water, shorts en
een shirt aan. En blijkbaar was iedereen erop voorzien dat het wel een natte
bedoening kon worden; iedereen had zwempak, bikini of zwembroek aan onder zijn
of haar kleren, behalve ik natuurlijk. Ik vloekte dat ik niet zo vooruitziend
was geweest, en dat ik gewoon een onderbroek aanhad onder mijn shorts. En geen
reservekleren, ook al niet. Nu goed. Desnoods: Harm had kleren genoeg, ik zou
wel zien…

Mevrouw Dijkstra kregen we die ochtend niet meteen te zien,
maar plots dook ze op om ons uit te nodigen voor een drankje en een lekkere
koek op het terras bij de veranda, in het zonnetje. Ik keek mijn ogen uit; zij
droeg ook een korte jeansbroek – ‘hotpants’ zoals dat toen heette – en een
soort herenhemd dat diep open geknoopt was en een gulle blik op haar borsten
gunde, en waarvan de panden vlak onder haar boezem gewoon in een knoop gelegd
waren, zodat ook haar buik bloot was. Goh, wat zag ze er sexy uit! Onder het
hemd droeg ze een bikinitopje. Dat zag ik toen ze even later vlak voor mijn
neus nadrukkelijk voorover boog om me nog wat bij te schenken. Ze nam de tijd,
zodat ik mijn ogen de kost kon geven, en ving mijn ogen daarna in een
samenzweerderig oogcontact.

Voor Jana’s vriendin Els was het intussen tijd geworden om
naar de tennisclub te trekken en haar interclubwedstrijden af te werken. Jana,
die vond dat ze genoeg gewerkt had, vertrok mee om te supporteren. Ze werden
vrolijk uitgejouwd maar we tilden er niet echt aan; nog even het laatste vuile
water laten weglopen, de vloer en het onderste stukje van de wanden schrobben
en dan nog wat naspoelen en alles was klaar om het zwembad te laten vollopen…

Harm en ik waren net weer aan de slag gegaan toen Jana
hijgend kwam teruggefietst; op de tennisclub hadden ze haar gevraagd of Harm
meteen kon komen.

“Maar ik hoef pas in de namiddag”, wierp Harm
verbaasd op.

“Ja, maar het twééde team heeft een man tekort”,
legde Jana uit.

“Het twééde? Wow…”

Ik zag hem aarzelen met begerige ogen. Het tweede team
betekende een hele promotie voor hem. Een buitenkansje, zeg maar, om met de
betere spelers mee te doen. Maar tegelijk was hier nog een beetje werk… Ik zag
Jana beteuterd kijken; zij zag de bui al hangen, dat zij in plaats van Harm
moest schrobben, maar ik maakte een wegwerpgebaar.

“Ga maar”, zei ik. “Allebei. Ik werk dit wel
in mijn eentje af. Is geen probleem.”

“Meen je dat? Weet je dat zeker?”

“Natuurlijk. Dóén, joh! Maak dat je wég bent!”

Hij wipte het zwembad uit, holde naar het huis om z’n
spullen te halen, ik hoorde ‘m in de verte tegen z’n moeder juichen van “ik
mag met het tweede mee”. Even later kwam ie weer naar buiten gehold en
maakte hij op z’n fiets een ommetje door de tuin tot bij mij.

“You’re the best, man!” riep ie.

“Zorg ervoor dat je iets wint”, riep ik ‘m na.
“Of er zwaait wat!”

En zo stond ik in mijn eentje de vloer van het zwembad van
mijn vriend te schrobben. Het was nu toch wel ver gekomen, bespotte ik mezelf.
Ik was verdomme het knechtje van die Hollanders, haha. Maar ja, als er straks
water in het bad was, en op temperatuur, dan zou ik hier een hele zomer lang
een hoop plonsplezier terugkrijgen.

Ik bleef echter niet lang alleen. Mevrouw Dijkstra vond het
niet kunnen dat ik dit alléén moest doen en ze kwam me helpen. We schrobden
ijverig voort, zowat schuin rug aan rug, in stilte, maar op zeker moment
botsten we even tegen elkaar, kont tegen kont. Zij sloeg een gilletje omdat ze
op haar blote voeten op de gladde tegelvloer wat weggleed en dreigde te vallen,
en in een reflex klauwde ik wild naar haar om haar te ‘redden’. Maar daardoor
geraakte ik zélf uit evenwicht. En zo kwam het dat we, terwijl we elkaar bij de
armen vasthadden, allebei onderuitgingen en pardoes in dat bodempje koude vuile
water terechtkwamen. Ik keek haar beteuterd aan. “Sorry!” zei ik.

“Dat deed je met opzet!”, schold ze lachend.

“Echt niet”, verweerde ik me. “Ik gleed uit
toen ik u overeind wilde houden.”

Ik kroop snel recht en bood haar een hand om haar overeind
te trekken. Ze kwam mijn hand tegemoet, maar net toen ik me schrap wilde zetten
om te trekken, was ze me voor en met een snok trok ze me weer onderuit. Ik
dreigde pardoes bovenop haar te vallen, maakte daarom een soort duik en rolde
half over haar heen, nu helemaal languit in het water…

Ze had er een heidens plezier in en voor ik het wist, kuste
ze me zomaar op mijn mond. Ze bekeek me even, wat ernstiger, en bood me dan
haar lippen aan. Ik kwam haar tegemoet, we kusten elkaar op de mond, ze greep
me vaster tegen zich aan en ik voelde sidderend hoe ze mijn onderlip tussen
haar lippen nam, hoe mijn lip gestreeld werd door haar tong, daarna hetzelfde
met mijn bovenlip, ow wat een heerlijk gevoel, en dat werd nog waanzinniger
toen ik haar tong voelde binnendringen en contact zoeken met mijn eigen tong…

Liggend in het water verstrengelden onze armen en benen in
elkaar terwijl onze tongen voorzichtig hun paringsdans uitvoerden. Ik voelde
haar dij tegen mijn kruis. Ze drukte stevig op mijn reeds harde piemel. Ze week
wat achteruit, bekeek me ernstig.

“Zullen we eerst dit even afwerken?” Het was niet
echt een vraag; ze kroop snel recht en begon driftig voort te schrobben. Ik
deed mee, opende de afvoer alvast en greep de tuinslang om nog eens na te
spoelen. Zij had intussen haar natte hemd en broek uitgetrokken en stond in
bikini. Ik trok mijn natte T-shirt over mijn hoofd en stond daar in mijn natte
shorts.

“Geen zwembroek?” grinnikte ze. “En geen
andere kleren?” Ik schudde beteuterd het hoofd.

“Ach, dat lossen we meteen wel op.”

Ze stond ongeduldig toe te kijken hoe het water te traag
wegliep.

“Laat de slang hogerop maar liggen”, zei ze.
“Dan spoelt het zo goed als helemaal schoon. De rest kan straks wel.
Kom!”

Ik klom gehoorzaam achter haar aan het zwembad uit. Ze
griste onze kleren mee, trippelde blootsvoets naar het huis, en ik rende
beduusd, onzeker maar met hooggespannen verwachtingen achter haar aan, als een
blij schoothondje.

Ze deed de achterdeur achter me op slot. “Wacht”,
commandeerde ze en ze haalde in het washok een oud badlaken. Dat spreidde ze op
de vloer. Ik moest erop gaan staan en ze wreef mijn voeten en onderbenen even
droog. “Anders wordt het hele huis een bende.”

Ik moest met haar mee naar het washok. Ze had haar kleren en
mijn T-shirt al in een wasmand gedropt en keek me vragend aan terwijl ze naar
mijn shorts wees… Ik aarzelde verlegen, raapte mijn moed bijeen en trok dan
toch maar mijn shorts uit… Stond in mijn doornatte slip te rillen, meer van
opwinding dan van koude allicht. Zij had haar bikini nog aan, dan mocht ik toch
ook mijn ‘zwembroek’ aanhouden? Ze dacht ongetwijfeld hetzelfde. Ze greep me
bij de hand, wilde me meetrekken, bedacht zich, trok me tegen haar aan en kuste
me opnieuw. Ze nam haar tijd voor een lange, lieve maar alweer wat gretigere
tongzoen.

“Kom eerst maar even mee douchen”, fluisterde ze.

We stapten snel door het huis naar de hal, de trap op, naar
de badkamer. Ze draaide de douchekraan open en draaide zich naar mij om. Keek
me ernstig aan. Ik keek naar mijn mooie godin in bikini… Zij ging met haar
handen achter haar rug, haakte het haakje open. Hield haar ene hand op het
topje terwijl ze met de andere de bandjes van haar schouders liet glijden. Ze
glimlachte terwijl ze het topje traag helemaal wegnam en haar armen naast haar
romp liet hangen. Ik keek naar haar borsten en smolt verder weg… Wat had ik
graag zélf dat haakje losgemaakt, maar ja…

Ze stak haar duimen achter het bandje van haar broekje en
duwde het naar beneden. Toen ze zich bukte om het over haar benen naar beneden
te schuiven en uit te trekken keek ik opgewonden naar haar bungelende borsten…
Ik werd nu helemaal wild, en toen ze seconden later weer rechtstond, de voeten
iets uit elkaar, en ik tegen haar bosje schaamhaar aankeek, ontplofte ik haast.
Ze keek naar mijn kruis en dan in mijn ogen. Ze knikte aanmoedigend, en ik
aarzelde niet langer maar schoof mijn onderbroek uit. Stond nu zelf ook naakt
voor haar, met mijn pik al wat in de aanslag.

We gingen samen onder de douche, zij waste me snel en had
daarbij bijzondere aandacht voor mijn kont en genitaliën. Kraan dicht.
Afdrogen. Zij ongeduldig met de haardroger in de weer; een moment waarbij alle
erotische spanning wegebt, stelde ik toen al vast. Nog een geluk dat ik haar
rug en billen kon blijven bewonderen en in de spiegel ook een glimp van haar
deinende borsten bleef zien. Ik zag de twijfel groeien op haar gezicht en iets
zei me dat ik méér moest doen dan schaapachtig afwachten. Ik legde mijn hand op
haar heup. Streelde. Ging dichter bij haar staan, tegen haar rug. Trotseerde de
hete wind van de haardroger. Omarmde haar langs achter. Voelde mijn pik tegen
haar billen drukken. Zag haar glimlach weer groeien in de spiegel. Eindelijk
kon de haardroger uit. Ze keerde zich om, sloeg haar armen om mijn nek en kuste
me opnieuw…

“Kom”, zei ze eenvoudig en ze nam me mee naar haar
kamer. Naar haar bed.

We lagen naast elkaar. Mijn handen en vingers verkenden haar
lichaam maar bleven voorzichtig, beleefd, bedeesd, bang, bescheiden, onervaren
weg van de mooiste plekjes. Zij liet me doen terwijl ze mijn hals streelde.
Minuten later pakte ze mijn hand beet en leidde die naar haar borst. Later naar
haar kruis. Ze kuste me zacht maar innig.

Enkele jaren later had Rob De Nijs een monsterhit met exact
hetzelfde als wat er het volgende uur met mij gebeurde: mevrouw Dijkstra – even
later noemde ik haar voor het eerst effectief Sonja – leidde me, gidste me,
toomde me in, leerde me oog te hebben voor háár genot, belette me zomaar wild
en primitief te gaan stoten, leerde me alles of toch al heel wat…

En het werd zomer…

Ik was geen jongen meer, maar een mán!

Zestiger (aka Flinke
Vijftiger)

Graag jouw waardering
als reactie onder het verhaal.

Met plezier verwelkomen
we deze nieuwe auteur waarvan we hopelijk nog vele mooie verhalen mogen lezen.

Liefs My