“Amarna en Dendera, goed dat jullie er zijn”. Bibberend sta ik met mijn vriendin naar de koningin te kijken. We bewonderen haar. De koningin is immers de bemiddelaar tussen de mens en de goden, hoger is alleen de farao zelf. Op de korte hoek van de lange tafel zit een leraar. Hij onderwijst de koningin in lezen en schrijven. Ook laat hij haar de mooiste gedichten lezen, ja zelfs declameren. In de harem wordt met bewondering over haar gedacht, hoewel er ook wel eens jaloerse woorden worden gesproken. De Grote Koninklijke Vrouw kan namelijk ook behoorlijk streng zijn. Als de vrouwen weeffouten in het linnen maken, dan kan een opziener dat zomaar aan de koningin doorgeven. Want stel dat een vriendin van de koningin een gewaad cadeau krijgt en dat blijkt niet perfect te zijn. Als de farao er vervolgens van hoort, dan kun je zomaar gedegradeerd worden tot slavin en de harem uitgestuurd worden. Weg is de rijkdom die je bezit. Maar gelukkig kijkt de koningin ons vriendelijk aan.

“Dames,” gaat de koningin verder, “morgen ga ik op reis.” Ik bezoek een minister in Karnak. “Ik wil dat mijn man niets tekort komt bij mijn afwezigheid. Ga morgenavond naar de keuken van het paleis. Daar zal een grote schaal vol fruit klaar staan en karaffen vol rode wijn. Neem die mee naar de kamer van de koning. Zeg dat jullie namens mij komen. Ik zal er zorg voor dragen dat elke wachter, in de gangen en voor de deuren, af zal weten van mijn toestemming.” Ik kijk Dendera aan. Mijn nervositeit wordt hier bepaald niet minder van. Wordt ons werkelijk de gunst gegeven de farao te bezoeken? We zullen ons daarop uitgebreid moeten voorbereiden. Dendera en ik zullen in ezelinnenmelk baden voor een allerzachtste huid. Onze haren eindeloos moeten kammen en ons allermooiste linnen uitzoeken om ons in te kleden.

Begeleid door een eunuch, Moussa genaamd, gaan we die avond in bad. De melk voelt heerlijk zacht aan onze huid en brengt ons in een verkwikkende toestand van rust. Tot ik opper: “wat denk jij Dendera, zal de farao meer verwachten alleen maar gezelschap?” Dendera leeft al langer in de harem. Ze heeft de verhalen gehoord van haremdames die na een nacht bij de koning terugkeerden. Haar eerlijke antwoord is dan ook: “het is aan ons de koning te geven, waar hij naar verlangt”. Als Moussa hen even alleen laat om handdoeken te halen, steekt er ineens een hoofd om de hoek van de wasruimte. “Hé Sagira”, reageert Dendera, “wat kom jij doen?” Schichtig komt Sagira dichterbij. Zij is één van de ouderen in de harem. “Luister”, fluistert ze snel op gebiedende toon; “in deze doek zit een dolk. Als jullie morgennacht bij de farao zijn en jullie hebben hem in jullie vrouwelijke macht, dood hem dan. Mijn zoon Zahur zal dan de troon bestijgen en jullie zullen rijkelijk worden beloond. Maak je ook maar geen zorgen dat de koningin, bij terugkeer, jullie zal aanwijzen als daders. Daar zal Zahur wel raad mee weten. Dus mondje dicht verder”. Ik kijk Sagira geschrokken aan en stamel van schrik dat we dat niet willen.

Maar in een flits schuift Sagira de doek met de dolk onder een grote varen en net zo snel als dat ze kwam, is ze ook weer verdwenen. Net op tijd, daar Moussa de badruimte weer in loopt met een grote stapel droogdoeken. Ik zie bij hem een verbaasde blik, maar sla er weinig acht op. “Wat moeten we nu?”, fluister ik: “Ik vind het maar niks, die Sagira is nooit tevreden met wat ze heeft. Kijk ons eens, hoe bevoorrecht we zijn. Maar zij denkt alleen maar aan meer macht en meer rijkdom.” Dendera is het wel met mij eens, maar we weten allebei ook hoeveel macht Sagira in de harem heeft. Zich gedragend alsof ze zelf koningin is, dansen er zoveel naar haar pijpen. Wie doet wat ze zegt, ontvangt juwelen, geld of voorrechten. Of ze doet een goed woordje voor je. Opzichters die op haar voorspraak een oogje toeknijpen bij de handel in linnen, die in de harem plaatsvindt. Ze is een machtige vrouw met gemene trekken. En moeder van Zahur, een nomarch (rechter), die allesbehalve recht spreekt, zo gaan de verhalen. Sagira vaart er wel bij, zo tonen haar aankleding en hooghartige houding.

Laat in de avond lopen we door de gangen van het paleis. Ik draag een schaal met een karaf dure wijn, Dendera een grote schaal met een berg fruit erop. Bovenop die berg ligt een appel. Een appel, waarin een puntige gouden dolk omhoog steekt. Het plannetje van Dendera werkt geweldig. De dolk niet meenemen betekent ongehoorzaam zijn aan de machtigste vrouw in de harem. Maar het steekwapen opzichtig meedragen, alsof het keukengerei is, laat zien dat er geen stiekem plan steekt achter hun missie. Deze opzet slaagt zelfs opzichtig als we beiden worden binnengelaten door de farao zelf. “Hé dames, daar had ik net zin in, in een lekker appeltje. Bulderend van de lach grijpt hij het heft van de dolk en zwaait er mee door de lucht, waarna hij een flinke beet uit de appel neemt. Terwijl hij van de vrucht eet, ploft hij neer op het immense bed. “Kom op Amarna en Dendera, toon me jullie hartstocht voor elkaar, ik kijk wel”, roept hij smakkend door de kamer.

Samen met Dendera neem ik plaats op het bed, terwijl de farao toekijkt. “Kus me maar”, moedigt Dendera me aan. We omarmen elkaar en zoenen elkaar op de mond. Eerst teder en gevoelig. Maar na een poosje opent Dendera haar lippen en steekt haar tong naar voren. Na een paar seconden wennen doe ik hetzelfde. Onze tongen vinden elkaar. Ik besef dat ze een fijne smaak heeft. Ik had niet gedacht dat dit zo aantrekkelijk kon zijn. Onze kussen worden daardoor heftiger. We likken elkaars tongen, plagerig zuig ik op die van haar. We giebelen, en de passie neemt alleen maar toe. Vanuit een ooghoek kijk ik of dit de farao bevalt. Hij heeft de dolk met de appel naast het bed weggelegd en kijkt gebiologeerd toe.

Na een poosje schuift Dendera het linnen gewaad dat ik draag, over mijn schouders omlaag. Daardoor zit ik nu met mijn borsten ontbloot voor haar. Ze pakt ze beiden vast in haar handpalmen en weegt ze één voor één. “Mm…, die zijn mooi Amarna”, complimenteert ze mij. Ze buigt zich naar voren en kust mijn tepels met haar kletsnatte tong. Het kriebelt een beetje, maar dat windt me behoorlijk op. Zeker nu ze mijn beiden borsten compleet bedekt met gevoelige kusjes. Geen plekje slaat ze over. “Nu ik”, denk ik en doe hetzelfde als wat Dendera net deed. Ze is misschien een aantal jaren ouder dan ik, maar haar borsten staan nog fier overeind. Minder groot, maar daarom niet minder mooi, vertederend eigenlijk. Om heerlijk van te genieten. Ik zuig haar tepels een beetje plagerig naar binnen. Het kreunen, bewijst echter dat het voor Dendera niet zo zeer grappig is, ze raakt er juist van in extase.

Nu we beiden naakt zijn en we elkaar zo passievol met zoenen hebben bedekt, ga ik languit, op mijn rug, op het bed liggen. Als ik dat doe, zie ik dat de farao zijn mantel heeft uitgetrokken. Dan klimt Dendera over mij heen, maar wel zo dat haar hoofd zich bij mijn vagina bevindt en ik boven mij de hare zie. Ze daalt wat met haar onderlichaam, zodat ik haar intiemste plekje kussen kan. Ondertussen voel ik hoe ze haar tong tussen mijn schaamlippen laat glijden. Met mijn handen grijp ik omhoog en pak haar billen vast. Zo stevig dat het me lukt om haar nog ietsje naar beneden te drukken. Nu kan ik mijn tong gebruiken om haar clit te likken. De roze binnenkant van haar vulva zoenen, de nattigheid oplikken die in mijn richting drupt. Ondertussen drukt Dendera haar lippen op mijn clitoris en zuigt er zachtjes op. Het bezorgt me een diepe rilling van genot.

Terwijl ik zo fantastisch gebeft wordt en ook de sensatie van Dendera mag ervaren, zie ik plots boven mij de penis en ballen van de farao. Hij is zacht naar ons toe gekomen en staat nu op het punt om Dendera van achteren te benaderen. En jawel, daar schuift hij zijn mannelijkheid zomaar tussen haar schaamlippen en begint haar in een gestaag ritme te neuken. Die aanblik heb ik op die manier nog nooit gehad. Mijn geest kan het nauwelijks verwerken, maar doet dat toch door mij een geweldige climax te bezorgen. Trillend schok ik mijn vulva tegen de mond van Dendera aan. Mijn hijgen en kreunen klinkt door de kamer op het ritme van de heerlijke verkrampingen in mijn vagina. Lang gerekte samentrekkingen brengen me in een zevende hemel. Tot ik bijkom, en kijk naar de heen en weer schuddende ballen. De geaderde piemel die de schaamlippen van Dendera in en uit laten ribbelen.

Terwijl zij op mijn buik rust met haar borsten en haar billen omhoog laat steken, stoot de farao nu flink door. Hij neukt mijn vriendin in een moordend tempo. Ik hoor haar luid kreunen van opperste opwinding. Zo hoog en intens dat ik niet anders kan dan concluderen dat ook zij ondertussen haar hoogtepunt over zich uitgestrooid krijgt. En nog steeds gaat de pik van de farao in en uit, tot we beiden horen hoe hij gromt, snuift en bromt. Zijn penis is nu tot aan zijn balzak in het lichaam van Dendera verdwenen. Stevig drukt hij nog even aan. Ik kan het niet laten zijn ballen te voelen in mijn hand. De spanning daarin is overduidelijk. De krampen in zijn onderlijf zijn het teken van zijn naderende hartgrondig klaarkomen dat samengaat met de samentrekkende bewegingen die mijn vriendin met haar onderlichaam maakt. Plots trekt hij terug, grijpt zijn pik en spuit een straal sperma over de billen voor hem, terwijl hij gromt als een leeuw die z’n prooi verscheurt.

Daar zitten we gedrieën op het bed. Tussen ons in ligt de schaal met fruit en op het tafeltje naast het bed staan onze drinkbekers met ’s lands beste wijn. Totdat er plotseling op de deur gebonsd wordt. Als de farao toestemming heeft geroepen om binnen te komen, staan er twee wachters in de kamer. Tussen hen in staat… Sagira! Ik merk haar geschrokken blik op, wanneer ze naast het bed een half afgekloven appel ziet liggen, waarin een groot mes rechtop staat. Als de wachters hun verhaal hebben gedaan, over wat de eunuch Moussa hen heeft verteld, is de farao onverbiddelijk. De vrouw wordt in het gevang gegooid, Moussa wordt bevorderd in rang en wij mogen een wens doen. Wat wij kiezen is een man naar keuze. Niet alleen rijk, maar ook eentje die zorgzaam is en seks een ware levensbehoefte vindt!

Lore