Blog Image

Verhalen voor de 4Fingers

OF U ER ZELF BIJ WAS.

2Blog2 - Megamastos

DOPINGCONTROLE

Zestiger Posted on zo, oktober 15, 2017 10:44:38

DOPINGCONTROLE (als
je wint, heb je vrienden…)

Inleiding

Het ging me al een paar weken écht voor de wind. Ik zat op
mijn tweede jaar in Leuven, was vrij vlot geslaagd in mijn eerste jaar en
behoorde dus niet meer tot de groentjes. Ik kende intussen de weg, had er
vrienden en vriendinnen, had bewezen dat ik het allemaal aankon en dat was toch
wel een geruststelling voor mezelf én voor mijn ouders; zij zaten me nu niet
meer zo overbezorgd op de hielen. Er was thuis en bij mezelf stiekem toch wel
een hele berg stress weggevallen.

Ook in mijn belangrijkste passie, volleybal, liep het de
laatste tijd bijzonder lekker. Sinds ik me erbij had neergelegd dat mijn kleine
gestalte een te grote handicap zou blijven om ooit een echte topper te worden,
had ik paradoxaal genoeg veel meer plezier gevonden in het volleybal én begon
ik beter te presteren. Eigenlijk verkeerde ik nu in bloedvorm en speelde ik een
heel pak beter dan iemand twee jaar geleden had durven te voorspellen. Ik
voelde me perfect in mijn sas in mijn rol als super-sub. Onze coach liet me in
de reservewedstrijd op alle posities spelen, kwestie van én mijn
fingerspitzengefühl als spelverdeler, én mijn receptie- en verdedigingswerk op
peil te houden. Tijdens de hoofdwedstrijd van mijn team liet hij me zowat elke
set even opdraven in het achterveld, voor mijn goede service en mijn
betrouwbaarheid in receptie en verdediging, en soms ook weleens op de
spelverdeling. Wat wil een (te kleine) jongvolwassene nog meer?

Op de momenten dat ik in de reservewedstrijd niet de
spelverdeling deed, was ik dus automatisch ook aanvaller. Dat was nieuw voor
mij, en reken maar dat ik me lustig uit kuurde, ondanks mijn gebrek aan lengte.
Je kon er niet meer naast kijken; ik was dankzij mijn techniek, vista en grinta
in feite een veelzijdige, tamelijk complete volleybalspeler geworden. Het bleef
sowieso doodjammer van die ruim dertig centimeter (gestalte plus reikwijdte met
mijn armen) die ik tekortkwam in het blok, maar dáár had ik dus een streep
onder getrokken. Het was zoals het was, punt!

Kortom, ik leefde de laatste weken op een wolk, zat
boordevol testosteron en energie. De levenslust droop eraf… Het was me niet
ontgaan dat die vrolijk zelfverzekerde houding een interessant neveneffect had.
Ik lag sinds korte tijd duidelijk veel beter in de markt, en genoot van de
vriendelijke blikken en belangstelling van de meisjes, in Leuven en in de club.

Hoofdstuk 1 – De
topwedstrijd

Wij hadden al vroeg in het seizoen een topmatch en daarnet,
in de reservewedstrijd, had ik mezelf en de anderen alwéér verbaasd; man, man,
prima wedstrijd was dat! Ik stond in alle bescheidenheid echt versteld van
mezelf. Aces gescoord en verwarring gezaaid met mijn service; kwistig gedurfde
pasjes uitgedeeld; mijn ploegmaten opgejut tot een hoger niveau; nauwelijks op
een foutje te betrappen in receptie, verdediging én aanval. Ik had zelfs
gescoord met mijn blok! Tja, als je eenmaal in de flow zit, valt echt álles
mee. Na de reservewedstrijd kreeg ik een goedkeurend schouderklopje van de coach,
met de instructie om even te rusten en me daarna goed opgewarmd klaar te houden
tijdens de hoofdwedstrijd; hij kon me vandaag meer dan ooit gebruiken!

De eerste set ging kansloos verloren. In de tweede set ging
het gelijk op. Ook nu moest ik, zoals bijna altijd, halfweg de set even onze
aanvallende reus Carl vervangen in het achterveld; behoorlijk druk gezet met
mijn service én een ace geslagen, foutloos in de receptie en een paar moeilijke
ballen netjes verdedigd. Toen ik weer aan het net kwam, en uiteraard weer
vervangen werd, hadden we een kleine voorsprong opgebouwd. Ik had duidelijk
mijn bijdrage geleverd, mijn taak zat er weer op voor deze set, en ik ging met
een zelfvoldane brede smile even op de bank rusten.

Bij zijn eerste actie aan het net kwam Carl verkeerd neer.
Hij zakte door zijn enkel en schreeuwde het uit van de pijn. Het spel werd
stilgelegd, spelers van beide ploegen troepten samen rond de ongelukkige die
duidelijk niet meer verder kon. Op de bank kreeg ik het meteen warm én koud
tegelijk; het reglement was duidelijk. Carl was al vervangen geweest, door mij,
en dus móést ik en niemand anders hem nu vervangen voor de rest van deze set,
ook al was ik niet bepaald de ideale speler om aan het net mee te draaien.

De coach gaf me wat instructies en ‘je kúnt het’ mee toen ik
het terrein weer opstapte. Enkele spelers keken wat meewarig en moedeloos
wegens deze plotse gestaltehandicap, anderen geloofden er nog in. Op de tribune
was het muisstil. Het punt werd opnieuw gespeel en de spelverdeler van de
tegenstander stuurde de bal uiteraard meedogenloos naar de aanvaller die recht
tegenover mij stond. Die dacht allicht dat hij dé kans van z’n leven had tegen
dit onderdeurtje en haalde blind uit. Intuïtief voelde ik dat hij zonder meer
rechtdoor zou gaan, voor een moordende ‘winner’ laag over het net, binnen de
driemeterlijn. Ik sprong met alles wat ik in mijn kuiten had en maakte mijn
blokje zo agressief mogelijk. Tot ieders verbazing kreeg die kerel zijn bal via
mijn blok droog op zijn voeten terug. Wel, wel, wel; een schoolvoorbeeld van
een killblock! Gejuich aan onze kant van het terrein en op onze tribune. Ik had
zopas hét punt van mijn stoutste dromen gescoord! De natte droom van élke
volleybalspeler.

We stelden ons opnieuw op voor het volgende punt en mijn
midden-blokker Jan fluisterde me toe dat de bal heel waarschijnlijk opnieuw
naar dezelfde aanvaller zou gaan.

“Ik kom aansluiten,” zei Jan, “dus geef me
ruimte!” Hij kreeg gelijk, er kwam opnieuw een snelle bal naar dezelfde
aanvaller, maar Jan had hierop gegokt en ik voelde dat ie op komst was. Ik liet
de hoofdslagrichting voor hém en sloot zo hoog mogelijk – deze keer defensief –
het ‘straatje’ langs de lijn af. Hij sloeg inderdaad in mijn blok, en deze keer
zeilde mijn terug botsende bal met meer geluk dan iets anders diagonaal over
alle tegenstanders heen om sarrend onbereikbaar helemaal aan de overkant in het
hoekje van hun terreinhelft neer te komen. Ik werd gek, mijn ploegmaats werden gek,
onze supporters werden gek; deze kleine jongen, ‘onbruikbaar’ aan het net, had
zopas twee ballen gescoord, nota bene met zijn nietige blok, net alsof dat mijn
dagelijkse job was.

Meteen time-out bij de tegenstander. Onze coach pepte ons
verder op, voor zover dat nog nodig was, en waarschuwde ons dat het mij niet
elke keer zou lukken, maar dat we erin moesten blijven geloven, hoe dan ook,
dat dit hét psychologische moment in de wedstrijd was enz… Om een lang
verhaal kort te maken; mijn team stoomde door op adrenaline, bij de
tegenstander begon al snel het onderlinge gemor, en wij wonnen de set.

Ik was tevreden over mijn prestatie maar evenzeer verrast
dat de coach ook de volgende set met mij wilde starten; er waren immers heus
wel andere, grotere reservespelers om de plaats van Carl in te nemen. Maar hij
was duidelijk.

“Jij start. In ieder geval. Je bent onze joker. Wat je
aan het net tekortkomt, compenseer je dan maar met je service en in het
achterveld. En als ze je aan het net écht consequent in de luren gaan leggen,
haal ik je er weleens uit.”

Om ook dit verhaal kort te maken (al kan ik hier werkelijk
bladzijdenlang van genieten); wij wonnen de wedstrijd met 3-1. Ik werd niet
vervangen, draaide prima mee, scoorde en liet mijn maten scoren, en werd
slechts af en toe een beetje belachelijk gemaakt met mijn blokje.

Hoofdstuk 2 – Als
je wint, heb je vrienden…

Het waren lichtjes uitzinnige taferelen na deze gewonnen
topwedstrijd. Zelfs Carl, die nu toch wel dringend naar de spoed moest voor die
enkel, probeerde mee te huppelen in onze rondedans. De coach van de
tegenstander was sportief genoeg om me oprecht te feliciteren met mijn
berenwedstrijd; de dame uit het clubbestuur die bij ons al eeuwen als official
het wedstrijdblad beheert, vloog me om de hals en liet me pas los toen ik werd
opgeëist door de meisjessupporters die het terrein bestormden. Ik kreeg hugs en
knuffels en kussen van meisjes en dames van wie ik zelfs de naam niet kende.
Dat was allemaal leuk, die meisjes die zowat tegen me aanreden, maar ik moest
me toch even losrukken en me naar het toilet reppen, want tegen het einde van
de laatste set was de druk op mijn blaas geleidelijk onprettig toegenomen. Dat
kwam door de spanning natuurlijk. Terwijl ik gelukzalig mijn straal in de
pisbak mikte – man, man, wat kan dat goed doen, zeker in zulke omstandigheden –
kwam die ene speler van de tegenstander bij de volgende pisbak staan. Zag er
niet zo happy uit. Hij grijnsde eens zuur naar mij. “Als ik bij die éérste
bal mijn verstand gebruik, wordt het heel anders” zeurde hij.

“Dat denk ik ook” antwoordde ik, en om het mes nog eens
goed in de wonde te draaien voegde ik er gewillig aan toe. “Daar ben ik
zelfs héél zéker van.” Zo, die had iets om over na te denken en zichzelf
te vervloeken, straks in de bus naar huis.

Lekker leeg gepiest kwam ik onze kleedkamer binnengestapt.

“Ha, hier is ie” zei onze teammanager droog. “Jij
moet meteen mee naar het EHBO-lokaal. De mannen van Volksgezondheid zijn er
voor een dopingcontrole, en ze hebben jou uitgekozen.” Ik hoorde het in
Keulen donderen. Een dopingcontrole? Hier? Op ons niveau? Bij volley van tweede
categorie? En dan uitgerekend deze reservespeler? Dit moest een grap zijn, dat
kon niet anders. Ik keek naar de anderen. Iedereen had er lol in. Net dán kwam
de voorzitter de kleedkamer binnen met een plateau vol bier. Gejuich. Normaal
hield ik me bij zulke belevenissen rustig op de achtergrond, afwachtend of er
ook een pintje voor mij bij was; deze keer geneerde ik me niet om meteen een
pint weg te grissen. Geen halve minuut later kon de voorzitter weer ophoepelen met
lege glazen, maar hij beloofde nog een tweede rondje, zó tevreden was ie. Die
dopingcontrole was ik al vergeten.

Ik nam mijn tijd om te douchen en na te genieten van mijn
match en kwam als een van de laatsten uit de kleedkamer, mijn lange krullende
haren nog nat en slordig in de war, jas over m’n sporttas. De eerste die ik
buiten de kleedkamer tegenkwam, was de vrouw van de voorzitter. Een sexy
wijfje, een stuk jonger dan de voorzitter zélf. Tussen de oudere spelers werd
al eens geïnsinueerd ‘dat zij er niet vies van was’, dat ze geregeld een jong
blaadje lustte en dat de voorzitter dat zelfs wist maar het oogluikend toeliet.
Dan werd eens gegrinnikt, en iets zei me dat een paar van mijn ploegmaten iets
te verbergen hadden.

Ikzelf was allicht onbetekenend voor haar. Ze had nog nooit
een woord tegen me gesproken, amper een goeiedag, kende tot vandaag
vermoedelijk niet eens mijn naam, maar nu vloog ze me om de hals alsof ze me
wilde versmachten. Ik liet het me welgevallen, ook toen ze me weer losliet en
vanop kleine afstand met haar vingers als een kam door mijn lange haren begon
te harken om ze wat in model te krijgen. Ik vond het heel bijzonder hoe ze met
die ene hand mijn haar verzorgde en tegelijk met haar andere hand mijn schouder
vasthield om me onbeweeglijk te houden. Ik voelde de duim van die hand door
mijn hemd priemen en bewegen alsof ze me daar een puntmassage wilde geven. Het
voelde prettig aan en ze rook heel lekker.

“Jij hebt gewéldig gespeeld” kirde ze vleiend. “Je
was dé ster op het plein. Zonder jou hadden we vandaag zeker verloren!” En
net toen ik begon te pruttelen dat de hele ploeg zich had geweerd, kuste ze me
gewoon recht op de mond. Ze pakte me opnieuw stevig in haar armen, drukte me
tegen zich aan, met haar onderbuik tegen mijn piemel die meteen prettige
signalen stuurde en fluisterde. “Mijn kampioen!” en ze kuste me
opnieuw op de mond. En wég was ze, de trap op naar de cafetaria, mij
verbouwereerd achterlatend, met een begin van bronstige lust. Toen ze afdraaide
om de trap te nemen, keek ze nog eens naar me om en ze tuitte haar lippen in
een kus. ‘Als je wint, heb je vrienden’, galmde Henny Vrienten door mijn hoofd.

Hoofdstuk 3
Touche

Ik wilde haar naar boven volgen, naar de cafetaria, maar
werd onderschept door de teammanager.

“Ha, hier is ie” zei hij net zoals hij me een kwartier
geleden had aangesproken. “Zeg, die mannen van de dopingcontrole zijn niet
content hè. Je had daar allang moeten zijn!” Ik begon weer te lachen maar
hij bleef voet bij stuk houden; het was écht! Uiteindelijk liep ik met hem mee,
en ja, in het EHBO-lokaal zaten inderdaad twee ernstige kerels te wachten. Ik
kon het nog altijd niet geloven maar ze legitimeerden zich, vroegen op hun
beurt mijn identiteitskaart en gromden dat ik in principe recht van het terrein
naar hén had moeten komen.

“Maar ik moest dringend piesen, vóór ik hiervan wist,”
protesteerde ik naar waarheid.

Enfin, ik moest dus een plasje maken voor de heren. Dat
lukte natuurlijk niet, onmogelijk; vlak ervoor mijn blaas leeggemaakt en voor
het overige was mijn hele lijf uitgedroogd van twee wedstrijden na elkaar. Na
veel vijven en zessen kreeg ik toestemming om even naar mijn maats in de
cafetaria te gaan en daar een en ander te drinken. Ze liepen voor alle
zekerheid mee naar boven om zelf ook iets te drinken en mij allicht in het oog
te houden.

Boven in de drukte begonnen de feestelijkheden opnieuw. Ik
moest nog wat gelukwensen van supporters in ontvangst nemen, kreeg meteen een
pint aangeboden en straalde allicht. (‘Als je wint, heb je vrienden, rijen dik’,
zoemde door mijn hoofd.) Maar telkens opnieuw kruiste mijn blik die van de
voorzittersvrouw die bij een groepje iets verderop stond. Zij zocht zelf
telkens opnieuw oogcontact en keek me dan indringend aan. Ik keek niet weg. Ik
voelde me geweldig en ik voelde me bronstig, en ik besloot haar spelletje mee
te spelen en haar afwisselend te negeren en dan weer brutaal de confrontatie
met haar blik aan te gaan. Probeerde een soort uitdagend spottende grijns op
mijn gezicht te toveren, sperde mijn ogen en neusvleugels een ietsje groter,
lette op mijn houding om er zo stoer mogelijk uit te zien.

In het gedrum van de drukte van te veel groepjes in een te
kleine ruimte voelde ik opeens op mijn heup de zelfverzekerde hand van een dame
die zich tussen de massa doorwrong, op weg naar een ander groepje. Ik voelde
haar licht maar duidelijk bewust knijpen en zonder te kijken wist ik dat zij
het was, en ik bleef halsstarrig staan tot ze hardop vroeg.

“Mag ik er even langs, asjeblieft…” en in mijn oor
fluisterend aanvulde “lekkere jongen.”

Nu ging ik wél opzij, terwijl ik me tegelijk naar haar
toekeerde en hardop

“Natuurlijk!” antwoordde en er fluisterend, alleen
voor haar oren, (on)dubbelzinnig “Voor jou álles” aan toevoegde.

Ze kneep nog even door, keek me nog even aan met een blik
die ik vertaalde als ‘dat hoop ik’ en vervolgde haar weg.

Hoofdstuk 4
Meer dan flirten…

Even later was het tijd om te vertrekken. Onze gewoonte was
na onze thuismatchen en na het douchen beleefdheidshalve en voor de goede
verstandhouding een kwartiertje te blijven hangen en consumeren in de cafetaria
van de sporthal en dan te verhuizen naar ons supporterslokaal. Probleem; ik
moest mijn plas nog maken, en ik had geen auto. “Schiet dan op, man, knijp
het eruit” maakten mijn ploegmaats zich vrolijk, en “In één keer al uw
zever uitspuwen, zouden ze daar ook iets mee kunnen aanvangen?” of
“Laat je eens goed afrukken, dan komt het er wat dikker uit” en meer
van die fraaie praat van opgefokte jongeren onder elkaar. Maar het probleem
bleef gewoon bestaan; ik had niet het gevoel dat ik het eerste half uur ook
maar een druppel zou kunnen piesen.

“Gaan jullie maar. Ik blijf wel even op hem wachten”
klonk een damesstem zakelijk achter mijn rug. De vrouw van de voorzitter die
zich opofferde voor de club, haha.

“Da’s een goed idee, Yvonne” beaamde de voorzitter die
er verder geen aandacht meer aan besteedde en de hele volleybalfamilie
aanmaande om te verhuizen naar onze thuisbasis.

“Pas maar op dat zij hem er niet afbijt,”
fluisterde lange Jan me grinnikend in mijn oor, “want ze ziet eruit alsof
ze honger heeft…” Ik meende ook een grijnzende blik van verstandhouding
tussen mijn twee oudste ploegmaats te bespeuren en het leek me best om te doen
alsof mijn neus bloedde.

Even later was zowat de hele volleybalfamilie verdwenen.
Onze tegenstanders waren eerder al ontgoocheld afgedropen. De cafetaria was zo
goed als leeggestroomd, behalve enkele supporters die niet meegingen naar het
clublokaal en liever hier nog wat consumeerden, de mannen van de
dopingcontrole, de aanhang van de zaalvoetballers die beneden in de sporthal
bezig waren, voorzittersvrouw Yvonne en ik na. Zozo, die Yvonne… Volgens mijn
ploegmaats waren haar intenties dus duidelijk. Ik keek nog heel even door het
raam naar het zaalvoetbal, socialiseerde ook heel even met de supporters,
stapte naar de dopingmannen met de melding dat ik nog altijd niet kon,
offreerde hen een pintje om het wachten te verzachten en zocht daarna Yvonne
op. Zij stond alleen aan een klein tafeltje wat opzij. Ik hoedde me ervoor om
al te gretig over te komen, ook al omdat ik niet wist of de achtergebleven
supporters haar reputatie kenden. Maar ik was intussen wel bronstig.

“Ik vind het heel bijzonder dat uitgerekend ú op me
wacht,” zei ik, “maar het kan nog even duren, vrees ik…”

“Da’s niet erg, tenminste als je me niet voor niets
laat wachten,” waarschuwde ze me subtiel en dubbelzinnig. “Ik verdien
wel een beloning, vind ik,” ging ze voort. Ik flirtte. “Voor zo’n
mooie dame doe je immers álles…”

Ze lachte me koket toe. “Charmeur!” En ze
vervolgde. “Ik heb staan denken; toch opvallend hoe jij het laatste jaar
veranderd bent; een hele kerel geworden!”

“Wie is hier nu de charmeur” haakte ik spottend in.

Ze begon me uit te vragen over mijn studies, volleybal, over
mijn toekomst, of ik een liefje had. Elke kans die zich voordeed om mij even
aan te raken of over mijn hand te strelen, greep ze. Ik haalde nog iets te
drinken voor ons tweeën (ik was intussen overgeschakeld op water) en ging wat
dichter naast haar in plaats van tegenover haar staan.

“Kan je zwijgen?” Vroeg ze plots. “Kan je een
geheim bewaren?” Ze keek me indringend in de ogen. Ik knikte.

“Ja, dat kan ik” bevestigde ik formeel. “En dat
dóé ik ook.” Even later bestelde zij nog een extra glas voor mij, weer een
excuus om mij even in mijn heup te knijpen…

Hoofdstuk 5 – Dat
plasje

De dopingmannen kwamen me sommeren dat het nu toch wel tijd
werd. Ik excuseerde me bij de voorzittersvrouw en dronk nog snel mijn glas leeg
(alsof dat zou helpen) vooraleer met hen mee te stappen. Terwijl ik dronk,
greep ze me even bij mijn arm, kwam nog wat dichter bij me en fluisterde
schalks. “Ik hoef geen handje toe te steken bij het plassen, zeker?”

Ik verslikte me haast in mijn glas water, hoestte en flapte
er onbezonnen uit. “Nee, maar daarna misschien wél!” Meteen daarna
vroeg ik me af of dit niet al te vrijpostig was geweest. Haar geile blik
verraadde echter dat zij net hetzelfde dacht.

Terwijl ik met de dopingcontrolekerels meeliep en al
voorbarig begon te genieten van onbestemde avonturen met die duivelse Yvonne,
voelde ik uiteraard een erectie opkomen. Ik moest mezelf dwingen om aan andere,
minder prettige dingen te denken – lekke band met de fiets, en dan door en door
nat en kil, rillend en klappertandend met de fiets aan de hand door koude,
regen en wind naar huis worstelen, bijvoorbeeld – om opnieuw een klein pietje
te hebben om te kunnen piesen. Het duurde uiteindelijk toch nog wel een minuut
of tien vooraleer ik eindelijk het zo begeerde staaltje kon afleveren. En al
die tijd mocht ik niet dagdromen over wat me straks wellicht te wachten stond.

Enige tijd later was het dan toch gebeurd. Ik wuifde de
dopingcontroleurs uit en haastte me terug naar de cafetaria maar daar was geen
geil voorzittersvrouwtje meer te bespeuren. In het hoekje dat we na de
wedstrijd of training altijd inpalmden, lagen alleen nog mijn sporttas en jas.
Het tafeltje waar ik een kwartiertje geleden nog met hooggespannen
verwachtingen had staan keuvelen met de duidelijk hitsige voorzittersdame, was
keurig afgeruimd. Ik wist niet goed wat doen, bestelde een pintje en ging door
het venster wat naar het zaalvoetbal kijken maar keek voortdurend om. Waar was
ze gebleven? Even naar het toilet? Maar dan duurde dat toch vrij lang. Had ze
zich bedacht en was ze toch maar naar huis vertrokken? Leek me ook alweer
onwaarschijnlijk.

Hoofdstuk zes
Gladiator

Eindelijk kwam ze toch weer opdagen, haar jas over haar vrij
grote handtas. Ik vergaapte me aan haar jurk die haar prachtige vormen
accentueerde, maar ik durfde te zweren dat ze andere panty’s aanhad dan
daarnet… Er zat nu een opvallende structuur in die me anders beslist eerder al
had moeten opvallen.

Ze kwam bij me staan en fluisterde me toe; “Ik heb me
wat opgefrist… Ik wil dat jij het even lekker vindt als ik…” Ik hapte naar
adem en wist niet wat zeggen. “Ga je mee?” vroeg ze. Ik knikte
sprakeloos opgewonden, liet de rest van mijn pintje staan, griste gauw mijn
sporttas mee, zwaaide naar de kroegbaas en haastte me achter haar aan.

Ik mocht mijn sporttas en jas dumpen in de kofferbak van
haar sportwagen. Ook zijzelf liet haar jas en tas in de kofferbak glijden. Toen
ze achter het stuur ging zitten, viel me op dat haar jurk tijdens dat instappen
vrij hoog was opgeklommen; ik keek even bewonderend rond in de schitterende
Mercedes maar zag vooral haar licht gespreide benen en een minuscuul strookje
bloot vlees tussen de rand van haar jurk en de rand van haar stay-ups. Ze
startte, schakelde, reed weg en legde meteen haar vrije hand op mijn dij. Ik
bromde/kreunde lichtjes goedkeurend.

“Heb je wat voor mij, kanjer?” Vroeg ze
onomwonden.

“Zeker. Voel maar” antwoordde ik brutaal.

Ze greep me in mijn kruis, loste enkel om te schakelen en
legde haar hand dan opnieuw tussen mijn benen. Ik ging gewillig wat verzitten
om haar vlotter toegang te geven.

“Wil jij meteen naar het supporterslokaal of heb je wat
tijd voor mij?”

“Supporterslokaal kan de boom in, ik wil jou”
antwoordde ik nog wat brutaler terwijl ik nu ook mijn hand op haar dij legde.

“In het oude Rome waren adellijke dames gek van
gladiatoren” zei ze.

“Dat heb je vandaag ook nog, bij boksers bijvoorbeeld”
antwoordde ik. “In een van die Emmanuelle-films vechten ze tot bloedens
toe; de winnaar mag met haar vrijen.”

“Dat heb ik gezien, ja. Ik werd er helemaal opgewonden
van. Ik wou er ook wel zo eentje.”

“Ik heb wel niet tot bloedens toe voor je
gevochten.”

“Nee, maar je bent de lieveling van het publiek. Die
wil ik. Dat is waar ik op kick.” En ze kneep in mijn pik die intussen
bijna op springen stond.

“Ik wil je kutje proeven” ging ik nu resoluut in de
aanval.

Ik voelde haar sidderen, gleed met mijn hand hoger en voelde
een klein stoppelveldje op haar onderbuik; ze had geen slipje aan!

“Ik weet zeker dat je graag hebt dat ik je daar lekker
nat lik” ging ik voort, op een manier die veel meer macho klonk dan ik
eigenlijk was.

Ik voelde dat ze helemaal in stemming aan het geraken was.
Ze verplaatste haar hand uit mijn kruis naar mijn hand en stuurde deze verder
tussen haar benen.

Hoofdstuk zeven
Parkingseks

“We zijn er zo,” zuchtte ze. Ik lette even op; ze
was op weg naar het natuurreservaat. Parkingseks op komst. Op de ruime parking
zag ik in een hoek een auto staan, gedimde binnenverlichting. Ze reed tot de
andere hoek, parkeerde achterwaarts, schakelde de motor uit en schoof haar
zetel helemaal achterwaarts met de rugleuning achterover. Trok haar jurk verder
omhoog en ging wijdbeens achteroverliggen met haar kutje naar mij gericht.

“Waar wacht je op,” fluisterde ze.

Ik genoot heel even van het haast onzichtbare moois in het
maanlicht, zocht de bediening van mijn zetel en schoof die ook achteruit,
draaide me zo goed en zo kwaad ik kon om op mijn knieën, langs de
versnellingspook en ging met mijn tong op zoek naar haar kutje. Deed mijn
stinkende best om haar te verwennen en kneedde tegelijk die heerlijke
billetjes. Het duurde niet lang voor ze begon te kreunen en te steunen,
lichtjes te schokken en te zuchten. Geen minuut later voelde en hoorde ik haar
een eerste keer klaarkomen. Ik maakte me even los om haar te bekijken. Ze
maakte van de gelegenheid gebruik om nog wat verder onderuit te zakken en haar
benen omhoog te trekken, zodat ik in het schemerdonker nu ook haar hele kontje
te zien kreeg.

“Nog” beval ze fluisterend.

Ik streelde met mijn vingers over en rond haar kutje, ook
het plekje tussen kontgaatje en kutje, en voelde hoe ze daar gretig op
reageerde. Dat gaf me de nodige moed om verder naar achter te glijden, rond
haar kontgaatje. Ze schokte en kermde. Ik probeerde moeizaam mijn houding wat
aan te passen om met mijn gezicht dieper te geraken, en probeerde nu resoluut
haar bilspleet en de omgeving rond haar kontgaatje te likken. Ze kreunde hevig,
maar ik verkrampte helemaal in die positie. Probeerde toch nog even vol te
houden, raakte met het puntje van mijn tong zowaar heel even haar aars maar gaf
het meteen op.

“Dat lukt zo niet” zuchtte ik hijgend.

“Wacht” antwoordde ze en ze draaide zich lenig om,
wijdbeens op haar knieën om me zo haar kont toe te steken. Gretig ging ik
opnieuw in de aanval. Ik likte opnieuw de billen van haar lekker fris ruikende
kontje en voelde dat ze hier helemaal gek van werd. Ik voelde hoe ze snel weer
naar een orgasme raasde en was nu zelf volledig van de wereld. Zonder ook maar
een seconde na te denken bij wat ik nu eigenlijk aan het doen was, probeerde ik
met mijn tong binnen te dringen in haar aars. Een gilletje bevestigde dat ze
opnieuw klaarkwam en dat ze het bijzonder vond. Ze draaide opnieuw op haar rug.
“Gekke jongen” lachte ze als om zichzelf goed te praten, en ik vond mijn
gedrag inderdaad maar hoogst twijfelachtig en niet meteen voor herhaling
vatbaar, maar ik wist verrekt goed dat ik een héél gevoelig plekje gevonden
had. Terwijl ik met mijn ene hand mijn neus en mond even ‘schoonveegde’ ging ik
met de vingers van de andere hand op zoek naar haar kutje dat intussen
effectief een grotje geworden was. Eén, meteen twee vingers erin, zachtjes
schuivend en wroetend terwijl ik haar aankeek. Ze tuitte haar lippen naar me.
Moeizaam werkte ik me over haar heen terwijl ik haar bleef vingeren. Ik had
niet verwacht dat ze me nu wilde kussen, nu ik pas haar dessous gelikt had,
maar dat was fout; ze kwam me tegemoet en begon gretig te tongen terwijl ik
mezelf wat ondersteunde met de ene arm en tegelijk haar kletsnatte kutje bleef
vingeren. Hoe graag zou ik haar borstjes voelen, maar ik had helaas geen derde
hand. Het was niet duidelijk of het door het vingeren kwam dan wel door het
tongen, of door de combinatie, maar ze begon alweer te sidderen en te schokken.
Heel even vreesde ik dat ze mijn tong zou stukbijten maar haar derde orgasme op
vijf minuten tijd kwam er zonder schade.

Hoofdstuk acht
Finale

Ze duwde me wat van zich weg. Ik had zelf ook mijn bekomst
van mijn gymnastische standjes en ging even in een tamelijk gewone houding
zitten in mijn kuipzetel. Meteen voelde ik haar hand op mijn dij, zoekend naar
mijn kruis, broeksriem en rits. Ik hielp haar mijn pik tevoorschijn te toveren.
Ze bekeek me glimlachend toen ze hem zachtjes begon te rukken.

“Zal ik dan nu mijn lekkere kampioen eens
verwennen?” Ze boog over me heen nog voor ik een antwoord kon verzinnen, en
begon de eikel te likken. Met haar natte tong bewerkte ze het gaatje, het
riempje en de hele eikel. Ze gleed langs de hele schacht op en af en slokte
vervolgens het bovenste stuk in haar mond om te zuigen, te likken, te happen.
Ik voelde haar tanden net niet pijnlijk over het riempje en de eikelrand
glijden en ging snel in de richting van de zevende hemel.

“Yvonne…” waarschuwde ik met verkrampte buik- en
bilspieren, “ik ga zo meteen klaarkomen als je zo doorgaat.” Ze gaf
geen krimp en zette haar werkzaamheden voort, nog gretiger leek het wel.

Ik werd er zowaar een beetje nerveus van; zo meteen spoot ik
hier die hele Mercedes onder, en haar kleren, en haar gezicht…

“Yvonne…” kreunde ik opnieuw, maar ze ging gewoon
voort. Ik probeerde uit alle macht me te beheersen, maar seconden later volgde
grommend, schokkend de verlossende ontlading met een reeks naschokken. Al die
tijd bleven de eerste vijf centimeters van mijn pik in haar mond, zonder ook
maar iets te knoeien. Zodra ik uitgeschokt was en me gewonnen gaf, zoog ze
krachtig het laatste druppeltje uit mijn eikel. Met gesloten gevulde mond kwam
ze overeind. Ze lachte naar me en net toen ik verwachtte dat ze het portier zou
openen om alles buiten uit te spuwen, zag ik haar uitdagend een slikbeweging
maken. Ze opende haar mond, liet me zien dat ie zo goed als leeg was, op een
paar restjes na, slikte nogmaals en kwam naar me toe. Ik kende na mijn
ongehoorde belevenissen van de laatste paar minuten geen enkel taboe meer en
ging er gretig op in. We tongden een hele tijd, en ik kreeg nu eindelijk de
kans om haar borsten te voelen en te kneden. Even later maakte ze zich van me
los.

Hoofdstuk negen
Frustratie of …

“Hèhè, dat was fijn” zei ze na een diepe zucht. Ze
stapte snel even uit om haar kleren wat te herschikken, stapte even snel weer
in, toverde een klein plasticflesje spa reine en een paar tissues uit een vak
in haar portier, bevochtigde handig een tissue en veegde er zorgvuldig haar
gezicht en haar lippen mee schoon terwijl ze in de achteruitkijkspiegel tuurde,
bood mij ook een bevochtigde tissue aan waarmee ik eerst mijn gezicht en daarna
mijn slappe pik een beetje opknapte. Ook ik stapte even uit om mijn pik op te
bergen en mijn kleren te herschikken. Toen ik weer instapte, had ze een plastic
zakje klaar om mijn tissue in op te bergen. Het leek allemaal routine, merkte
ik enigszins gefrustreerd. Ze had ook haar zetel weer vooruitgeschoven. Nog
voor ik goed en wel was ingestapt, had ze de auto al gestart. We waren amper
een kwartier bezig geweest. Op naar het supporterslokaal…

Onderweg zat ik een beetje tussen twee gevoelens; dit was
ongelofelijk opwindend en overrompelend geweest. Wilde parkingseks met de vrouw
van de voorzitter. Zoiets had ik uiteraard nog nooit meegemaakt. Tegelijk ook
het gevoel dat ik een nummertje was in een lange rij. Een bijna anoniem
tussendoortje; pik nummer zoveel, snel vergeten, op naar de volgende…

“Ons geheim hè” onderbrak ze mijn gemijmer.

“Ik zwijg als een graf” beaamde ik.

“Jij kan natuurlijk gemakkelijk nog eens opnieuw hè”
verraste ze me toen we al aardig in de buurt van het supporterslokaal kwamen.
“Ik ook. Makkelijk. Ik heb nog lang niet genoeg van je” vervolgde ze. Ik
trok ongetwijfeld grote ogen.

“Drink niet te veel, lieverd. Dan kunnen we straks aan
de tweede set beginnen.” Ik was sprakeloos. “Of wil je me niet meer,
kampioen?”

“Méént u dat?” Ik merkte dat ik, nu we in de buurt
van het supporterslokaal kwamen, automatisch weer naar de u-vorm was
overgeschakeld. “Maar…”

“Wil je niet meer?” Vroeg ze guitig.

“Natuurlijk wel” besliste ik.

“Straks” zei ze geheimzinnig.

Hoofdstuk 10
Supporterslokaal

We stapten uit en gingen zonder nog een woord te zeggen het
café binnen. Dan pas realiseerde ik me dat mijn sporttas en mijn jas nog in
haar auto lagen, maar dat kon me niet schelen. Ik nam gretig het meteen
aangeboden pintje in ontvangst, nam een grote slok om alle vreemde smaken en
eventuele geuren weg te spoelen, en zorgde er daarom ook voor dat er ‘per
ongeluk’ ook een stevige schuimrand onder mijn neus bleef hangen die ik dan ‘onhandig’
uiteen wreef rond mijn mond. Ik moest bij mijn vrienden uiteraard nog
uitgebreid verslag uitbrengen over mijn dopingplas en fantaseerde er nog een
kwartier extra bij in het lange wachten op ‘het kunnen plassen’. Ik zag
enerzijds hoe enkele spelers me geamuseerd observeerden, met een gezicht van ‘ik
weet wel beter’ maar gaf geen krimp. En ik zag anderzijds ook hoe Yvonne een
tamelijk intiem babbeltje sloeg met haar man, die zijn arm liefdevol om haar
zijde geslagen had, met veel gefluister in het oor. Het leek wel alsof hij af
en toe glimlachend eens naar mij keek.

De tijd verstreek. Ik amuseerde me met mijn vrienden en
supporters, als vedette van de dag. Dronk een pintje maar vooral water, zoals
de voorzittersvrouw me opgedragen had. Af en toe, of meer dan af en toe zocht
ik met mijn ogen naar de dame met wie ik zopas een waanzinnig kwartiertje had
beleefd. Af en toe kruisten onze ogen elkaar. Zonder dat anderen haar blikken
konden interpreteren, zag ik aan haar dat ze nog iets van me verwachtte. Ik kon
amper geloven dat ze nog een tweede ronde wilde, en ik begreep niet hoe ze dat
ging organiseren. Maar ik had intussen wel begrepen dat ze van aanpakken wist. Op
zeker moment dook de voorzitter naast me op. Hij feliciteerde me nog eens met
mijn wedstrijd. En terwijl hij me een ietsje apart nam en zijn stem wat dempte,
zei hij. “Yvonne was opgetogen over je prestaties!”

Ik probeerde niet van mijn barkruk te vallen van het
verschieten. Wat bedoelde hij? Ik keek hem verrast aan, en zijn spottende maar
absoluut niet grimmige glimlach maakte me duidelijk dat hij niet naar de
wedstrijd verwees. Mijn blik flitste naar zijn echtgenote elders in het café.
Haar lachje bevestigde wat ik vermoedde; die kerel wist al van ons onderonsje.

“Blijft tussen ons, hè” maande hij me aan. En hij
vervolgde; “Yvonne en ik gaan zo meteen naar huis. Je kunt met ons mee,
als je wil, dan breng ik je straks wel tot bij jou thuis. Maar eerst bij ons
nog iets drinken en zo.” Ik knikte stomverbaasd.

Hoofdstuk tien
Opnieuw op weg

Terwijl hij overal afscheid nam, maakte ik ook aanstalten om
te vertrekken; “Ik kan met de voorzitter mee; ideaal, want ik ben kapot.
Ik heb vandaag verdomme meer dan zes sets gespeeld hè” legde ik uit. (En dan
had ik het niet eens aan mijn auto-activiteiten…)

We vertrokken samen. De voorzitter had te veel gedronken om
zelf nog te rijden, liet zijn eigen wagen dus staan en kroop mee in de auto van
zijn echtgenote. Ik wrong me dus achterin en ging achter haar zitten, terwijl
hij zijn zetel royaal achteruitschoof.

We waren nauwelijks vertrokken toen hij zich naar mij keerde
en zei.

“Pak haar borsten! Zij heeft dat graag.” Ik was
verrast en tegelijk ook niet; mijn avond werd steeds doller. Ik ging op het
randje van de achter-zetel zitten, met de armen om haar rugleuning heen en
geraakte zo nog net bij haar borsten. Begon ze lichtjes te kneden. Zag hoe hij
zijn hand tussen haar dijen wrong. Ze kreunde. Ik hoopte maar dat ze de
controle over haar wagen niet zou verliezen en was tevreden toen we bij hen de
oprit van de poep-chique villa opreden.

Zestiger

Graag jouw waardering
als reactie onder dit verhaal.



De allereerste keer…

Zestiger Posted on zo, april 16, 2017 11:36:52

DIE ALLEREERSTE KEER…

Het nieuwe schooljaar – mijn laatste jaar middelbaar, ergens
in het begin van de jaren 70 (goh, da’s intussen zo’n 45 jaar geleden!) – was
al enkele weken begonnen toen zich in onze klas nog een nieuwe leerling
aandiende. Een ‘Ollander’ nota bene. En vermits ik tot dan de bank op de
laatste rij helemaal voor mij alleen had, werd Harm mijn buur. Ik herinner me
nog goed dat mijn eerste reflex was een beetje op te schuiven naar het kantje
van de bank. Alsof hij een pestlijder was. In feite was het natuurlijk gewoon
opschuiven omdat ik al heel die tijd zowat midden in de bank zat.

De knul verraste me meteen door spontaan zijn hand uit te
steken en “hallo, ik ben Harm” te zeggen.

“Piet”, antwoordde ik terwijl ik zijn hand greep.
“Even wat plaats maken”, stotterde ik heel overbodig om mijn
opschuifbeweging te verklaren.

Harm profileerde zich de weken na zijn komst als een vreemde
snuiter. Stug. Zei weinig, maar áls hij iets zei, was het raak. Ook tegenover
onze leraars. Deed er geen strikjes rond, zei gewoon waar het op stond. Kon een
hele les quasi ongeïnteresseerd afwezig-aanwezig zijn en dan opeens een vraag
stellen of een opmerking formuleren die menig leraar van zijn stuk bracht. Was
enorm gevat en kon logisch redeneren zodat er geen speld tussen te krijgen was.
Nam niks zomaar voor waarheid aan. Koppig ook, als hij overtuigd was van zijn
gelijk. En al te graag altijd weer het laatste woord willen hebben. Dat was
natuurlijk een doorn in het oog van enkele ouderwetse leraren die geen
tegenspraak duldden, en ook bij een hele reeks leerlingen die dit soort
rebelsheid niet kenden. Sommigen waren al geïrriteerd als Harm nog maar zijn
keel schraapte om iets te zeggen. Voor mij, tamme beleefde Belg, was het een
revolutie, zo’n welbespraakte Hollander die af en toe voor opschudding zorgde
met zijn vrijpostige commentaar op momenten dat wij al lang zwegen.

Als buurman in de klas had ik logischerwijze het meest
contact met hem. Alleen al de uitleg over onze lessen en leraren, nota’s
uitlenen, hem wegwijs maken, who’s who en die dingen. En hoewel hij een kei was
in enkele vakken, zat hij met enkele andere vakken duidelijk achterop. Zijn
Frans was uiteraard hopeloos… Kwam daarbij dat hij na school een heel eind in
dezelfde richting als ik moest fietsen. Van het ene kwam het andere: al na
enkele dagen fietsten we na school tot bij hem thuis, maakten we samen ons
huiswerk en namen we ook samen de leerstof door als er een overhoring op til
was. En daarna fietste ik voort tot bij mij thuis.

’s Morgens maakte ik een klein ommetje om hem thuis op te
pikken. Zo maakte ik kennis met zijn moeder, mevrouw Dijkstra (“zeg maar
Sonja, hoor” corrigeerde ze me telkens als ik “mevrouw” zei) en
zijn jongere zus Jana. Een vader had ie niet meer. Die was blijkbaar vorig jaar
verongelukt. Er waren wat onduidelijkheden rond dat ongeval. Zelf spraken de
Dijkstra’s er niet over, maar de geruchtenmolen in de omgeving had het over
‘moord’, ‘afrekening’, ‘veel geld’, ‘gangsters’, ‘héél véél geld’, ‘afpersing’,
‘milieu’… En de weduwe was ginds in Nederland gewoon gek geworden met al die
heisa rond het dossier, kon het daar niet meer uithouden en was daarom naar
België ‘gevlucht’.

Mijn ouders hadden het niet echt begrepen op mijn omgang met
‘die vreemden’ met die duistere achtergrond, maar beseften ook dat er concreet
niks verkeerd aan was. Bovendien vonden ze het allicht toch wel interessant om
hun zoon – mij dus – als een soort spion of insider bij de ‘vijand’ te hebben
en zo eventueel dingetjes uit eerste hand te kunnen vernemen (en voort te
vertellen). Ik vernam echter niet zo gek veel uit eerste hand, en ik was wel zo
loyaal om mijn mond te houden over alles wat ik hoorde of zag. Ik hoorde
trouwens niet veel, maar ik zag wel dat mevrouw Dijkstra (“zeg maar Sonja,
hoor”) naar mijn gevoel een heel erg knappe vrouw was. En charmant en
innemend. Al vanaf de eerste keer dat Harm me mee naar binnen uitnodigde na
school, behandelde ze me heel joviaal: de vrienden van mijn kinderen zijn ook
mijn vrienden, net alsof ze me al heel haar leven kende, bijna als een
adoptiekind. Ik was onder de indruk, betoverd door haar vlotte omgang, en moest
alle moeite doen om haar niet openlijk te zitten aanstaren. Na drie
ontmoetingen was ze mijn godin, en ’s avonds in mijn bed fantaseerde ik voluit…
Zij mocht me graag, dat was duidelijk. Ze vond het geweldig dat ik Harm wat
opving en hielp. Na enkele weken vertelde mijn moeder me dat Harms moeder zélf
zo vriendelijk was geweest om haar te bellen om mij te prijzen, om uit te
leggen dat ze het gewéldig vond hoe ik haar zoon had opgevangen, dat ik
helemaal geen last was bij haar thuis, en of mijn ma het goedvond als ik af en
toe bleef mee-eten en zo.

Ik werd al snel de beste vriend van Harm, en ook vriend aan
huis. Helaas vond mevrouw Dijkstra kort daarna een andere, geschiktere woning,
een kast van een villa met alles erop en eraan, zwembad in de tuin, maar dan in
de villawijk aan de andere kant van het stadje waar we samen schoolliepen. Hun
verhuis vormde een serieuze domper op onze vriendschap: afgelopen met samen
naar en van school fietsen… Die vriendschap hield echter desondanks stand: elke
woensdagmiddag fietste ik tóch mee naar de nieuwe villa om samen een pak
schoolwerk te doen. En bijna elk weekend reed ik ook weer helemaal tot ginds.

Die verhuis naar die kast van een huis maakte ook in de
grote omgeving duidelijk dat mevrouw Dijkstra helemaal geen geldgebrek leed, om
het zacht uit te drukken. Harm vertrouwde me toe dat zich sindsdien heel wat
would-be aanbidders aandienden, maar hoewel zijn moeder (“zeg maar Sonja,
hoor”) geen vrouw was om alleen te blijven, lachte ze voorlopig alle
belangstelling weg. Zo vertelde Harm me ook – maar dat mocht ik onder geen
beding voortvertellen – dat ‘de Giraf’ (onze leraar Frans) zich op zekere avond
in zijn beste pakkie, met een bosje bloemen voor de mamma en met een rooie kop
ongevraagd had aangediend om Harms Frans wat bij te spijkeren. Mevrouw Dijkstra
had die loser vriendelijk bedankt voor het aanbod maar toch maar snel de deur
gewezen, en sindsdien namen de pesterijtjes van de Giraf tegenover Harm
stelselmatig toe. De helft van de klas snapte er niks van waarom Harm het
telkens weer moest ontgelden. Harm bleef er ijzig kalm onder. Stond er
eigenlijk boven, wat de Giraf nog wat meer irriteerde. Ikzélf had me een keer
van plaatsvervangende woede behoorlijk kwaad gemaakt in de klas, en was
daarvoor door de Giraf ‘beloond’ met een flink pak strafwerk. Ik was daarop
mijn beklag gaan maken bij de directeur (jaja, ik was door mijn omgang met Harm
een stuk mondiger geworden!) en die had me uitgelegd dat hij niet tussenbeide
wilde komen in die strafmaat, maar dat hij de zaak zou opvolgen. Tja.

Harm en ik hadden intussen een verbond gesloten dat we samen
een extra inspanning zouden doen op Frans. Van nul herbeginnen, de handboeken
vanaf het eerste jaar instuderen, woordjes en vervoegingen blokken, tot hij
sterretjes zag. Hij moest en zou de Giraf te kakken zetten. Moeder Sonja zat
erbij toen we onze plannen in een strak tijdsschema goten. Het zou ook van mij
een inspanning vragen, en ze voelde zich een beetje schuldig – ik meende zelfs
dat haar ogen een beetje vochtig werden – maar ik wuifde dat weg: misschien
wilde ik volgend jaar wel Romaanse talen gaan studeren, dat zou mij ook van pas
komen. Toen ik die avond naar huis vertrok, liep ze met een of ander
voorwendsel mee naar buiten. Ze dankte me nog eens, trok me tegen haar aan,
kuste me vluchtig op mijn voorhoofd terwijl ze me vastklemde alsof ze me nooit
meer zou loslaten en zei me dat ik een lieve schat was.

Ik voelde hoe ik tegen haar borsten zat, ik rook haar
heerlijke geur en ik kreeg ongewenst een erectie. Ik zag aan haar verraste
oogopslag dat zij op haar beurt mijn stijve voelde drukken tegen haar bekken,
en ik ging door de grond van schaamte, maar haar twinkelende ogen en haar lieve
lachje stelden me enigszins gerust. Terwijl ze me met haar ene arm bleef
vastklemmen – nog vaster tegen haar buik, zo leek het wel – streelde ze me met
haar andere hand over mijn wang. En ik kreeg nog een piepklein kusje op de mond
erbij.

“Lieve jongen”, fluisterde ze, terwijl ze
nadrukkelijk oogcontact zocht, en “Bedankt voor alles, en kom goed thuis,
hoor!”

Ik was helemaal in de war. Wekenlang helemaal van de wereld.
Werd ’s morgens wakker en dacht aan mevrouw Dijkstra. Droomde overdag van
mevrouw Dijkstra, masturbeerde op het toilet en onder de douche voor mevrouw
Dijkstra en viel ’s avonds uitgeput in slaap met mevrouw Dijkstra. Ik leed
onder de toestand, was op mijn ongemak bij Harm – het was alsof ik verraad
pleegde – en vermeed oogcontact als ik weer op bezoek kwam. En het werd nog
erger… Toen ik de week erna op woensdagnamiddag bij de Dijkstra’s zat, was het
ongemerkt en onaangekondigd beginnen te sneeuwen, en op een mum van tijd lag er
een enorm sneeuwtapijt… Ik slikte toch wel even toen ik dat zag:
schemerduister, zo vroeg, en de wegen dicht gesneeuwd en ik moest daardoor nog
een kleine 15 kilometer naar huis fietsen? Daar kon geen sprake van zijn, vond
mevrouw Dijkstra. Zij vond dat ik maar moest blijven slapen: Harm en ik hadden
ongeveer dezelfde maat, ik moest maar een pyjama van hem en morgenvroeg kleren
van hem aantrekken. Zij belde zelf naar huis en regelde het met mijn moeder.
Die stemde ermee in. En toen Harm en ik ’s avonds op zijn kamer zaten te
werken, bracht ze ons een kop warme chocolademelk. Ze zette er eerst eentje bij
Harm, liep om de tafel heen, zette een kop bij mij. Bleef uit belangstelling
over mijn schouder even kijken naar mijn nota’s en legde daarbij haar hand
quasi achteloos op mijn schouder. Ik rilde toen ze er zachtjes in kneep, en het
leek alsof er een ijskoude zweetdruppel langs mijn ruggengraat in mijn
bilspleet gleed.

’s Avonds even douchen voor het slapengaan: ik wist van Harm
dat hier amper gêne bestond: iedereen liep als ie iets nodig had bij iedereen
de badkamer in en uit, om het even wie aan ’t douchen was of in bad zat. Het
was zelfs eens gebeurd, vroeger in Nederland, toen z’n pa nog leefde, dat ze
met z’n allen in hun blootje samen in de badkamer waren nadat ze waren
uitgeregend op wandeling. Ik had alle moeite gehad om mijn verbazing te
verbergen toen dat eens ter sprake kwam, en terwijl ik onder de douche stond,
was ik doodsbang dat zij ook bij mij zou binnenlopen. Al verlangde ik daar
tegelijk naar…

Ik werd geïnstalleerd op de logeerkamer. Die lag helemaal
aan de ene zijde van de lange nachthal, vlak naast de ‘master bedroom’ van
moeder Dijkstra, terwijl de kamers van Harm en Jana helemaal aan de andere kant
lagen. Ik lag in bed, durfde nauwelijks te ademen en te woelen. Ik durfde al
helemaal niet te masturberen. En mijn erectie hield hardnekkig stand. Ik lag
stil te luisteren of ik geluiden hoorde uit de kamer van mijn godin. Dacht aan
haar borsten in een nachtjapon… Probeerde een hele tijd de drang om te gaan
plassen te overwinnen maar moest uiteindelijk toch mijn bed uit. Op blote
voeten met een kanjer van een erectie door de nachthal naar de badkamer. Sloot
de deur in het slot en moest een ingewikkelde voorovergebogen én gehurkte
houding aannemen om ondanks mijn fier rechtopstaande pik toch netjes in de pot
te kunnen plassen. Wist niet goed of ik herrie zou maken door het Wc door te
trekken of niet. Besloot het dan toch maar te doen. Waste mijn handen en
wachtte vruchteloos tot mijn erectie zou verdwijnen. Quod non. Sloop dan maar
weer de nachthal in en botste in het schemerduister op mevrouw Dijkstra in een
kort, luchtig nachtponnetje. Ik vergaapte me aan haar benen. Zij zag allicht
mijn erectie, fluisterde met een glimlach “slaap wel, jongen” en
verdween op haar beurt in de badkamer.

Ik bleef nog lang woelen, viel dan toch in slaap maar werd
al heel vroeg wakker met opnieuw de aandrang om te gaan plassen. Dat moest toch
wel van de spanning zijn… En opnieuw een erectie… Ik sloop weer naar de
badkamer, zélfde gedoe om met een harde leuter in de pot te mikken, en besloot
daarna niet meer naar bed terug te keren, maar beneden in de keuken wat te
lezen. Niet veel later verscheen ook mevrouw Dijkstra in de keuken. Ze droeg
een kamerjas en ze had gelukkig de moeite gedaan om hem goed zedig dicht te
sjorren. Zij zette alvast koffie en bracht me een mok. Toen ze voorover boog
met haar koffiepot, kreeg ik desondanks een prachtige inkijk in al dat moois:
mooie volle borsten, bruingebrand. Het duizelde en ik ging wat verzitten om
mijn volgende instant erectie onder de tafel te verbergen. Zij merkte mijn
ongemak, haalde even wat dieper adem en zei zacht.

“Je hoeft je niet te schamen, jongen. Dit is een heel
gewone reflex, en gezond ook. Alles komt goed.”

De winter ging z’n gewone gangetje. Tussen Harm en mij
klikte het steeds beter: we werden als het ware bloedsbroeders. Ik bleef
betoverd smachten naar mevrouw Dijkstra die me niet bepaald aanmoedigde maar me
evenmin afweerde. Alles liep gesmeerd, behalve de relatie tussen Harm en de
school en vooral tussen Harm en de Giraf. Het feit dat Harms Frans onmiskenbaar
met rasse schreden vooruitging – zelf stak ik dankzij al dat oefenen met Frans
intussen met kop en schouders boven de rest uit, terwijl Harm tot de besten van
de rest behoorde – leek de Giraf te irriteren. Het bleef maar opmerkingen en
onzinnige straffen regenen. Harm accepteerde dat niet langer zomaar. Hij lachte
de Giraf sarcastisch in zijn gezicht uit en liet niet na ook in andere lessen
de leraars te verwijten dat niemand ingreep tegen die ‘loser’. Hij kreeg
stilaan problemen met het halve lerarenkorps en ook met het secretariaat en de
directie want hij was op korte tijd verscheidene keren te laat op school
aangekomen. Op zeker ogenblik in de lente was de toestand zodanig verziekt dat
hij een formele waarschuwing had gekregen van de directie: als zijn gedrag niet
beterde, zou een tuchtdossier opgesteld worden dat eventueel kon leiden tot
uitsluiting.

Op een donderdagnamiddag barstte de bom. De Giraf deelde
verbeterde tussentijdse overhoringen uit en had het gepresteerd om Harm een nul
te geven op een vraag wegens ‘onleesbaar’ antwoord. Ronduit belachelijk, en
deze keer reageerde Harm wél heftig, in het Frans nota bene. “Le plus
grand con que j’ai rencontré de ma vie!” Voor de Giraf was dat uiteraard reden
genoeg om hem een idioot pak weekendwerk aan te smeren. Harm sloeg woedend met
de vlakke hand op zijn bank en voor ik het kon beletten, veerde hij recht om
naar de Giraf toe te stormen. Gelukkig voor iedereen reageerden twee
klasgenoten vooraan in de klas alert genoeg om hem de weg te versperren zodat
hij geen stommiteiten kon doen. Hij was deze keer in staat geweest de Giraf
tegen z’n stomme kop te kloppen, vreesde ik. Voor zover ie hem te pakken had
gekregen tenminste, want die slappe held was als de weerlicht de klas uit gevlucht.

Even later stonden de directeur en de mensen van het
secretariaat in de klas. De Giraf was natuurlijk gaan janken. In de klas kregen
ze – eindelijk niet alleen van mij – te horen dat Harm weliswaar de intentie
had om naar de leraar toe te lopen, maar dat deze dat misschien zélf wel had
uitgelokt. En tot fysieke agressie zoals de Giraf had gemeld, was het (nog)
niet gekomen.

Harm werd die namiddag evenwel naar huis gestuurd en was ook
’s anderendaags niet welkom op school. Ik hoorde vrijdag wél van een klasgenoot
dat ie aan de hoofdingang van de school mevrouw Dijkstra had zien arriveren.
Die was allicht uitgenodigd voor een gesprek met de directie. In de namiddag
moest ik zelf ook bij de directeur komen. Ik nam geen blad voor mijn mond,
herinnerde hem eraan dat ik maanden geleden al mijn beklag was komen maken over
het totaal unfaire gedrag van die leraar en flapte eruit dat ik wel wist hoe de
vork aan de steel zat: hij kon het gewoon niet verkroppen dat Harm zijn Frans
op niveau had gekregen zónder zijn bijlessen. De directeur vroeg scherp wat ik
daarmee bedoelde. Ik aarzelde even, wist dat ik mijn mond eigenlijk al
voorbijgepraat had, en gromde dat het niet aan mij was om dit uit te leggen,
dat hij gewoon maar de huiswerken en proefwerken van Harm moest opvragen en
zélf controleren hoe die erop vooruitgegaan waren… En of hij zelf ook van
oordeel was dat Harms geschrift soms zo ‘onleesbaar’ was dat zijn antwoorden
een nul verdienden… Ik kwam weer op dreef, was nauwelijks nog te stuiten en
spuwde eruit dat Harm en ik daar sámen de hele winter hard aan gewerkt hadden,
dat we de hulp van die ‘pipo’ daar niet voor nodig hadden, en dat die zijn
eigen falen niet kleinzielig op hem moest afreageren. De directeur bekeek me
secondenlang onderzoekend. Iets zei me dat hij verrekt goed wist waar ik op
zinspeelde, en dat hij mij dat graag ook met zoveel woorden had horen
bevestigen.

“Nu goed, ik had beloofd te zwijgen over die
feiten”, hakkelde ik dubbelzinnig, en ik hield verder mijn mond.

Toen ik zondags bij de Dijkstra’s langskwam, zat Harm
vlijtig en vrij goed gehumeurd strafwerk te schrijven. De directeur was
zaterdag nog op bezoek geweest. Er was een deal gemaakt: Harm zou het opgegeven
strafwerk afwerken, al gaf de directeur toe dat het buitensporig was. Hij had
ook moeten beloven dat er vanaf maandag van zijn kant niets meer op zijn gedrag
aan te merken zou zijn. Tijdig op school arriveren en volgzamer zijn in de
klas, ook bij andere leerkrachten. De directeur van zijn kant had beloofd dat
hij de leraar Frans formeel tot de orde zou roepen en dat het afgelopen moest
zijn met provocaties en pesterijtjes. Herbeginnen met een schone lei, met
andere woorden.

Maandagochtend dan. Vlak voor schooltijd stonden we met een
groepje van de klas te gekscheren. Harm was ruim op tijd. Het was duidelijk dat
een deel van de klas nu openlijk achter hem stond. Dat deed hem goed. Vlak voor
het belsignaal zag ik hem opeens verstijven.

“Godver…” vloekte hij, en hij opende gejaagd zijn
schooltas; rommelde erin. Hij keek op. “Ik heb mijn strafwerk niet
mee”, stotterde hij beteuterd. Hij keek me aan, bleek, met grote ogen.
Vertwijfeling. Voor het eerst, zolang als ik hem kende, leek hij van zijn melk.
Radeloos zelfs.

“Stom rund dat ik ben! Ik heb mijn strafwerk niet
mee”, herhaalde hij. “Ik moet…” De bel ging. Hij zat in de tang:
geen strafwerk kunnen afgeven, betekende al meteen een streep door de
afspraken. Terug naar huis rijden om het te halen, nu de les begon, betekende
net hetzelfde…

“Meld je ziek, misselijk en ga naar huis”, raadde
klasgenoot Jan aan. Harm schudde van neen.

“Is je moeder thuis?” vroeg ik. “Frans is pas
het derde uur. Kan je haar bellen vanop het secretariaat?” Harm schudde
van neen.

“Ik moet nu meteen in de les zijn”, hakkelde hij.

“Dan rij ik het bij jou thuis halen”, besliste ik
op een toon die geen tegenspraak duldde. “Geef me je huissleutel!”

“Je bent gek”, wierp Jan op. “Dat kost je je
kop, man!”

Ik negeerde Jan.

“Geef die sleutel! Nú!” snauwde ik Harm toe.

Harm twijfelde even, diepte toch zijn huissleutel op en
terwijl hij ‘m gaf, fluisterde hij “In mijn kamer op de hoek van mijn
tafel. Weet je het zeker? Je hoeft dit niet te doen, hè…”

“Maak dat je in de les zit”, antwoordde ik.
“En zorg jij voor mijn schooltas!”

Ik holde naar de fietsenstalling, tegen de leerlingenstroom
in. Zag de surveillant al vreemd opkijken. Hoorde Harm nog roepen van
“Bedankt man!”

Ik vond snel mijn fiets en repte me naar de schoolpoort. Zag
dat de surveillant al aanstalten maakte om eventuele laatkomers op te wachten
en op de bon te slingeren, en hoe hij tegelijk mij in het oog had.

“Wat gaan we nu beleven?” riep hij me toe terwijl
ik naar de poort fietste. Dat waren twee overtredingen tegelijk; fietsen op het
schoolterrein en dan ook nog een ‘ontsnapping’.

Hij leek me de weg te willen versperren. Ik reed naar hem
toe, maakte op het laatste moment een bocht en nog eentje, en slalomde hem
voorbij.

“Terugkomen! Nu!” commandeerde hij.

“Een kwestie van leven en dood”, riep ik hem toe.
“Ik leg het straks wel uit.”

Ik hoorde hem nog iets roepen, maar het kon me niet schelen.
Reed de straat op, hoek om en op weg. Begon aan een soort race tegen de klok
naar de villawijk, maar besefte al snel dat het niet op een minuutje meer of
minder aankwam en verplichtte mezelf om mijn snelheid tenminste een ietsje te
drukken: ik had ruim tijd genoeg om vóór de Franse les terug op school te zijn,
en of ik er een half uur over deed dan wel drie kwartier, dat maakte niet meer
uit: er stond me een serieuze uitbrander en strafstudie te wachten, allicht een
brief naar mijn ouders, misschien wel een uitsluiting van een paar dagen, maar
dat kon me nu niet schelen.

Sneller dan ooit arriveerde ik bij de Dijkstra’s.
Gewoontegetrouw fietste ik achterom naar de achterdeur. Even aarzelde ik: gezien
de omstandigheden was het misschien beter aan te bellen aan de voordeur? Maar
ach, ik was hier kind aan huis… De achterdeur was gesloten. Ik klopte even op
de deur en op het keukenvenster, vroeg me af of ik toch moest gaan aanbellen,
maar wie weet was mevrouw Dijkstra er toch niet… Diepte de sleutel op,
ontgrendelde de deur, liep naar binnen. Riep “joehoe” terwijl ik
voorbij het washok liep. Daar stond de wasmachine een alles overstemmend lawaai
te maken tijdens het droogzwieren. Liep verder de woonplaats in. Leeg. Ik riep
nogmaals. Ging naar de hal, de trap op. Ik hoorde boven in de badkamer het
water van de douche stromen. “Mevrouw Dijkstra!” riep ik de trap op,
maar ik besefte dat ze dat niet zou horen als ze onder de douche stond. Ik kwam
boven op de overloop, wilde eerst maar meteen naar Harms kamer lopen, maar wist
het toch niet zo goed: ik kon hier niet zomaar rondlopen, zonder haar in te
lichten, vond ik. Als ze dan wél iets hoorde, zou ze ongelofelijk schrikken… De
deur van de badkamer stond halfopen. Ik bleef buiten in de nachthal maar klopte
op de deur terwijl ik “Mevrouw Dijkstra! Hallo!” riep. En nog eens.
Plots hoorde ik een gilletje terwijl het water stopte…

“Ik ben het, Piet!” riep ik braafjes vanuit het
halletje naar de badkamer binnen. “Piet?” antwoordde ze, “Maar…
Wat…”

“Niets aan de hand hoor”, probeerde ik
geruststellend door de deuropening te roepen.

Opeens stond ze vlak voor me: kletsnat, naakt met een grote
badhanddoek voor haar romp, grote schrikogen.

“Het spijt me”, hakkelde ik geschrokken. “Ik
wilde u niet doen schrikken. Maar…”

“Wat is er met Harm?” vroeg ze bang.

“Niets. Harm is OK. Alleen… Hij was z’n strafwerk
vergeten en hij zat dus helemaal in de tang. Ik kom het even ophalen.”

“Maar…”

“Ik weet waar het ligt”, zei ik. “Ik heb zijn
sleutel en ben meteen weer weg.”

Ik liep zonder haar antwoord af te wachten naar Harms kamer.
Vluchtte weg van die blote schouders, dat sexy natte haar, die handdoek die dat
moordlijf frivool afschermde. Had het gevoel dat ik naar adem moest happen.
Vond het pakketje inderdaad op de hoek van de tafel. Keek even rond of ik een
mapje of zo vond om het in op te bergen, ook wel om niet onmiddellijk weer de
confrontatie aan te gaan met mijn naakte godin.

Ze was me echter achternagelopen en stond meteen weer naast
me, terwijl ze haar sponsen badjas dicht sjorde. Druipend en met natte voeten
liet ze overal sporen achter.

“Ik zoek nog iets om het in op te bergen…”

Zij keek mee, liep rond de tafel, bukte zich om een lade
open te trekken. Ik keek tegen haar borsten aan onder de natte haren. En
slikte.

“Misschien bij Jana”, zei ze en liep me voorbij
naar de andere kamer.

Ik sjokte maar achter haar aan. Bij Jana vond ze meteen een
plastic mapje. Ze kwam ermee naar me toe, en merkte blijkbaar niet dat haar
badjas intussen helemaal open gegleden was. Ik zag een heel stuk van haar
borsten, haar buik, haar natte schaamhaar en ik keek geschrokken zedig omlaag
naar de vloer.

“Die Harm toch”, zuchtte ze terwijl ze me het
mapje gaf. “Hij zou het helemaal verknallen. Gelukkig heeft ie jou… “

Ze sjorde haar badjas weer vluchtig dicht. Droogde haar
handen aan haar badjas. Stond nadenkend naar me te kijken.

Ik stond daar bedremmeld met Harms strafwerk. “Nou, dan
rij ik maar weer terug…”

“Lieve jongen toch”, zei ze. “Ik ben zo
ongelofelijk blij dat Harm op jou gebotst is, vorig jaar. Jij bent het beste
wat hem is overkomen de laatste jaren. Ik ben jou zó dankbaar…”

Ze spreidde haar armen als om me een hug te geven. De badjas
gleed prompt opnieuw open en ze deed geen moeite om dat te beletten.

Ik keek naar haar borsten, naar haar bosje nat schaamhaar.
Slikte. Keek haar bang aan… Ze keek vriendelijk terug en legde haar vinger
samenzweerderig op haar mond. “Ons geheimpje…”

“Mevrouw Dijkstra…”

“Sonja” corrigeerde ze. Ze greep mijn vrije hand
en legde die op haar borst. Mijn hart klopte in mijn keel, ik voelde me haast
misselijk worden van de spanning. Ze stuurde mijn hand naar haar onderbuik, op
het natte bosje haar en kwam nog dichter bij me staan.

“Jij hebt geen meisje, hè?” fluisterde ze.
“Wacht nog even, lieverd, wil je? Als je binnenkort 18 bent, heb ik een
geschenk voor je…”

Ze kuste me teder op de mond. Ik sidderde.

“Ga nu maar weer gauw naar school, jongen. Bedankt voor
alles!”

Ze liep nog met me mee de trap af en voor ik de deur
uitging, pakte ze me opnieuw vast voor een hug en een kus.

“Kan je zolang nog wachten? Tot je verjaardag?”
vroeg ze plagerig. Ik knikte bedremmeld. Sprakeloos.

“Ik zorg hiervoor”, stotterde ik, terwijl ik met
het mapje zwaaide.

“Voorzichtig onderweg”, fluisterde ze.

Onderweg was ik inderdaad helemaal van de wereld. Ik fietste
op automatische piloot naar school. Zag voortdurend de bijna naakte mevrouw
Dijkstra voor me. Mijn hart bonkte in mijn keel; mijn verjaardagsgeschenk….

Ik had verwacht dat de schoolpoort gesloten zou zijn, zodat
ik via de ingang bij het secretariaat moest passeren, maar ze stond nog open.
Dat viel alvast mee. Plaatste mijn fiets in de stalling en besloot eerst naar
de klas te gaan. Klopte op de deur, ging naar binnen met het mapje
triomfantelijk omhooggestoken, en kreeg zowaar applaus en juichkreten van mijn
klasgenoten. Verontschuldigde me bij de leraar, die blijkbaar al op de hoogte was
en me glimlachend een opgeheven duim toestuurde. Gaf het mapje aan Harm die
duidelijk opgelucht was en zich hoofdschuddend afvroeg hoe hij mij ooit kon
‘terugbetalen’. Ik vroeg aan de leraar of ik me even mocht gaan melden op het
secretariaat. Dat mocht, en hij fronste zijn wenkbrauwen.

“Daar zal je geen applaus krijgen, makker”,
waarschuwde hij.

“Dat moet dan maar”, zuchtte ik schouderophalend.
Harm vroeg en kreeg toestemming om me te vergezellen naar het secretariaat, om
mijn verhaal te bevestigen en te ondersteunen.

Op het secretariaat viel de reactie echter perfect mee. Zij
kenden natuurlijk de afspraken in het ‘dossier Harm’ en de surveillant had
meteen van een andere klasgenoot gehoord wat er precies aan de hand was. Hoewel
mijn gedrag tegen alle regels was – dat mocht ik niet vergeten! – was er
waardering voor de manier waarop ik in de bres gesprongen was voor een
medeleerling en op die manier een nuttige bijdrage geleverd had.

Ik bleef de hele dag nog held van de dag, kreeg in de loop
van de week met de post een kaartje ‘voor de tofste kameraad’ toegestuurd van
het complete gezin Dijkstra – Harm, Jana én mevrouw Dijkstra – en zat meer dan
ooit vooral met mevrouw Dijkstra in mijn hoofd. Ik werd stilaan gek van
verlangen en van onduidelijke verwachtingen, en telde af naar mijn 18e
verjaardag.

Thuis werd nooit veel spektakel gemaakt rond verjaardagen;
een feestelijke taart op zondagnamiddag en dat was het. Dat was de traditie.
Voor een 18e mocht het ietsje meer zijn, en werden mijn peter en meter en de grootouders
uitgenodigd op de koffie en de taart. Maar toen ik de woensdagnamiddag erna
gewoontegetrouw met Harm mee fietste, hingen er zowaar ballonnen en slingers
aan de achterdeur, in de keuken, de woonkamer en ‘mijn’ logeerkamer. Moeder
Dijkstra had stiekem met mijn ouders geregeld dat ik die avond mocht blijven
logeren. Ik kreeg dikke kussen en knuffels van moeder Dijkstra en Jana, en een
warme hug van Harm. En twee elpees, als ik het me goed herinner. En zij
fluisterde me op een onbewaakt moment met z’n twee toe dat háár cadeau nog niet
ingepakt was… Dat ik nog even geduld moest hebben… Wat ze bedoelde met ‘even’
wist ik niet, en ’s nachts op mijn logeerkamer hoopte ik dat zij mij zou komen
opzoeken, maar er gebeurde helaas niets. De volgende dagen nam mijn
teleurstelling en frustratie geleidelijk toe. Had ze me iets voorgelogen?
Krabbelde ze terug? Tja…

Enkele weken later braken de eerste warme dagen aan als
voorbode voor een mooie zomer. Bij de Dijkstra’s stond in het weekend de grote
schoonmaak van het zwembad en het bijbehorende terras op het programma. En
hoewel mijn ouders me duidelijk maakten dat er ook bij ons thuis enkele
lentekarweitjes lagen te wachten, muisde ik er op zaterdagochtend vanonder om
bij de Dijkstra’s te helpen.

Jana had haar vriendin Els uitgenodigd, een meisje dat ik
vaag kende, en met z’n vieren maakten we behoorlijk veel plezier bij het
schrobben, eerst van de terrasjes en de boord rondom het zwembad, daarna van de
wanden aan de binnenzijde. Blootsvoets in het bodempje vuil water, shorts en
een shirt aan. En blijkbaar was iedereen erop voorzien dat het wel een natte
bedoening kon worden; iedereen had zwempak, bikini of zwembroek aan onder zijn
of haar kleren, behalve ik natuurlijk. Ik vloekte dat ik niet zo vooruitziend
was geweest, en dat ik gewoon een onderbroek aanhad onder mijn shorts. En geen
reservekleren, ook al niet. Nu goed. Desnoods: Harm had kleren genoeg, ik zou
wel zien…

Mevrouw Dijkstra kregen we die ochtend niet meteen te zien,
maar plots dook ze op om ons uit te nodigen voor een drankje en een lekkere
koek op het terras bij de veranda, in het zonnetje. Ik keek mijn ogen uit; zij
droeg ook een korte jeansbroek – ‘hotpants’ zoals dat toen heette – en een
soort herenhemd dat diep open geknoopt was en een gulle blik op haar borsten
gunde, en waarvan de panden vlak onder haar boezem gewoon in een knoop gelegd
waren, zodat ook haar buik bloot was. Goh, wat zag ze er sexy uit! Onder het
hemd droeg ze een bikinitopje. Dat zag ik toen ze even later vlak voor mijn
neus nadrukkelijk voorover boog om me nog wat bij te schenken. Ze nam de tijd,
zodat ik mijn ogen de kost kon geven, en ving mijn ogen daarna in een
samenzweerderig oogcontact.

Voor Jana’s vriendin Els was het intussen tijd geworden om
naar de tennisclub te trekken en haar interclubwedstrijden af te werken. Jana,
die vond dat ze genoeg gewerkt had, vertrok mee om te supporteren. Ze werden
vrolijk uitgejouwd maar we tilden er niet echt aan; nog even het laatste vuile
water laten weglopen, de vloer en het onderste stukje van de wanden schrobben
en dan nog wat naspoelen en alles was klaar om het zwembad te laten vollopen…

Harm en ik waren net weer aan de slag gegaan toen Jana
hijgend kwam teruggefietst; op de tennisclub hadden ze haar gevraagd of Harm
meteen kon komen.

“Maar ik hoef pas in de namiddag”, wierp Harm
verbaasd op.

“Ja, maar het twééde team heeft een man tekort”,
legde Jana uit.

“Het twééde? Wow…”

Ik zag hem aarzelen met begerige ogen. Het tweede team
betekende een hele promotie voor hem. Een buitenkansje, zeg maar, om met de
betere spelers mee te doen. Maar tegelijk was hier nog een beetje werk… Ik zag
Jana beteuterd kijken; zij zag de bui al hangen, dat zij in plaats van Harm
moest schrobben, maar ik maakte een wegwerpgebaar.

“Ga maar”, zei ik. “Allebei. Ik werk dit wel
in mijn eentje af. Is geen probleem.”

“Meen je dat? Weet je dat zeker?”

“Natuurlijk. Dóén, joh! Maak dat je wég bent!”

Hij wipte het zwembad uit, holde naar het huis om z’n
spullen te halen, ik hoorde ‘m in de verte tegen z’n moeder juichen van “ik
mag met het tweede mee”. Even later kwam ie weer naar buiten gehold en
maakte hij op z’n fiets een ommetje door de tuin tot bij mij.

“You’re the best, man!” riep ie.

“Zorg ervoor dat je iets wint”, riep ik ‘m na.
“Of er zwaait wat!”

En zo stond ik in mijn eentje de vloer van het zwembad van
mijn vriend te schrobben. Het was nu toch wel ver gekomen, bespotte ik mezelf.
Ik was verdomme het knechtje van die Hollanders, haha. Maar ja, als er straks
water in het bad was, en op temperatuur, dan zou ik hier een hele zomer lang
een hoop plonsplezier terugkrijgen.

Ik bleef echter niet lang alleen. Mevrouw Dijkstra vond het
niet kunnen dat ik dit alléén moest doen en ze kwam me helpen. We schrobden
ijverig voort, zowat schuin rug aan rug, in stilte, maar op zeker moment
botsten we even tegen elkaar, kont tegen kont. Zij sloeg een gilletje omdat ze
op haar blote voeten op de gladde tegelvloer wat weggleed en dreigde te vallen,
en in een reflex klauwde ik wild naar haar om haar te ‘redden’. Maar daardoor
geraakte ik zélf uit evenwicht. En zo kwam het dat we, terwijl we elkaar bij de
armen vasthadden, allebei onderuitgingen en pardoes in dat bodempje koude vuile
water terechtkwamen. Ik keek haar beteuterd aan. “Sorry!” zei ik.

“Dat deed je met opzet!”, schold ze lachend.

“Echt niet”, verweerde ik me. “Ik gleed uit
toen ik u overeind wilde houden.”

Ik kroop snel recht en bood haar een hand om haar overeind
te trekken. Ze kwam mijn hand tegemoet, maar net toen ik me schrap wilde zetten
om te trekken, was ze me voor en met een snok trok ze me weer onderuit. Ik
dreigde pardoes bovenop haar te vallen, maakte daarom een soort duik en rolde
half over haar heen, nu helemaal languit in het water…

Ze had er een heidens plezier in en voor ik het wist, kuste
ze me zomaar op mijn mond. Ze bekeek me even, wat ernstiger, en bood me dan
haar lippen aan. Ik kwam haar tegemoet, we kusten elkaar op de mond, ze greep
me vaster tegen zich aan en ik voelde sidderend hoe ze mijn onderlip tussen
haar lippen nam, hoe mijn lip gestreeld werd door haar tong, daarna hetzelfde
met mijn bovenlip, ow wat een heerlijk gevoel, en dat werd nog waanzinniger
toen ik haar tong voelde binnendringen en contact zoeken met mijn eigen tong…

Liggend in het water verstrengelden onze armen en benen in
elkaar terwijl onze tongen voorzichtig hun paringsdans uitvoerden. Ik voelde
haar dij tegen mijn kruis. Ze drukte stevig op mijn reeds harde piemel. Ze week
wat achteruit, bekeek me ernstig.

“Zullen we eerst dit even afwerken?” Het was niet
echt een vraag; ze kroop snel recht en begon driftig voort te schrobben. Ik
deed mee, opende de afvoer alvast en greep de tuinslang om nog eens na te
spoelen. Zij had intussen haar natte hemd en broek uitgetrokken en stond in
bikini. Ik trok mijn natte T-shirt over mijn hoofd en stond daar in mijn natte
shorts.

“Geen zwembroek?” grinnikte ze. “En geen
andere kleren?” Ik schudde beteuterd het hoofd.

“Ach, dat lossen we meteen wel op.”

Ze stond ongeduldig toe te kijken hoe het water te traag
wegliep.

“Laat de slang hogerop maar liggen”, zei ze.
“Dan spoelt het zo goed als helemaal schoon. De rest kan straks wel.
Kom!”

Ik klom gehoorzaam achter haar aan het zwembad uit. Ze
griste onze kleren mee, trippelde blootsvoets naar het huis, en ik rende
beduusd, onzeker maar met hooggespannen verwachtingen achter haar aan, als een
blij schoothondje.

Ze deed de achterdeur achter me op slot. “Wacht”,
commandeerde ze en ze haalde in het washok een oud badlaken. Dat spreidde ze op
de vloer. Ik moest erop gaan staan en ze wreef mijn voeten en onderbenen even
droog. “Anders wordt het hele huis een bende.”

Ik moest met haar mee naar het washok. Ze had haar kleren en
mijn T-shirt al in een wasmand gedropt en keek me vragend aan terwijl ze naar
mijn shorts wees… Ik aarzelde verlegen, raapte mijn moed bijeen en trok dan
toch maar mijn shorts uit… Stond in mijn doornatte slip te rillen, meer van
opwinding dan van koude allicht. Zij had haar bikini nog aan, dan mocht ik toch
ook mijn ‘zwembroek’ aanhouden? Ze dacht ongetwijfeld hetzelfde. Ze greep me
bij de hand, wilde me meetrekken, bedacht zich, trok me tegen haar aan en kuste
me opnieuw. Ze nam haar tijd voor een lange, lieve maar alweer wat gretigere
tongzoen.

“Kom eerst maar even mee douchen”, fluisterde ze.

We stapten snel door het huis naar de hal, de trap op, naar
de badkamer. Ze draaide de douchekraan open en draaide zich naar mij om. Keek
me ernstig aan. Ik keek naar mijn mooie godin in bikini… Zij ging met haar
handen achter haar rug, haakte het haakje open. Hield haar ene hand op het
topje terwijl ze met de andere de bandjes van haar schouders liet glijden. Ze
glimlachte terwijl ze het topje traag helemaal wegnam en haar armen naast haar
romp liet hangen. Ik keek naar haar borsten en smolt verder weg… Wat had ik
graag zélf dat haakje losgemaakt, maar ja…

Ze stak haar duimen achter het bandje van haar broekje en
duwde het naar beneden. Toen ze zich bukte om het over haar benen naar beneden
te schuiven en uit te trekken keek ik opgewonden naar haar bungelende borsten…
Ik werd nu helemaal wild, en toen ze seconden later weer rechtstond, de voeten
iets uit elkaar, en ik tegen haar bosje schaamhaar aankeek, ontplofte ik haast.
Ze keek naar mijn kruis en dan in mijn ogen. Ze knikte aanmoedigend, en ik
aarzelde niet langer maar schoof mijn onderbroek uit. Stond nu zelf ook naakt
voor haar, met mijn pik al wat in de aanslag.

We gingen samen onder de douche, zij waste me snel en had
daarbij bijzondere aandacht voor mijn kont en genitaliën. Kraan dicht.
Afdrogen. Zij ongeduldig met de haardroger in de weer; een moment waarbij alle
erotische spanning wegebt, stelde ik toen al vast. Nog een geluk dat ik haar
rug en billen kon blijven bewonderen en in de spiegel ook een glimp van haar
deinende borsten bleef zien. Ik zag de twijfel groeien op haar gezicht en iets
zei me dat ik méér moest doen dan schaapachtig afwachten. Ik legde mijn hand op
haar heup. Streelde. Ging dichter bij haar staan, tegen haar rug. Trotseerde de
hete wind van de haardroger. Omarmde haar langs achter. Voelde mijn pik tegen
haar billen drukken. Zag haar glimlach weer groeien in de spiegel. Eindelijk
kon de haardroger uit. Ze keerde zich om, sloeg haar armen om mijn nek en kuste
me opnieuw…

“Kom”, zei ze eenvoudig en ze nam me mee naar haar
kamer. Naar haar bed.

We lagen naast elkaar. Mijn handen en vingers verkenden haar
lichaam maar bleven voorzichtig, beleefd, bedeesd, bang, bescheiden, onervaren
weg van de mooiste plekjes. Zij liet me doen terwijl ze mijn hals streelde.
Minuten later pakte ze mijn hand beet en leidde die naar haar borst. Later naar
haar kruis. Ze kuste me zacht maar innig.

Enkele jaren later had Rob De Nijs een monsterhit met exact
hetzelfde als wat er het volgende uur met mij gebeurde: mevrouw Dijkstra – even
later noemde ik haar voor het eerst effectief Sonja – leidde me, gidste me,
toomde me in, leerde me oog te hebben voor háár genot, belette me zomaar wild
en primitief te gaan stoten, leerde me alles of toch al heel wat…

En het werd zomer…

Ik was geen jongen meer, maar een mán!

Zestiger (aka Flinke
Vijftiger)

Graag jouw waardering
als reactie onder het verhaal.

Met plezier verwelkomen
we deze nieuwe auteur waarvan we hopelijk nog vele mooie verhalen mogen lezen.

Liefs My