Blog Image

Verhalen voor de 4Fingers

OF U ER ZELF BIJ WAS.

Pure Vanilla

Vanille Posted on zo, september 12, 2021 13:29

Het model dat ik via internet vond, woonde in hetzelfde postcodegebied als ik. De kans dat ik haar in de buurt al was tegengekomen was dus groot. De vrouw van een jaar of dertig die op een zomerse dinsdag in T-shirt en spijkerbroek op mijn stoep stond, had ik echter nog nooit gezien. Zij mij wel trouwens, we schenen bij dezelfde supermarkt te komen. We hadden zelfs ooit in dezelfde rij voor de kassa gestaan, vertelde ze lachend. Maar ja, zij had dan ook voorkennis over mij door het bericht in het plaatselijke krantje over mijn expositie. Daar stond ook mijn foto bij.
We schudden handen. ”Hannah,” zei ik.
“Renée.” Het klinkt misschien raar, maar ik vond die naam heel erg bij haar passen. Wat een Renée-type ook moge zijn, zij was er een. Ik bekeek haar meteen als de hoofdpersoon van een nog te schilderen doek. Enige beroepsdeformatie is mij niet vreemd. En ik stelde vast dat het geen Rubens zou worden met Renée. Ze was lang en slank, op het tanige af, ze had nauwelijks borsten en haar buik was plat als een plank. De ogen in haar langwerpige gezicht waren groot, en blauw als de Middellandse Zee. Je kon erin verdrinken. Maar ik kon zwemmen. Renée was kortom een schoonheid voor wie bereid was andere maatstaven dan normaal te hanteren. Ze deed me denken aan de schilderijen van Egon Schiele, waarmee ik niet wil suggereren dat zij net als veel van zijn modellen een hoer was.
Renée bleek een tijdelijke bewoner van de wijk, ze woonde twee straten verderop in de villa van een welgestelde oom en tante die voor een half jaar door Nieuw Zeeland reisden. Ze runde een tekst bureautje en schreef artikelen in opdracht van tijdschriften. Ze had nog nooit model gestaan, maar het leek haar een fijne manier om haar gedachten te ordenen.
“Hoe bedoel je?” Renée zat aan de keukentafel, ik schonk thee in. “Ik schrijf ook fictie. Verhalen, en op termijn een roman. Behalve schrijftijd kost dat vooral bedenktijd.”
“Ah zo, dan kun je nadenken over het plot en zo.”
“Precies. En over de personages, het verhaalverloop.” Ze keek me met haar blauwe ogen doordringend aan. Het zou nog een klusje worden die goed in beeld te brengen.
“Je weet dat ik een naaktmodel zoek?” Ik kon maar beter meteen m’n verwachtingen op tafel leggen. “Eh, ja.”
“Heb je daar ervaring mee?”
“Eh, nee, moet dat?” Ze lachte onzeker. “Nee, ik bedoel, het is maar dat je het weet.”
“Denk je dat ik geschikt ben, qua figuur, bedoel ik. Zoek je iemand als ik?”
“Ja, hoor, elk figuur voldoet.” Dat klonk wat onverschillig, bedacht ik meteen. “Je bent perfect,” vulde ik aan. “Ik perfect?”
“Nou ja, nobody is perfect, maar in jouw categorie wel.”
“De categorie non – voluptueus, zeker.”
We lachten, het ijs leek gebroken. Ze knipperde nadrukkelijk met haar ogen. Ze had mooie lange wimpers. Ze had mijn dochter kunnen zijn. “Hoe oud ben je?”
“Bijna 35.”
Toch ouder dan ik dacht. ”Single?” Ze knikte en blies over haar theekopje, haar lippen getuit.
“Ik denk je een keer of drie nodig te hebben, drie dagdelen, afhankelijk van hoe goed het gaat.”
“Oké.” Ze nam een slokje. Haar korte blonde haar zat quasi slordig. Ze had er ongetwijfeld zorgvuldig vorm aan gegeven. Dit was geen vrouw die zomaar de straat op ging.
Ik nam Renée mee naar mijn atelier op de eerste verdieping, een royale en lichte ruimte waar ooit twee slaapkamers waren geweest. Nog geen week nadat Martin was vertrokken had een aannemer de boel doorgebroken. Met de transformatie van onze oude slaapkamer tot atelier was ik in staat de herinneringen weg te stoppen die Martin als bevuild ondergoed bij mij had achtergelaten. Ons echtelijk ledikant had ik indertijd eigenhandig met een bijl in mootjes gehakt. Dat had opluchting gegeven en met de brandstapel die ik er vervolgens mee inrichtte, had ik Martin voorgoed uit mijn leven kunnen bannen. Wat mij betreft, was hij dood en begraven.
“Wat een bijzondere ruimte, Hannah!” Renée gaf haar ogen de kost, er was veel te zien. De muren hingen vol met doeken en op de vloer stonden talloze exemplaren tegen de wand geleund. Het waren mensen die mijn schilderijen bevolkten. Naakte en aangeklede mannen en vrouwen in acryl-, olie- of aquarelverf. Hoe dan ook in pasteltinten waar mijn voorkeur naar uit ging. Het echte leven was al hard genoeg, de verbeelde wereld mocht wel wat zachter.
“Je maakt prachtige dingen.” Renée bekeek enkele doeken van dichtbij. “Is dit olieverf?” Ze stond voor een vrouwen naakt van een tijd terug.
“Olieverf, ja, dat deed ik toen. Jou wil ik aquarelleren. Iets als dat daar op de grond.” Het was een duinlandschap met daarin een naakt stelletje in innige omhelzing.
“Stonden die twee hier ook model?”
“Ze waren man en vrouw. Zijn ze nog steeds, overigens. En ja, die heb ik hier geschilderd. Die duinen bedacht ik er omheen.”
“Erotische scène.”
“Mijn specialiteit.” Ik lachte. “Maar portretten kan ik ook.” Ik keek naar het goed getroffen schilderij van een oude man aan de muur. “Mijn vader, vorig jaar overleden.”
“Hij lijkt op je. Knappe man.”
“Dank je.”
We spraken af voor diezelfde middag. Ik legde, toen Renée was vertrokken, grote vellen en houtskool klaar voor de eerste schetsen. Mijn polaroid- en gewone camera voor het vastleggen van kleuren en schaduwen. Ik wilde aansluiten bij het thema van de naakte lezende vrouw in bed van schilder Isaac Israëls. In de logeerkamer stond een grenen eenpersoonsbed dat ik met enige inspanning op zijn kant via de overloop in het atelier wist te duwen. Ik schoof het op de juiste plek voor de openstaande balkondeuren en maakte het op met witte lakens en een kussensloop. Met toegeknepen ogen bekeek ik het tafereel van een afstandje, sloeg vervolgens een deuk in het kussen en kreukelde het gladde laken. Naast het kussen legde ik een antiek ogend boek, goud op snee. Toen ging ik lunchen.
Renée kwam die middag door de achtertuin. Sommigen zouden dat misschien wat vrijpostig vinden, ik stelde het op prijs. Het gaf aan dat ze zich ontspannen voelde. Niet onbelangrijk voor iemand die zich onbeschermd en kwetsbaar moest opstellen. Wij stapten die middag in onze rollen van schaamteloze exhibitionist en nieuwsgierige voyeur. Op weg naar het atelier leken we twee actrices die een stuk op gingen voeren. Renée die thuis haar T-shirt en jeans had omgeruild voor een bloesje en een rok, liep voor me uit de trap op. Ik betrapte me op de gedachte dat haar lange blote benen me niet onbewogen lieten. Mijn voorgevoel zei me dat ik met dit model een prachtig doek ging schilderen.
Het was warm in het atelier. Ik kon het zonnescherm niet neerlaten, omdat het een vertekend kleurenpalet zou veroorzaken. Ik rommelde wat met mijn spullen. Renée zag kans zich in die korte tijd van haar kleren te ontdoen. Ik zag nog net hoe ze haar string langs haar benen omlaag liet glijden. Als professional en opdrachtgever mocht ik natuurlijk kijken en Renée mocht gezien worden. In die zin was ik een soort huisarts die zakelijk de meest intieme lichaamsdelen moest onderzoeken. Ik registreerde slechts, interpreteerde, legde vast. Er was afstand meestal, soms regisseerde ik een houding, duwde ledematen opzij of naar voren, maar dat was het zo’n beetje. Ik liep op Renée toe. Ze rook zalig.
“Wat is je geurtje?”
“Pure Vanilla, ken je dat?”
“Vanille, dat dacht ik al. Heel lekker.” Ik snoof nog eens omstandig. Ze boog haar hoofd naar voren. “Het zit vooral in mijn haar.” Het contrast kon haast niet groter: ik in mijn vormeloze schilders plunje van oud overhemd en joggingbroek, Renée strak, aantrekkelijk op haar manier, fragiel. Ze liet me aan haar ruiken. Warrig kapsel kriebelde mijn neus. Mijn hand belandde op haar koele bovenarm.
“Je hebt het warm,” constateerde Renée. Ze had de druppeltjes op mijn neus en wangen gezien. “Je hebt ook een veel te dik overhemd aan.” Haar ogen waren diep blauw, haar wimpers lang. Ze had een blosje op haar wangen.
“Zullen we dan maar?” Ze nam zittend plaats op het bed. “Hoe ga ik liggen?”
Ze keerde de rollen om. Ik behoorde degene te zijn die het initiatief nam. Mijn ratio liet me even in de steek. Ik moest uit een wolk van vanille breken en terugkeren naar de realiteit. Het model moest op het doek, dat was het, dat was wat ik altijd deed. Renée ging liggen op haar zij, hand onder haar hoofd, de buik bevallig naar voren, de knieën opgetrokken. Haar borsten waren intrigerend, die waren er eigenlijk nauwelijks. Twee grote roze tepels liepen taps toe. Chinese feesthoedjes, klein formaat, zonder elastiekje voor onder de kin. Toen ik papier en houtskool pakte, kwam ik weer tot mezelf. Renée nam de posities in waar ik om vroeg, ik maakte foto’s en grove schetsen. Ze lag op haar zij, haar rug, haar buik, haar blik steeds op het boek gericht.
“Waar gaat het eigenlijk over?” Ze bekeek de voorkant. “Nescio? De uitvreter? Titaantjes? Klinkt boeiend. Not.”
Ik bouwde een pauze in. Vooral voor mezelf, Renée had zich niet echt vermoeid, had soms minutenlang met haar ogen dicht gelegen. Er moest gedronken worden, het was warm, hoewel dat Renée niet leek te deren. En we moesten even praten. Het was te lang stil geweest, hoewel dat mijn concentratie ten goede was gekomen. We dronken water op een bankje op het balkon dat half in de schaduw stond. Renée gewoon zonder kleren, ik ernaast, onze glazen ertussen.
“Dus je schrijft ook fictie?” vroeg ik. “Wel zo fijn naast al die serieuze artikelen en interviews.”
“En waar moet ik dan aan denken?”
“O, heel breed.” Ze leunde achterover, de armen links en rechts uitgestrekt over de rugleuning. Haar borsten waren nog platter. Het roze van haar tepels oogde fluweelzacht.
“Korte verhalen, blogs, van alles. Hopelijk een roman ooit. Als ik tijd en rust kan vinden.”
“Blogs ook? Je publiceert dus op internet?”
“Ja, en ik schrijf erotische verhalen voor een site.”
“O?” Ik keek haar aan. Zij mij. Blauwe ogen, lange wimpers. “Wat jij doet met penselen doe ik met woorden.”
“Vind je mijn werk erotisch?”
“Eigenlijk wel, ja. Toch?” Ze nam een slok water. “Veel naakten, een vrijend stelletje in de duinen.”
Ze deed wat ik had willen doen, ze wreef over haar roze tepel, legde haar arm weer op de leuning. Ze leek geen gêne te kennen, zat wijdbeens. Mijn moeder zou gezegd hebben: – ga eens netjes zitten, meisje.- Ze zag me kijken. Ze draaide zich naar me toe. Schraapte haar keel.
“Als je wilt, mag je best iets aanraken.” De museumsuppoost die de bezoeker toestaat De Nachtwacht te bevoelen.
Ik kon mijn lach niet inhouden. Het was een zenuwachtig hinniken, een geluid dat ik normaal gesproken nooit voortbracht. Ik wist wat ze deed, ze ontregelde. Dat was wat ze met me gedaan had vanaf het moment dat we thee hadden gedronken aan mijn keukentafel: ontregelen. Als ik nog in de veronderstelling verkeerde te maken te hebben met een schildersmodel zoals alle andere, dan had Renée me met deze terloops uitgesproken zin uit mijn illusie geholpen. Als ik wilde, mocht ik best iets aanraken. Iets. Ik zag haar zijdezachte roze tepel, puntig als een klein Chinees hoedje. Ik maakte ze als kind: je knipte een rondje uit papier, gaf een knip tot het middelpunt en schoof de delen zo over elkaar dat de cirkel driedimensionaal werd. Mijn hand die besluiteloos in de ruimte hing, wel of niet op weg naar borst, werd als door een roofvogel uit de lucht geklauwd en omlaag getrokken.
Renée voelde nog zachter dan ik had kunnen vermoeden. Een schilder zet zijn ogen in en vertaalt zijn observaties in het motoriek systeem dat de handen bestuurt. Tactiele ervaringen kunnen helpen om de verbeeldingskracht te versterken. Hoe voelt boomschors, de huid van een koe of wuivend gras? Maar bij het aanraken van Renées borsten maakte zich een lichte paniek van mij meester. Hoe in godsnaam zou ik dit lichaam, dat zo fijn voelde, op een doek kunnen verbeelden? Zelfs mijn fijnste penselen zouden er op stuk lopen. Ik moest me losmaken uit haar greep die zich juist verstevigd had en mijn hand omlaag trok naar haar bron. Op het moment dat mijn vingertoppen schaamhaar voelden, – wat me deed denken aan mijn stugge varkensharen kwasten – moest ik ingrijpen. Met een ruk bevrijdde ik mijn hand, Renées hand doelloos achterlatend.
“Laten we dat niet doen, Renée.” Mijn stem leek die van een schooljuffrouw. Ik slikte. Zweet parelde op mijn voorhoofd. Ze gaf niet op. Ze legde haar koele hand in mijn nek en kwam naar voren met haar hoofd. ”Het geeft niet, Hannah, het komt wel.” Wat komt wel, had ik assertief willen vragen, maar er kwam geen geluid over mijn lippen. Vooral ook, omdat die weg geblokkeerd werd door de mond van Renée. Kussen was teveel gezegd. Via onze half openstaande monden mengden we spuug en adem. Een chemisch proces waarvan de gevolgen niet te overzien waren. Ik voelde Renées hand op mijn linkerborst. Haar bescheiden voorgevel indachtig leken mijn eigen borsten plotseling ordinair groot. Weer had ze beet, besefte ik. Als ik nu niet ingreep, zou er van schilderen niets terechtkomen. Voor de tweede keer maakte ik me los. Ik stond op en stapte achteruit. Ze keek beteuterd, haar mond open, het hoofd schuin, de ogen blauw als zwembadwater.
“Dit moeten we niet doen, Renée. We moeten aan het werk.”
We deden een poging het werk te hervatten. Renée enigszins verveeld leek het wel, ik met kloppend hart en onzekere hand. Allebei zwijgend. Na een uur was ik klaar. Welgeteld twintig schetsen lagen verspreid over de vloer, grove en meer gedetailleerde, maar allemaal met een naakte Renée. Nadat ze haar kleren had aangetrokken kwam ze de resultaten bekijken.
“Mooi, Hannah, heel mooi.” Ze glunderde.
“Goed model dat scheelt.” Ik glimlachte.
Renée boog naar voren om me een kus op de wang te geven. Ik trok haar even tegen me aan.
Het kostte me moeite niet aan haar te denken. Ze leek in mijn hoofd gekropen. Ik bekeek mijn schetsen en polaroid en zag haar liggen met het boek. Beneden in de woonkamer sloot ik de camera aan op de tv. Het brede beeldscherm toonde haar haarscherp. De licht gebruinde huid, het lange slanke lichaam. Nu ik de foto’s zag, merkte ik pas hoe ongegeneerd ik had ingezoomd op intieme delen. Een ervan toonde Renées vagina in volle glorie. Niet zozeer dat lichaamsdeel bracht me in de war, maar meer nog de grijns op haar gezicht die de aanblik haast vulgair maakte. Het waren meer dan zeventig foto’s die ik in oplopende staat van opwinding tot mij nam. Billen, buik, dijen, vagina, voeten, schouders, hals, rug. Waar haar gezicht te zien was keken ogen mij vorsend aan, ze poseerde en animeerde. En dan die tietjes, die intrigerende jonge meisjesborsten, die roze heuveltjes die zich parmantig aan de camera showden.
Na zeventig afbeeldingen met Renée was mijn mond droog en verlangde ik naar een koel glas rosé. Ik dronk alleen en voelde spijt. Ik had met Renée kunnen zijn. Nu restten er slechts gedachten. En foto’s. Ik startte de serie weer op. En nog eens. En nog eens.
Wanneer gedachten heersen, heeft de werkelijkheid het nakijken. Ik maakte nauwelijks bewust van wat ik deed een salade klaar, dronk rosé, nam een toetje, dronk rosé en vulde de vaatwasser. De rosé bracht me in een staat van droefheid en vrolijkheid, besluiteloosheid en dadendrang. Tijdens het opnieuw bekijken van de foto’s leegde ik de fles. Het hielp me een drempel over die ik nuchter nooit had durven nemen. Ik pakte m’n mobiel en zocht Renées nummer. Na vijf, misschien tien seconden liet ik mijn wijsvinger op het touchscreen vallen.
“Hallo?” Haar stem. “Hannah?”
“Hé, Renée… Ik dacht, laat ik “ns bellen.”
“Ja.”
“Misschien dat ik, of jij, als je zin hebt, eh…”
“Is goed, Hannah, kom ik naar jou?”
“Graag.”
“Over anderhalf uur ben ik bij je, oké?”
Ik legde de telefoon naast het wijnglas, stond op, vond de weg naar boven en opende de kraan van het bad. Helemaal nuchter zou ik Renée niet onder ogen komen, maar ik zou alles op alles zetten, om schoon te zijn. Ik zag ernaar uit haar weer te ontvangen, en zag er ook tegenop. Ze kwam niet als model, we zouden zonder twijfel intiem worden en daar lag mijn angst. De liefde bedrijven met een vrouw, ik had dat nooit gedaan. Sowieso was ik sinds Martins vertrek seksueel weinig actief geweest. Sinds ik hem had betrapt met die man associeerde ik seks met negatieve woorden: overspel, ontrouw, bedrog. Vunzig, smerig, pervers.
Eerder dan aangekondigd was ik teruggekeerd uit Groningen waar ik exposeerde. Het was stil in huis op het gerucht na dat van boven kwam. Ik luisterde onderaan de trap, ik kon het geluid niet precies duiden. Het werd sterker bij elke trede die ik klom. Bij nader inzien vermoedde ik op de overloop al wat er aan de hand was. Toch opende ik argeloos de slaapkamerdeur. Hoelang ik door de opening naar binnen keek, weet ik niet. Ik kon nauwelijks bevatten wat ik zag, ook al wist ik drommels goed wat zich voor mijn neus afspeelde. Ik zag kleren verspreid over het parket, Martin spiernaakt en staand op de vloer aan het voeteneinde van ons echtelijke bed, een vreemde kerel, ook naakt, op handen en knieën op ons bed. Hij bewoog mee met elke stoot die Martin vanuit zijn lendenen veroorzaakte en slaakte daarbij kreunende kreten. Misschien dat de slaapkamerdeur piepte of dat de beweging van mijn hand naar mijn opengevallen mond opgemerkt werd. Ineens draaiden twee verwilderde koppen opzij, waarvan de blikken verrieden dat hun terugkeer naar de realiteit slechts mogelijk was via de weg van verbijstering. Het is belachelijk hoe het brein zich in dit soort omstandigheden kan focussen op details. Terwijl Martin zijn handen liet rusten op de kont van zijn billenmaat, gleed zijn geslachtsdeel naar buiten, alsof het ook nieuwsgierig was naar de dame in de deuropening. Dat ding, zo was mijn eerste gedachte, komt er bij mij nooit meer in.
Rosé en bad vormen niet bepaald de combinatie om verkwikt verder te gaan met leven. Het kostte moeite uit het afkoelende water op te staan. Ik moest, ik zou al mijn tijd nodig hebben om lichamelijk goed voor de dag te kunnen komen. Dat gaat vijftigers niet meer vanzelf af. Minutenlang keurde ik mezelf voor de spiegel, ontdekte meer minder flatteuze delen dan ooit en besloot in elk geval mijn schaamhaar te modelleren. Ik smeerde me in, fatsoeneerde mijn haar, maakte me op en besprenkelde me met het geurtje dat nog dateerde uit de tijd van Martin. Dan lag ik op het dekbed, naakt zoals nu, en dan rook hij aan me als een snuffelende hond.
Ik schrok wakker van het roepen van mijn naam. Renée was al binnen, de achterdeur was open. Ik plukte mijn kimono van de stoel en haastte me die aan te trekken. Er klonken voetstappen op de trap. Waarom was die ceintuur juist nu onvindbaar? Er werd geklopt. “Hannah?”
“Even nog.” Lag hij onder de berg kleding op de stoel?
“Hé, Hannah.”
De deur was open, daar stond ze, slank, verbluffend mooi, in een topje en rokje. Zorgvuldig opgemaakt, rood gestifte lippen, rode nagellak op vinger- en teennagels, ontspannen grijnzend, het haar quasi slordig gekapt. Het contrast met mijn onhandige verschijning kon niet groter zijn. Ik probeerde te redden wat er te redden viel door de panden van mijn duster bij elkaar te grijpen. Tevergeefs, want Renée had het op mij gemunt. Ze vouwde mijn handen open, zodat ik los moest laten en noodgedwongen prijs moest geven wat ik verborgen had willen houden. Onzin natuurlijk, ik wist waarom ze was gekomen, waarom ik had gebeld. Met als consequentie dat ik dingen uit handen moest geven, om te beginnen de panden van mijn jas en ten tweede alles wat zou volgen. Renée bepaalde nu, niet ik. Ze had haar koele handen op mijn naakte heupen gelegd en kuste me op mijn mond. Voorzichtig, aftastend, alsof ze mijn schroom zoentje voor zoentje weg kon kussen. Haar ogen waren donker in de toenemende schemering.
“Je bent een prachtige vrouw,” zei ze. Dat ontroerde me, want het was lang geleden dat iemand dat tegen me gezegd had. Ik kuste terug. “Je bent lief,” zei ik en legde mijn handen op haar schouders. Renées handen kropen omhoog langs mijn flanken en vonden mijn borsten. Ze liet haar duimen op mijn tepels rusten.
“Wat een jetsers.”
Ze dook met haar hoofd mijn kimono in. Terwijl ze mijn borsten proefde, kroelde ik door haar warrige blonde haar. Mijn jas gleed van mijn schouders en bungelde aan mijn armen. Ik gaf me bloot, liet haar begaan en voelde wellust als een golf door mijn lijf spoelen. Na jaren afwezigheid was het er gewoon weer. Na Martins vertrek dacht ik dat ik was opgedroogd dat seks niet meer voor mij was weggelegd op wat sporadische zelfbevrediging na. Renée bepotelde en bevingerde, knielde en kuste zachtjes mijn onderkantje, terwijl ze me langs mijn buik en borsten bleef aankijken. Uitdagend, alsof ze wilde laten weten dat ze het lef had. Haar handen deden een poging mijn billen te omvatten. Ik voelde haar tong, een hand, een vinger. Ik ademde amechtig. De kimono gleed eindelijk op de grond. Ze voerde me naar het bed waar ik plaats nam op de rand.
“Ben je van de meisjesliefde?” vroeg ze.
Wat moest ik antwoorden? Niet in ervaring, nee, maar met wat hier en nu plaatsvond, in mijn eigen slaapkamer, met gevoelens die ontwaakten, exploderende hormonen en sappen die begonnen te stromen als smeltwater in de lentezon, ja, dan was ik volmondig van de meisjesliefde. Wat een tedere omschrijving trouwens voor de driften waaraan we ons overgaven. Renée tilde haar rokje op waar ze niets onder had. Was ze zo over straat gegaan? Ik liet mijn neus door haar stugge schaamhaar gaan waar het naar Pure Vanilla rook. Als onervaren vrouwen minnaar was ik verrukt over de ontdekking wat beffen doet met zowel de gebefte als de beffer.
Vrijwel direct nadat ik haar lippen raakte, liet Renée langgerekte oer-kreunen horen en trok ze mijn gezicht dieper in haar kruis. Bij mezelf stelde ik vast hoe ik in no time nat was geworden tussen mijn benen. Alsof ik betoverd was door aan Renées vaginale toverdrankje te nippen. Ik mocht dan geen ervaring hebben met het beroeren van andervrouws edele deel, door zelf zo’n ding te hebben snapte ik hoe het in elkaar stak, begreep ik wat ik likte, het knopje van de kittelaar, de grote en de kleine schaamlippen, de ingang van de vagina. Martin had me gebeft zonder enig besef van vrouwelijke anatomie en was altijd een amateur gebleven. Misschien was hij meer bedreven in pijpen. Uitermate vermoeiend die gedachten aan mijn ex die zich vooral te onpas aan me opdrongen.
Ik strekte me uit op het bed, Renée kroop bovenop me. Ze was haar topje kwijt. Als twee roze magneten trokken haar borsten mijn mond aan. Ik kuste het zachtste en heerlijkste stukje huid dat ik ooit had aangeraakt. Pas nu kwamen haar tepeltjes omhoog, aarzelend, bescheiden, nieuwsgierig naar wat er gaande was. Ze lieten zich onbekommerd zuigen en likken. Renée hing boven me met dichte ogen en open mond, in trance leek het wel. Haar adem ging snel. Ik had mijn hand tussen onze buiken door, over haar heuveltje naar haar gleufje geschoven. De lippen weken spontaan voor mijn vingers. Als ik mijn heupen omhoog bewoog, kon ik mijn eigen kut langs de buitenkant van mijn pols schuiven. Mijn andere hand lag op haar linker bil. We bewogen in een geconcentreerde cadans van de werkelijkheid van seksende lijven naar de werkelijkheid van een onwerkelijk sterk orgasme in het kwadraat.
Ik werd wakker in een leeg bed. De wekker gaf 3:11 aan. Het was stil in huis. Renée was er niet meer, ze was vertrokken, ik wist het zeker. Toen ik het licht aanknipte, zag ik dat haar kleren verdwenen waren. Alleen een kuiltje in het andere kussen verried dat er naast me iemand in het bed had gelegen. Ik rook aan het onderlaken: vanille. Pure vanilla. Renée. Ik zocht mijn telefoon. Misschien dat ze een bericht had achtergelaten. Of gewoon een papiertje met een boodschap. Ben even weg. Kom zo terug. Misschien lag het beneden op tafel.
In de woonkamer viel mijn oog op de camera die met de tv verbonden was. Ik klikte de apparaten aan. Daar was ze weer, mijn Renéetje, haar borstjes, haar spleetje. Als ik mijn lippen likte, kon ik haar nog proeven. Ik keek foto’s, het was nog geen half vier en ik voelde me alleen. Er waren geen achtergelaten berichten, we stonden niet in verbinding. Tenzij ik haar zou bellen, natuurlijk. Ik moest wachten, geduld betrachten, de zon op laten komen. Het was fris, ik was bloot en slaperig. Ik kroop terug in bed, onder het dekbed en viel in slaap.
Mijn drang tot bellen wist ik uit te stellen tot half negen. Meteen toen de telefoon 8:30 aangaf, tikte ik op Renées naam.
“Met de telefoon van Renée.” Een geaffecteerde mannenstem.
Ik noemde mijn naam. “Is Renée in de buurt?”
“Ze staat onder de douche, ik fungeer even als antwoordapparaat, ik ben haar echtgenoot. Kan ik een boodschap overbrengen?”
Of hij, haar man blijkbaar, een boodschap wilde overbrengen? Dat ik bij Renée wilde zijn dat ik haar lief en geweldig vond, haar tietjes wilde kussen, met mijn handen door haar warrige haar wilde kroelen, haar handen op mijn billen wilde voelen, haar wilde likken…?
“Ik, eh, ik bel later wel terug.”
“Was Renée vannacht toevallig bij u?”
Ik zweeg.
“Dat kan ik natuurlijk niet meer toestaan. Ze hoort hier, bij mij. Bent u daar nog?”
“Ja, ik ben er nog. Ik schilder, Renée staat model.”
“Dat hoorde ik, ja, maar toch niet midden in de nacht? En heb ik het goed begrepen dat ze naakt poseert? Dat wil ik niet dat gaat niet goed, mijn Renéetje kennende. U zult op zoek gaan naar een ander model. Goedemorgen.”
Verbluft keek ik naar het schermpje. Hij had echt opgehangen. Wat was dit? Ik belde opnieuw. Er volgde direct een voicemail. Ze douchte, het kon niet lang duren, voordat ze terugbelde. Wat een potentaat, die vent.
De tijd verstreek, Renée belde noch appte. Ik hing doelloos wachtend op de bank. Ik had Renées mooiste foto voorgezet op het tv-scherm. Ik was ongerust, ongeduldig en vol verlangen. Natuurlijk was er die innerlijke stem die me meldde niet zo kinderachtig te doen. Waar ging dit helemaal over? Ik, 55, verliefd op een twintig jaar jongere vrouw? Kom op zeg. Renée keek me aan vanaf het scherm. Prachtige blauwe ogen, diep als de Middellandse Zee. Ik kon zwemmen, maar zonk toch weg. Het was goed zo.
Toen de bel ging, was ik boven in de badkamer. Vanuit het raam zag ik haar staan. Warrig haar, zonnebril, T-shirt, spijkerbroek. En twee koffers.
Groetjes,
Renée Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u
My



De vrouw met de kajak

Vanille Posted on ma, juli 05, 2021 14:22

Je kent die plek misschien wel, de Langerplas, Lago Lango in de volksmond, ingeklemd tussen de N507 en de Langerpolder. Een aardig gebied met een gewoon en een naaktstrand. Bij mooi weer behoorlijk druk, niet voor mensen gesteld op rust en privacy. Ik kom er weleens bij twijfelachtig weer. Dan heb je er de ruimte. Als heteroman negeer ik de mannetjes die denken dat ik iets met ze wil. Ik kom om te relaxen: liggend mijn hoofd leegmaken van een drukke werkweek. En, o ja, om te zwemmen. Dat doe ik zelfs als het water nog koud is, zoals in het voorjaar. Een tijdje geleden ontdekte ik al zwemmend aan de zuidkant van het terrein een door struikgewas en riet verborgen strandje. Volkomen geïsoleerd van de rest, een ideale stek voor rustzoekers. Ik nam mij voor zodra de gelegenheid zich voor zou doen dat strandje te bezoeken.

Het ging om een combinatie van mooi weer en een vrije dag, en hoewel dat niet vaak voorkwam, was het half juni toch zover. Voorzien van proviand, leesvoer en zonnecrème zette ik al voor negenen mijn fiets in het rek bij het recreatieterrein. Ik was de eerste. Ik kleedde me uit, stopte alles in een stevige zak en ging te water. Voor de voorspelde temperaturen was het nog wat vroeg en zeker het water was behoorlijk fris. Ik zette door, hield de zak droog op mijn hoofd en zwom met één arm en beide benen om de rietkraag heen. Alle inspanningen waren de moeite waard. Na vijf minuten had ik niet alleen het verlaten strandje bereikt, maar lag ik al op te drogen op mijn handdoek, handen onder mijn hoofd. De zon scheen, het was windstil en het enige gezelschap bestond uit waterhoentjes.

Een tijdlang bleef ik zo liggen, de zon voelde met de minuut aangenamer. Ik diepte de zonnecrème op en ontdekte tijdens het insmeren een bootje aan de overkant van het meer. Een kano misschien. Dat moest een fijne ervaring zijn zo alleen op het rimpelloze water. Hij ging redelijk snel en wat me enigszins verontrustte was dat de peddelaar zijn koers verlegde in mijn richting. Ik draaide de dop op de fles en volgde het bootje dat nu in hoog tempo de plas overstak. Doelbewust leek het wel. Zou hij uitgerekend hier naartoe varen? Er was genoeg ruimte voor meer mensen, maar toch.

Uit mijn tas viste ik mijn krant op, de kanoër met argusogen in de gaten houdend. Met nog 100 meter te gaan hield hij de peddel even stil alsof hij zich oriënteerde. Hij? Ik kneep mijn ogen tot spleetjes. De kanoër leek een blauw hemd aan te hebben wat bij nader turen net zo goed een bovenstuk van een bikini zou kunnen zijn. Het haar zat mogelijk in een paardenstaart. Met de peddel weer in het water en de vaart die daaruit volgde, verdwenen de twijfels snel: het was een dame. Raar misschien, maar nu ik dat wist, onderwierp ik mijn lijf aan een kritische inspectie. Voor het herstel van eventuele onvolmaaktheden was het te laat, maar of bepaalde lichaamsdelen er op hun voordeligst bij lagen, bleek opeens een rol te gaan spelen. Het leek me met het oog op de naderende landing beter rechtop te gaan zitten met opgetrokken knieën. Met de peddel rechtop in het water bracht de vrouw de kano tot stilstand. Ze had een donkerblauw bovenstukje aan. Ze zag me kijken.

“Bezwaar als ik aan land kom?”

Een retorische vraag natuurlijk. Als ik al nee had willen zeggen, dan had ik het niet gedaan. Ze manoeuvreerde het vaartuig met de voorkant het strandje op, stapte behendig uit en trok de boot zo ver als ze kon op de kant. Haar bikinibroekje was nat op haar billen.

“Mooi plekje hier.”

“Zeker.”

“Kom je hier vaker?”

“Af en toe.”

“Ik kende wel dat terrein hierachter, maar dit niet.” Ze haalde twee plastic zakken uit de kano en keek rond voor een geschikt plekje. “Ik houd me wel aan deze kant van de kajak, mannen en vrouwen gescheiden, ha ha.”

“Kajak?”

“Kajak, ja, geen kano.”

Ik lachte schaapachtig. Dat was een geschikt moment om me weer uit te strekken op mijn handdoek? Ik kon beginnen op mijn buik, even wennen aan het idee van gezelschap. Met mijn hoofd op mijn armen kon ik volgen wat ze deed, de rug naar me toegekeerd. Ze rolde een handdoek uit, maakte haar bovenstukje los, verdween even uit beeld achter de kano, sorry kajak, kwam tevoorschijn met een flesje zonnebrand, draaide de dop eraf en meteen weer erop. Ze keek naar mij, man op een handdoek met de billen bloot.

“Is het water hier al lekker?” Ze had prachtige volle borsten. Ik tilde mijn hoofd op. “Fris, maar goed te doen.” Borsten met kleine bruine tepels. Ze keerde zich om naar de plas en bleef aarzelend staan. “Oké,” sprak ze zichzelf moed in en liep behoedzaam het water in. Ik richtte me nieuwsgierig op om te zien hoe haar lange benen in steeds dieper water verdwenen en tenslotte haar bikinibroekje onder ging. Ik snapte dat ze die had aangehouden, ik herkende die preutsheid of misschien wel gêne. Dat ze topless was, was al gedurfd genoeg op een afgelegen strandje met een onbekende kerel. Haar aanwezigheid had me niet onberoerd gelaten. Ik voelde een beginnende erectie opkomen. Ik zou zolang zij bleef op mijn buik moeten blijven liggen. Of ook een koude duik nemen om het onrustige testosteron in te tomen. Ik besloot niet te wachten. Met de vrouw een meter of wat voor me dook ik in één keer onder water om niet ver van haar boven te komen.

“Als je eenmaal door bent…” Ze kon niet meer staan waar ze was en maakte een paar zwemslagen waarmee ze tot vlakbij kwam. Ze had blauwe ogen met lange wimpers. “Ben jij hier dan zwemmend gekomen?” Haar haar was droog op de paardenstaart na. Een roze elastiekje hield de boel bij elkaar. “Dus je bent dat koude water wel gewend?” We zwommen ieder nog wat willekeurige rondjes, voordat we de kant op zochten en op enige afstand van elkaar in ondiep water bleven zitten. Mijn hormonen leken tot bedaren te zijn gekomen. Er stak in elk geval niets onoorbaars boven het water uit. “Ik vind het hier ontzettend gaaf. Ik heet Mirjam by the way.”

“Nick.” Onze schuddende handen waren nat en koud.

“Zat je hier lekker in je uppie, kom ik langs.”

“Geeft niet.”

“Ik had natuurlijk ook een onappetijtelijke dikke vent kunnen zijn.”

“Een dikke vent in zo’n kano?”

“Kajak. Niet waarschijnlijk, nee.” Ze schoof nog iets verder de kant op waar ze in één beweging haar broekje omlaag trok. Ik deed of ik waterhoentjes observeerde. “Kan wel uit nu. Ik moest eerst even weten welk vlees ik in de kuip had.”

Vlees in de kuip. Haar kuip, mijn vlees? Ik schudde mijn hoofd.

“Mannen op een naaktstrand kunnen zulke eikels zijn. Dat gegluur de hele tijd. Jij bent niet zo, toch?” Ik probeerde uitsluitend in haar ogen te kijken en schudde mijn hoofd. Maar toen ze opstond en zich omdraaide, moest ik gluren, of ik wilde of niet. Want er viel veel te gluren. We kozen positie op onze handdoeken aan weerszijden van de kajak. De zon had al behoorlijk wat kracht gekregen. Er waren nog geen vijf minuten voorbij gegaan toen ze naast me stond. Of ik wilde of niet, ik moest haar nu zien. Ik lag, zij torende boven me uit met een thermoskan. Haar lange benen liepen over in een keurig getrimd kruis met geprononceerde schaamlippen, uitstekende heupen, platte buik en borsten die vanonder bekeken nog goddelijker leken.

“Koffie?” Ze nam plaats op de rand van de boot en schonk koffie in een bekertje en in de dop van de fles. “Ik had een uur geleden niet kunnen denken dat ik koffie zou drinken met een naakte man. En dan ook nog een man met een geschoren zaakje.” Ik keek omlaag alsof ik het zelf ook voor het eerst zag. Ik had de boel flink gesnoeid.

“Voelt dat fijn?”

“Voor mijzelf bedoel je?”

“Ja, duh, voor wie anders.” Onwillekeurig gleed mijn hand over mijn zak. Het voelde aangenaam glad daaronder. En koel, dat was de kou nog van het water. Hoezo, moesten we het over mijn geschoren delen hebben? De lichte tinteling die door mijn geslachtsdelen kroop, was een teken dat ik het niet helemaal meer in de hand had.

“Ik knip het en dan doe ik het nog een beetje met een mesje.” Ze had haar benen uit elkaar gezet en streek met een vinger langs het gekortwiekte schaamhaar. Ik kwam overeind om mijn aanstaande erectie te verhullen, hoewel het leek alsof ik zo beter zicht wilde hebben op Mirjams onderkantje. Niet dat haar dat uit leek te maken gezien de vinger die schaamteloos verder naar onderen gleed.

Hoog boven ons hoofd vloog een vliegtuig. Twee eenden zaten elkaar snaterend achterna. De koffie dampte.

Ik kon mij niet herinneren ooit koffie te hebben gedronken met een zich vingerende vrouw. Of misschien was dat een te groot woord voor die simpele streling. Mirjam trok haar hand al terug, deed haar benen bij elkaar en monsterde mijn blik. Het waren plaagstootjes, uitdaginkjes, ver leidinkjes, bedoeld om bij mij verwarring te zaaien. Waar wilde ze heen? “Lekker?”

Ze bedoelde de koffie. Ik knikte, terwijl ik probeerde mijn stijve tussen mijn opgetrokken dijbenen gekneld te houden. Ze wist natuurlijk allang hoe het ervoor stond. “Paradijselijk,” zei ze, “Adam en Eva, mooie natuur, zonnetje.” Ze stond op. “Ik ben aan de andere kant van de kajak mocht je me nodig hebben.” Ze verdween uit zicht. Ik strekte me uit op de handdoek. Misschien moest ik me gewoon neerleggen bij die niet te vermijden erectie. Ik concentreerde me op de krant, maar het lukte niet de stukken tot me te nemen, gespitst als ik was op beweging en geluid vanachter de boot. Niet dat er iets gebeurde. Of toch. Als ik iets omhoog schoof kon ik haar zien.

Aan de rand van de bosjes was ze neergehurkt om te plassen. Ze keek omlaag, vervolgens omhoog, recht in mijn gezicht. Het had geen zin te doen alsof ik niet keek. Ze kwam overeind, liep op me af en bleef staan. Haar stem klonk plagerig: “Ben je nou toch zo’n vieze gluurder, Nick?” Ze duwde speels tegen mijn achterwerk met haar voet en liep door tot in het water waar ze door haar knieën ging om haar billen onder te dompelen. Toen kwam ze weer terug. “Schoon,” verklaarde. “En kom je nu mijn rug insmeren?”

Het was duidelijk, dit was een vrouw die het ragfijne spel van verleiding tot in het uiterste beheerste. Beheersing, daar draaide het om. Het stond diametraal tegenover mijn onbeheerst zwellende pik. Hoe kon ik het insmeren van haar rug nu weigeren? In welke staat van opwinding ik ook verkeerde, ik ontkwam er niet aan haar onder ogen te komen met mijn geslachtsdeel in kennelijke staat.

Mirjams rug was zacht en bruin behalve waar haar bikini had gezeten. Daar was ze net zo roze als de voor het smeren no-go-area van haar kont. Mijn handen verspreidden de zonnecrème netjes tot boven haar pronte billen. Haar schouders en bovenarmen waren gespierd. Een geoefende kajakker. De subtiele beweging van haar linkerarm die langs haar lichaam lag, zag ik niet, maar voelde ik des te meer. Ze had haar hand tegen mijn penis gelegd en sloot haar vingers er omheen, losjes, alsof het per ongeluk gebeurde. Zachtjes gleden mijn handen over haar ruggenwervel en mijn stijve door haar vingers. Nog subtieler was het spreiden van haar benen, wat ik opvatte als een uitnodiging om ook haar achterwerk mee te nemen. Ik zette beide handen in om de stevige ronde billen te smeren, de duimen diep in de bilnaad. Het geluid dat ze voortbracht en in volume toenam al naar gelang de plekken die mijn handen betastten, leek op het spinnen van een poes.

Mijn vingers gleden tussen haar billen door over haar sterretje en belandden in haar natte schaamspleet. Wijs- en middelvinger leken naar binnen gezogen te worden. Nog trok ze aan mijn lul, sneller en krachtiger. Vanuit mijn ooghoek zag ik beweging in het water. Het waren geen eenden of meerkoeten dit keer. Er stond een vent in het water, onverstoorbaar met de armen over elkaar, kaal hoofd en een zonnebril met spiegelglazen. Al waren zijn ogen niet te zien, het was duidelijk naar wie hij keek. Hoe lang stond hij daar al? “We hebben gezelschap.” Ik fluisterde. Ze liet mijn penis los, trok haar armen onder zich, keek over haar schouder en toen naar mij. “Doorgaan. Gewoon doorgaan.”

Ze trok haar rechterdij verder omhoog, zodat haar kut nog beter bereikbaar werd. Ik legde mijn handen terug op haar billen en boog naar voren. Ik was me ervan bewust hoe het standbeeld in het water meekeek. Hoe anders had ik me deze zonnige dag voorgesteld. Ik was niet heel ervaren op seksueel gebied, maar onder deze omstandigheden en met deze vrouw bleek seks een vanzelfsprekendheid te hebben die ik in mijn stoutste dromen niet had kunnen bevroeden. Ik was zelden zo opgewonden en dat die man getuige was van hoe Mirjam en ik elkaar bedienden, wakkerde die geilheid alleen maar aan. Ze had haar aftrektaak weer opgevat en mijn mond had haar vulva gevonden. Het ging wel hard nu.

“Mirjam.” Was dat afgeknepen geluid mijn stem? “Wachten. Even wachten.” Nog even en ik zou klaarkomen. Dit was geilheidslevel super-hoog. Ik liet me naast haar op mijn rug vallen en stopte haar hand voor de uitstelpauze. Ik sloot mijn ogen. Het was dinsdag, nee, woensdag. Ik had de afvalcontainer langs de weg moeten zetten. Of nee, het was toch dinsdag, vanavond zou ik… Mirjams geopende mond bracht me terug bij de les. Haar speeksel en adem waren warm, haar tong die diep bij mij naar binnen stak, verkende mijn mondholte. Ze moest haar paardenstaart hebben losgemaakt, want haar haar waaierde uit over mijn gezicht en kriebelde. Onze monden kwamen los met een plop. Mirjam keek naar achteren.

“Hij staat er nog. Hij wacht tot we klaar zijn. Komen.” Ze richtte zich op, haar borsten waren binnen handbereik. Ze voelden zacht en stevig tegelijk. Haar tepels voelden als knopjes die door de aanraking van mijn mond en vingers schakelaartjes bleken die een nieuwe impuls gaven aan Mirjams genot. Ze wist wat ze wilde. Ze kroop bovenop me, dat wil zeggen, ze koos positie met mijn hoofd tussen haar benen, zodat ik haar zachte natte schaamlippen kussen kon – of kusten ze mij? Het was hoe dan ook een afscheidskus, want ze schoof vervolgens omlaag over mijn borst, mijn buik, een slakkenspoor van vaginale vochten achterlatend, tot diezelfde lippen mijn doorbloede eikel kusten – of mijn eikel haar doorbloede lippen likte – om dan als een gulzig mondje mijn kloppende geslacht op te slokken. De eindspurt was ingezet.

Ik gleed Mirjam in en uit alsof ik nooit anders had gedaan. We maakten smakkende geluiden van onderen. Ik kneedde haar billen, ik zoog op haar tepels. Ze kwijlde uit haar openstaande mond. Niets stond ons orgasme nog in de weg. Mírjam was me net voor. In langgerekte kreunen met hoge uithalen en sidderend onderlijf liet ze het me weten. Mijn antwoord kwam in een paar allerlaatste stoten die leidden tot de fijnste climax sinds mensenheugenis. Ik sloot mijn ogen. Hoe konden Mirjam en ik die geëxalteerde sensatie zo lang mogelijk vasthouden?

We lagen hijgend in elkaars armen, zachtjes elkaars hals en wangen kussend. Mijn penis rustte in haar vagina. Het was goed zo. Het paradijs, had Mirjam gezegd. Dat was zo. Ik keek naar de hoge blauwe lucht. De witte strepen van vliegtuigen waren uitgewaaierd tot veren. Er vloog een eend over. En nog een. Een geile woerd die achter een vrouwtje aan zat. Of andersom. Mirjam duwde zich omhoog, haar borsten hingen uitdagend boven me. Ik gleed uit haar. Hij stond er nog, de man in het water, maar hij bewoog. Het schouwspel was voorbij, hij draaide zich en om en zwom weg. Misschien had hij iets van ons opgestoken. Toen Mirjam en ik tot bedaren waren gekomen trok Mirjam me het water in. De duik was verfrissend en louterend. Mirjam omhelsde en zoende me. “Je was top, Nick.”

“Jij ook, Mirjam.” Eigenlijk waren dat de laatste woorden die we wisselden. Toen ze na een uur of wat weg peddelde, zeiden we alleen “dag”. Ze had haar bikini weer aan. Hoe groter de afstand tussen mij en de kajak werd, hoe treuriger ik me voelde. Op een bepaald moment was ze niet meer te zien en begon de vertwijfeling. Was deze vrouw mij echt overkomen? Had ik haar zomaar laten gaan? Om mezelf te overtuigen van haar aanwezigheid keek ik naast me waar de kajak had gelegen en waar toch sporen moesten zijn. Ik zag niets. Zelfs geen voetafdrukken in het zand.

De zon stond hoog en brandde op mijn huid. Het was genoeg geweest. Ik zwom terug zoals ik gekomen was. Het recreatieterrein was bevolkt met voornamelijk naakte mannen. Op weg naar mijn fiets liep ik langs maar liefst twee mannen die me trekkend aan hun geval hun bedenkelijke bedoelingen te kennen gaven. Opeens zag ik hem, de man met het kale hoofd en de zonnebril. Dus toch. Hij keek op van zijn puzzelboekje, pen in de hand. Ik wist niet hoe te beginnen. “Heb ik iets van je aan?” Hij had humor.

“Gekke vraag misschien, maar jij stond toch in het water, toen ik, eh toen wij, toen die vrouw en ik, nou ja, je weet wel.” Ik lachte dommig. Hij schoof zijn bril omhoog en keek me nieuwsgierig aan.

“Ik weet niet wat je staat te bazelen, vriend, maar als dit een cryptische uitnodiging voor een aftrekbeurt in het struikgewas is, zeg ik geen nee.” Hij draaide zich op zijn rug om mij zijn immense geslacht te tonen.

Ik maakte dat ik bij mijn fiets kwam.

Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u

My



De beuk er in

Vanille Posted on zo, juni 06, 2021 13:25

Ik zou het op prijs stellen wanneer dit onder ons blijft. Het is een geheim, dus ga er ook als zodanig mee om. Niemand anders hoeft dit te weten. Ik vertel het je in vertrouwen. Oké?

Oké. Je kent toch dat bos? Ja, dat beukenbos. Inderdaad, achter boerderij De Horizon. Achter die stallen, ja. Langs De Horizon, langs die stallen loopt een smal pad. Rechts ligt een greppel. Als het flink geregend heeft staat er water in. Je kunt voor dat pad het beste laarzen aantrekken, het is er modderig en overal ligt koeienpoep. Pas trouwens op voor die valse herdershond op het erf. Hij zit wel aan een touw, maar het is een behoorlijk lang touw.

Dat pad leidt dus naar dat beukenbos. Dat bos is niet heel groot, maar wel lekker rustig. Er zijn eigenlijk maar drie paden die het doorkruisen. Welk pad je ook neemt, je passeert altijd de open plek. Daar groeit gras. De ideale plek om een bankje neer te zetten. Maar dat staat er dus niet. Misschien wel goed ook, anders is het meteen zo gecultiveerd. Nederland is toch al zo aangeharkt.

Onlangs met die storm is er een beuk omgewaaid. Zo’n beetje aan de rand van die open plek. Een woeste knaap, hoor, een enorme takkenbos en een stam van ‘heb ik jou daar’. Dat moet wel een windvlaagje geweest zijn. Zonde van die boom, maar als je kost wat kost, wilt zitten, dan kan dat nu op die stam. Koffie en koekjes mee en je hebt een ideaal picknickplekje. Bij lekker weer dan.

Oké. Nu dat geheim dan. Het zijn eigenlijk twee geheimen. Ik reken op je discretie, hè.

Goed. Ik was daar dus, in dat beukenbos, op die open plek, bij die omgewaaide boom. Ik rustte even uit. Hoorde de vogels zingen, voelde de wind door mijn haar waaien. Het was niet koud, het is al een tijd veel te warm voor de tijd van het jaar. Ik had mijn jas los. Zo’n lange bruine Duffelse jas tot op mijn knieën. En ik droeg laarzen, rubber laarzen, groene om precies te zijn. Ik had mijn handen aan weerszijden van op de beuk gelegd. Op de onregelmatige stam.

Mijn rechterhand vond het, voelde het, ik had het niet eens gezien. Het was een bobbel, een knoest, maar dan glad afgesleten, zonder schors. Een naakt stuk hout dus. En het deed me aan iets denken. Hoe langer ik mijn hand erop had, hoe meer ik voelde, hoe meer het me daaraan deed denken. Het was hard, stevig, behoorlijk van formaat ook. Ik draaide me opzij, zodat ik ook mijn linkerhand erop kon leggen. Ik keek ernaar. Het was inderdaad net… Oh, geile ik. Mijn schaterlach joeg de vogels uit de bomen.

Ik keek om me heen, er was niemand, het bos was van mij. De beuk was van mij. De knoest in de vorm van een ‘je weet wel’ was van mij. Mijn probleemoplossend vermogen was toereikend om meer uit de situatie te halen. Mijn bemodderde laarzen gleden geruisloos van mijn voeten en mijn slipje nog stiller. Ik stopte het in mijn jaszak, trok mijn rok wat op en nam schrijlings plaats op de beukenstam.

Voorzichtig gleed ik heen en weer op de knoest. Het gaf dan niet mee, zoals een echte doet, maar voor de rest bracht het me dezelfde intense sensatie die al ras steeds heftiger werd. Ik steunde voorover op mijn handen, alsof ik een torso van hout vastklampte, en bewoog mijn bekken en heupen als een wilde. Ik kwam diverse keren met onmatige gilletjes die ook de laatste gevederde vrienden de bomen uit joegen.

Het was puur natuur wat ik daar beleefde. Seks met een beuk, wie kan mij dat nazeggen? Hijgend bleef ik minutenlang zitten met mijn benen om de ronding van de stam geklemd. De wind liet luidruchtig van zich horen als een supporter van een voetbalclub die zijn club net zag scoren. Gescoord had ik zeker. Maar er was geen bal aan te pas gekomen.

Snap je? Dit is dus geen verhaal om aan de grote klok te hangen. Houd het voor jezelf en koester het. Fantaseer erbij voor mijn part.

Wat ik daarna ook deed op die dag, de beuk zat in mijn hoofd, of zo je wilt, in mijn intiemste deel. Figuurlijk dan. Zodra zich de gelegenheid voordeed, moest en zou ik het bos weer in. De volgende morgen, het was gelukkig droog, ging ik na de koffie op pad. Onderbroek had ik thuisgelaten en ik droeg het rokje van de dag ervoor. Er gaat niets boven efficiëntie. Het pad was nog net zo modderig, de hond blafte vals, de wind woei ook nog stevig. Maar op de open plek hield ik geschrokken mijn pas in.

Daar, op nog geen 25 meter van me verwijdert, ging een vrouw tekeer op mijn beuk. En over dat ‘tekeer’ was geen twijfel mogelijk. Ze sekste met de beuk. Haar woeste krullenbol deinde op een ongeëvenaard ritme. Ik kon flink huishouden, maar dit was bij de beesten af. Haar mond stond open, ze kreunde alsof ze een kind baarde en haar ogen waren toegeknepen. Ze zag me dus niet naderen. Pas toen ik voor haar stond lichtte ze haar oogleden.

Ze schrok niet, ze was al te ver in extase land om nog normaal te reageren. Ondanks haar verwrongen gelaatstrekken herkende ik haar meteen. Het was de vrouw van de burgemeester. Ze gooide haar hoofd in haar nek. Ze stevende af op een orgasme. Ik nam plaats tegenover haar, schoof zo ver het kon dichterbij. Onze knieën raakten elkaar. De burgemeestersvrouw had haar jas open. De jurk eronder was met knoopjes van boven naar onder. Terwijl zij voort reed maakte ik haar jurk los. Daaronder was ze goddelijk naakt.

Alvorens de eindsprint aan te vangen gunde ze zichzelf een moment van rust, tilde ze haar borsten op, de gezwollen tepels tussen duimen en wijsvingers geklemd. Ik wist wat me te doen stond. Ik hapte en zoog, links, rechts, weer links, weer rechts, mijn handen op haar schokkende heupen. Haar orgasme was ongekend. Ik meende zelfs de beuk te horen kreunen onder het geweld waarmee ze kwam.

Toen ze zich gefatsoeneerd had en voldaan naast me zat, zag ik hoe de knoest glom van haar geile slijm.

‘Jouw beurt,’ zei ze. Niets kon me toen nog tegenhouden. Ik deed waarvoor ik gekomen was en kwam. Terwijl de vrouw van de burgemeester me vasthield.

We willen uiteraard niet dat binnenkort het halve dorp die beuk weet te vinden. Het is ons plekje, onze beuk, onze knoest. Vandaar die strikte geheimhouding. Geen woord hierover met anderen, dus. Zweer je dat? Fijn, ik wist dat ik van je op aan kon.

Groetjes,

Renée Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u

My



Eb en vloed

Vanille Posted on di, juni 01, 2021 11:30

Het was maar een amateur-cursus natuurfotografie, maar ik wilde de eindopdracht zo professioneel mogelijk uitvoeren. Vanwege Hemelvaart en Pinksteren was er gelukkig voldoende tijd om ruimte te geven aan mijn waddenidee. En volgens ‘Weeronline’ ging het weer ook nog meewerken. Ik had zin in mijn zelf geregisseerde avontuur. Op internet vond ik het e-mailadres van Jan Buntjer, een kokkelvisser die zijn bootje ook uitbaatte voor natuurliefhebbers en wadlopers. Hoeveel het zou kosten als ik hem en zijn bootje voor een dagje zou huren, mailde ik. Het antwoord kwam bijna direct, de prijs was redelijk. Ik legde de afspraak vast. De vrijdag na Hemelvaart zou ik hem ‘s avonds ontmoeten in café De Bonte Garnaal in Zoutkamp. Zijn stamtafel was aan de straatzijde, rechts naast de deur.

Die avond trof ik de visser aan op de afgesproken plek. Alleen al het noemen van zijn naam verraadde een zwaar Gronings accent. Hij was een ongeschoren veertiger met lang krullend haar in een paardenstaart en de grijns die hij me gaf, onthulde een gebit met een tand waarvan een stuk afgebroken was. In beide oren droeg hij een gouden ring. Hij dronk bier en bestelde voor mij ook een glas.

“Zo, Renée, en wat brengt zo’n westerse schone als jij helemaal naar Grunningen?” Ik legde uit hoe het zat met de fotocursus en de eindopdracht die ik graag op de Waddenzee wilde doen.

“Qua landschap, natuurschoon, en flora en fauna is er in Nederland geen mooier stuk te vinden, denk ik.” Het was niet nodig Jan te overtuigen. Hij luisterde en knikte, en keek me met zijn donkere ogen indringend aan. Ondertussen nipte hij van zijn bier.

“Hoe laat moeten we morgen dan weg?” Wilde ik weten.

“Jaha,” lachte Jan, “da’s nog wel een dingetje, Renée.” Ik keek hem vragend aan. “Dat wordt vroeg op, 6 uur weg op zijn laatst. Anders wordt het pas 12 uur later. Dat is vast niet de bedoeling.”

“Vanwege de getijden?”

“Vanwege de getijden. Juist.” Hij nam een grote slok, boerde achter zijn hand en grijnsde zijn gebit weer bloot. “Maar dan heb je ruim de tijd om je kiekjes te schieten. En het stikt van de zeehonden, vogels en ander spul.” De gedachte daaraan deed me glimlachen. En ik verheugde me op het bijzondere vaartochtje. Een met de natuur. Daar stond ik graag vroeg voor op. Ik hief mijn glas. “Op ons tochtje, Jan Buntjer,” riep ik enthousiast. Ik tikte mijn volle glas tegen zijn lege en nam een slok. Nu was ik het die boerde en grijnsde. Ik dronk zelden bier.

Jan had me voorspeld dat het koud zou zijn, en ondanks dat ik me dik had aangekleed, zat ik na enkele tientallen meters op het water al te rillen. Mijn gastheer bleek oog te hebben voor mijn ongemak en wierp me een zware oliejas toe die ik dankbaar aantrok. Samen met de mok dampende koffie uit zijn thermosfles kreeg ik het aangenaam warm. We stonden zwijgend naast elkaar in het minuscule stuurhutje. Het voelde opmerkelijk vertrouwd, alsof we zo vaker hadden gestaan. Het water van de Waddenzee was vlak als een tafelblad. In het oosten kwam de zon tevoorschijn als een vuurrode bal, haar stralen als vingers die reikten tot op onze gezichten. Ik genoot. En als Jan naar me opzij keek, zag ik hem genieten van mijn genieten.

“Ja, da’s wat anders dan de grote stad, hè. Hier sta je dicht bij de schepping. Dit doet God zelf.” Ik knikte, ik ben niet gelovig, maar ik snapte wat hij bedoelde. Dit was oer, hier had de mens geen invloed op, dit was back to the basics. Jan stuurde zijn bont gekleurde bootje tussen de boeien van de vaargeul door. Het was niet meer dan een veredelde sloep die voortgestuwd werd door een aangenaam pruttelend motortje. Het rook er naar een mengeling van diesel en vis. We stonden schouder aan schouder, nou ja, schouder aan bovenarm, want Jan was langer, ik wijdbeens met mijn fototas tussen mijn voeten. Aan de sleutel waarmee hij de motor had gestart, hing een sleutelbos die zachtjes rinkelde op het trillen van de motor. Jans handen, grote behaarde exemplaren met lange slanke vingers en brokkelige nagels, rustten bovenop het stuur. De deining was nauwelijks waarneembaar.

“Jij even sturen?” Jan schoof opzij zonder mijn antwoord af te wachten. Daar stond ik dan, zaterdagochtend, tien voor half zeven, aan het roer van een boot op de Waddenzee, in een veel te grote knalgele oliejas.

“Kapitein Renée, haha.” Jan opende een kastje en pakte er iets uit. Een pet, een kapiteinspet. Hij zette het ding op mijn hoofd. “Staat je goed, kapiteintje. Haha.”

“Zou zo’n pet helpen?” Vroeg ik. “Zeker, nu hebben we een behouden vaart.”

Hij verliet de stuurhut en rommelde wat op het dek. Ik stuurde netjes tussen de boeien door. De zon kroop omhoog. Het uitzicht was adembenemend. Een gevoel van euforie bekroop me. Wat was dit fijn. Wat voelde ik me goed. Vrij, gelukkig, herboren haast. Als vanzelf welde er vanuit mijn binnenste een kinderliedje op… “Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen, die wou van gaan varen…”

Jan keek om en stak zijn hand op. Ik zwaaide terug. Hij droeg zo’n stoere witte kabeltrui met hoge col, de mouwen opgestroopt. Hij had geen last van kou. Vanuit de stuurhut kon ik de tatoeage zien op zijn rechterarm. Een anker. Teken van hoop. Het werd warmer, de oliejas kon uit. Jan nam het roer over en ik pakte mijn camera.

“Indrukwekkend,” zei Jan.

“Valt wel mee, toch,” antwoordde ik. Ik richtte de lens op zijn markante kop. Hij grijnsde, stoer, maar ook verlegen. Alsof hij niet wist hoe hij moest kijken. Indringende bruine ogen. Hij knipperde in slow motion. Ik drukte af.

“Ik dacht dat je natuurfoto’s ging maken.”

“Jij bent puur natuur,” lachte ik. “Een fotootje ter herinnering aan jou, Jan. Dat mag toch wel?

“Jij bent de baas, kapiteintje,” grijnsde hij. “Nee, jíj bent de baas, stuurman.” Ik drukte nog eens af. Liet hem de foto zien op het schermpje. “Kijk “s wat een stoere visserman.”

Jan lachte onzeker. “Vind je?”

“En nu nog een selfie.” Ik strekte mijn arm en hield mijn hoofd naast dat van Jan. Even raakten onze hoofden elkaar en voelde ik zijn stoppels langs mijn gezicht schuren. Hij rook naar buiten. “Je ruikt naar zeep, kapitein.” Zijn hand lag op mijn rug. De spiegel in de camera klapte om.

Het was een grappige foto. Jans ogen stonden naar rechts gedraaid, de mijn naar links. Die kapiteinspet stond me. Toen we samen op het schermpje keken, lag zijn hand nog steeds op mijn rug. Het leek alsof hij zich daar opeens van bewust werd en hij liet de hand omlaag vallen die daarbij even tegen mijn bil tikte. We deden of er niets aan de hand was. Dat was er ook niet. Jan tikte per ongeluk tegen mijn achterwerk. Meer niet.

“En nu aan de slag,” riep ik. “Vogeltjes schieten.” Op het dek kon ik het niet laten achterom te kijken. Jan zwaaide, ik zwaaide terug. Het werd wat klef, maar wel lekker klef.

Het droogvallen van het wad gebeurde bijna ongemerkt. Opeens voeren we langs een zandbank aan stuurboordzijde, vlak daarna lag er ook een aan de andere kant. Op enkele meeuwen na zag ik nog geen dieren. Maar het landschap van water en zandbanken in de vroege morgenzon leverde prachtige beelden op. Ik had mijn camera op het statief gezet en probeerde posities uit. Hoe smaller de geulen werden, hoe langzamer ons bootje verder voer. Opeens stond Jan naast me met in iedere hand een croissant.

“Was je al toe aan een ontbijt?”

“Jawel, lekker, maar ik had ook iets mee als ontbijt.”

“Tja, onze afstemming is nog niet optimaal, kapitein.”

“Nee, maar hé, wie bestuurt de boot?” Ik nam een hap van de croissant. “Automatische piloot. We gaan alleen maar rechtdoor.”

“Kan dat? Ik bedoel, bestaat dat?” Het was niet dat ik me zorgen maakte, ik had alle vertrouwen in Jan Buntjer. Hij grijnsde weer.

“Het bestaat niet, en toch is het zo,” sprak hij raadselachtig met volle mond. “Kijk maar, recht zo die gaat.” We voeren langs een enorme zandplaat die net drooggevallen moest zijn. Als een walvis die boven was gekomen. “Mooi hè,” zei Jan. Hij moest het al honderden keren hebben gezien, maar leek oprecht verwonderd.

“Ik vind het geweldig, Jan.” Ik legde mijn hand op zijn bovenarm, zomaar, spontaan. “Stuurman zonder stuur. Wil je dan een yoghurtje van mij?”

We lepelden zwijgend onze bakjes leeg, ik aardbeiensmaak, Jan kersen. Op zin kin, in zijn stoppelbaard, bleef een druppel hangen die ik zorgzaam weghaalde met mijn vinger.

“En nu?” Vroeg ik. De boot was vastgelopen in het zand, Jan had de motor afgezet. Het was een bizar gezicht, alsof we met boot en al uit de lucht waren komen vallen.

“Nu moeten we hier blijven. Althans de boot. Als je wilt kunnen we het wad op. Dat was toch de bedoeling?” Uit een luik voorin haalde hij twee paar besmeurde rubberlaarzen tevoorschijn. “Dit is het kleinste paar dat ik heb, maat 43, red je dat?”

“Heb ik keus?” Uit de laarzen steeg een zompige lucht op.

We prepareerden ons op ons tochtje. Ver zou ik niet komen in die laarzen, ik had maat 39. Op aanraden van Jan verwisselde ik mijn spijkerbroek voor een korte broek. Hij deed hetzelfde. Het moment dat we beiden in ons onderbroek op het dek stonden was grappig. We waren te fatsoenlijk om naar elkaar te kijken, maar deden het stiekem toch, en moesten lachen toen we dat van elkaar ontdekten. Het was ondertussen zo warm dat ik mijn vest en Jan zijn trui uittrok. Hij had een zwart T-shirt aan met JAN op zijn borst.

“Ah, dus jij bent Jan,” zei ik.

“En wie ben jij dan?” Zei Jan. Toen liepen we op het wad, Jan voorop met mijn statief, ik erachteraan met de camera. Mijn voeten bij iedere stap schuivend in de laarzen. Na twintig meter voelde ik al dat ik blaren zou krijgen. Om de zoveel stappen hield Jan in en keek om. “Gaat-ie, kapiteintje?”

“Prima, stuurman. Heb je blarenpleisters?”

“Niet echt.”

“Of echt niet?” Hij stak zijn hand op ten teken dat we stil moesten zijn. “Zeehonden.” Jan fluisterde en viel op zijn knieën. Ik volgde zijn voorbeeld. Daar lagen ze, zeker tien, grote en kleine, grijze en vaalwitte. Ik bracht mijn camera in stelling, zoomde in en drukte af.

“Kunnen we dichterbij?” We tijgerden door het vochtige zilte zand, wat best koud was. Meter voor meter naderden we de kudde. Ik fotografeerde zo goed en zo kwaad als het kon, de camera omhooghoudend ter bescherming tegen het zand.

“Wacht.” Ik kreeg een beter idee. Ik zette de camera op Jans rug. Hij begreep de bedoeling en vormde een menselijk statief op handen en knieën. Zo zat ik precies op de juiste hoogte. “Als ik dit geweten had,” mopperde Jan.

“Wat dan?”

“Dan had ik je nooit meegenomen.”

Ik schoot zeehonden en vogels, krabben, kwallen, zeesterren, oesters en mosselen, poeltjes, ribbels in het zand, de staalblauwe lucht, Jan. Op den duur steeds meer Jan. “Zo voelt het dus als je gevolgd wordt door paparazzi,” zei hij droog. Ik werd verliefd op die grijns, die verweerde bruine kop, die plooien rond zijn mond, de diepe kraaienpootjes, de stoppels die een gouden waas op zijn wangen legden. Die indringende bijna zwarte ogen. Die tand bovenin waar een stukje vanaf was. Ik stak mijn vinger uit naar zijn mond die hij meteen sloot.

“Wat doe je?”

“Die tand…”

“Welke tand?” Zijn mond opende zich voor een nieuwe grijns. Mijn wijsvinger raakte de tand. Zijn lippen sloten zich om mijn vinger. Ik voelde de kapotte tand, het scherpe randje. We stonden op het wad, kilometers verwijderd van het vaste land, omringd door zeehonden en vogels, in een korte broek, in rubberlaarzen en het was stil. We keken. Ik voelde. Dit had iemand vast moeten leggen, het was haast een historisch moment – de Vrede van Münster, de eerste stap op de maan, de val van de muur, het aanraken van Jans tand. Hij zoog op mijn vinger, ik keek hoe hij zoog, hoe mijn vinger in zijn mond verdween tot het tweede kootje. Ik voelde zijn tong langs het topje gaan.

Het was een krijsende meeuw die ons terugriep in de realiteit. Voor zover die nog bestond in dit absurde landschap van zandbanken, zeehonden en gestrand bootje waarnaar we zwijgend terugliepen. Er waren even geen woorden meer die ik wist te zeggen. Mijn hart bonsde over het onzekere vervolg van de vinger in de mond. Een ding was zeker, ik had blaren, en ik was blij dat we nog maar tien meter hadden te gaan naar de boot.

Het verstrijken van tijd doet rijpen, een juist moment kan zich voordoen als een bliksemflits. In ons geval sloeg die in, in de seconden nadat Jan het statief in de boot had gelegd en ik de camera. Het kan ruimte bieden opeens met lege handen te staan. We vielen op elkaar aan als uitgehongerde honden op etensbakken, er was geen houden meer aan. Als het gekund had, waren we in elkaar gekropen, zo stijf drukten we ons tegen elkaar aan. Onze monden en tongen leverden strijd, er vloeide spuug. Onze handen gleden als verkenners over onbekende lichaamslandschappen, langs heuvels en dalen, over warrige bossen haar, door broeierige reten en spleten. We proefden elkaar, roken elkaar, beten elkaar. We propten handen in broeken die tegen de verwachting in nog stand hielden. Toen sprongen broeksknopen spontaan uit knoopsgaten, schoten ritsen omlaag, en werden broeken het slachtoffer van zwaartekracht. We voelden billen, schuurden buiken en zijn harde, zoekende, mannelijke deel tegen mijn zachte, vochtige, ontvangende deel. Tongen maakten overuren en vingers vonden telkens nieuwe plekken.

Tot we omvielen en het echte werk begon. Jan en ik op het wad, Jan op mij, Jan in mij, beheerst schuivend, ondiep, dieper, diepst en opnieuw. In rustig tempo, sneller, snelst. Ik met mijn rubberlaarzen nog aan, broek op mijn enkels, knieën en dijen zover als kon naar buiten. Jan, enorme Jan, zware Jan, lieflijk schokkend in mijn schede. Hij stopte, gleed uit me, overzag de situatie, zoals een generaal het slagveld. Het was opwindend zijn wapen te zien, eraan te voelen, het weer de weg te wijzen terug. Maar Jan had andere plannen. Hij zag de hinderpalen, verwijderde eerst mijn laarzen, toen de zijn, toen mijn broek en broekje, toen zijn boven- en onderkleding, toen mijn T-shirt, toen mijn beha.

Wij waren de enige finalisten van het kampioenschap waddenwippen. Alle prijzen die er te winnen waren, wonnen we: brons, zilver, goud, de publieksprijs, de debuutprijs, de orgasmeprijs. Het moet de vogels van het wad verbaasd hebben hoe wij tekeer gingen. Ik kwam als eb, Jan als vloed.

We voeren stilzwijgend terug. Ik stond aan het roer, Jan achter me, tegen me aan, armen om me heen, elke twintig meter mijn haar en nek kussend. Hij dacht mij veroverd te hebben. Hij dacht mij betoverd te hebben met zijn warme zaad, dat nog steeds omlaag in mijn onderbroek sijpelde. En dat was natuurlijk zo, ik wás verovert en betoverd. Maar Jan was dat ook. Deze heks had hem volledig in haar macht.

De zee was weer gekomen, het land verdween stukje bij beetje. Geen zeehond meer te zien, vogels vlogen noodgedwongen rond. Weer kuste Jan. Ik duwde mijn kont tegen zijn kruis. We voeren tussen boeien.

“Ga je straks met me mee naar mijn huis?” Jan fluisterde het bij mijn rechteroor, waarvan hij zojuist in het lelletje had gebeten.

“Wat doen?” Wilde ik weten.

“De toekomst bepalen,” antwoordde Jan.

Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u

My



Eikeltjes en pruimpjes

Vanille Posted on do, mei 13, 2021 14:51

Waar ik dit bloesje en die rok vandaan heb? Bij een boetiekje met de naam Paradise. Ken je dat? In een achterafsteegje in het centrum, Het Achterom heet het daar. Je moet het echt weten te vinden. Het winkeltje is klein, exclusief en toch betaalbaar. Dit bloesje bijvoorbeeld was maar € 85. Echt goede kwaliteit linnen, hoor. Van het merk Forbidden Fruit. Heb je dat motiefje gezien, die vruchtjes? Ja, appeltjes zou je zeggen, maar kijk eens goed. Precies, het zijn pruimpjes. Vind je dat niet grappig? Toen ik die winkel binnenkwam, had die man – Vincent heet-ie – de T-shirt-variant aan. Nee, niet met pruimen, met eikeltjes. Lachen toch?

Ik had in tijden niet nieuws gekocht, dus ik moest even scoren. En bij Paradise is er een grote kans op slagen. Dat zijn van die winkeltjes waar je altijd iets van je gading vindt. Maar met die hitte had ik niet zo’n zin in shoppen. Op het werk was het ook niet om te harden. Dus ik besloot eerder te stoppen en dan vlak voor sluitingstijd even bij die boetiek langs te lopen. Ik wist van de vorige keer nog dat ze er ventilatoren aan het plafond hebben. Dus dat het er redelijk koel zou zijn. Nou, dat viel dus tegen, want de hitte was overal al doorgedrongen. Die ventilatoren verplaatsten alleen maar warme lucht. En ik kwam nogal verhit aan, want ik moest me haasten vanwege sluitingstijd. Het was al vijf voor zes. Ik mocht nog binnen, maar de eigenaar deed wel meteen de winkeldeur achter me op slot. Ja, die man in dat eikeltjesshirt dus.

Stond ik daar behoorlijk transpirerend de rekken door te pluizen, gadegeslagen door die man. Die zag het natuurlijk helemaal niet zitten dat ik met mijn druipende lijf in zijn exclusieve collectie zou hijsen. Maar hij was uiterst vriendelijk. Bood me een tissue aan voor mijn natte gezicht en een glaasje koel water. We wisselden wat clichés uit over de hitte en over hoe lastig werken was in deze omstandigheden. Ik was welgeteld zijn twaalfde klant die dag. 

Mijn oog viel op zijn T-shirt dat zijn brede borst omspande.

“Leuk shirt,” complimenteerde ik. “Die heb ik ook in een damesvariant, een bloesje met korte mouwen, linnen.” Hij haalde het uit het rek.

“Appeltjes?” vroeg ik. “Pruimpjes,” zei hij. “Het design van Forbidden Fruit is niet zo subtiel, eikels voor de heren, pruimen voor de dames.” 

Zijn grinnik was evenmin subtiel. Ik liet mijn vingertoppen over de bloes gaan. De fan aan het plafond wapperde warme lucht in de rondte. Ik dwaalde wat doelloos door het zaakje, op de voet gevolgd door de winkelbediende die me ongevraagd adviezen gaf. Hij was natuurlijk blij dat hij eindelijk wat te doen had. Of hij wilde me zo snel mogelijk wegbonjouren. Zodat hij definitief af kon sluiten. “Wat vind je van dit rokje? Zou mooi bij dat bloesje staan.” 

Het was inderdaad een leuke rok, een kek dingetje. “Is het niet een beetje kort, ik bedoel op mijn leeftijd?” Het klonk alsof ik van middelbare leeftijd was. “Jij kunt het hebben, lange slanke benen, en met alle respect, billen in de juiste proporties.” Ik dacht even dat ik het niet goed verstond. Had hij het over mijn billen? Ik keek naar hem. Hij stond alweer bij een rek met broeken. 

“Dit is echt iets voor jou. Puur linnen, heerlijk koel met dit weer. Past ook bij dat bloesje.” In no time had ik een kleine garderobekast bij elkaar verzameld. De man drapeerde het textiel over de leuning van het leren Chesterfieldbankje achter in de winkel. Ik wilde alles wel passen, maar om me talloze keren om te gaan kleden in het subtropische pashokje nodigde niet echt uit. Het zoeken alleen al had me een natte rug bezorgd. “Pff,” blies ik stoom af.

“Het kan hier,” zei de verkoper. “Ik bedoel, het verkleden, als u opziet tegen het pashokje.” Hij verblikte nog verbloosde. “De deur is op slot. En ik ben wel wat gewend.” 

Hij schonk nog een glaasje water in en schoof de tissuedoos dichterbij. In de enorme wandspiegel zag ik hem plaatsnemen op de bank. Hij sloeg zijn armen over elkaar en deed hetzelfde met zijn benen. Ik zag nu pas dat hij een korte broek droeg. Een nette witte met pijpen tot net boven de knie. Daaronder staken behaarde onderbenen met krachtige kuiten. Aan zijn blote voeten droeg hij slippers.

“Dus u denkt dat…” Ik begon de zin zonder dat ik wist waar hij zou eindigen. De man knikte, voordat ik verder sprak. “Doe maar gewoon. Ik zal eerlijk zeggen wat ik ervan vind. Wist u al dat elk derde product gratis was? Dat is toch mooi meegenomen.” Met een bonk belandde mijn schoudertas op de houten vloer. Onafgebroken liet de snorrende propeller aan het plafond mijn haar bewegen. Terwijl ik mijn onzekere houding in de spiegel bestudeerde, schopte ik mijn witte pumps uit. Ik droeg een jurk met knopen aan de voorkant die ik een voor een los begon te knopen. Halverwege sloeg de onzekerheid weer toe en aarzelde ik. “Hoe heet je?” vroeg ik via de spiegel.

“Vincent. Vincent Vingerling. Ik run deze toko.”

“Hi Vincent. Renée, aangenaam.” 

De jurk zakte op de grond. Ik droeg niet meer dan een witte bh en een witte string. Vincent was opgesprongen om mijn jurk van de grond te rapen en aan een knaapje te hangen. Als eerste paste ik het bloesje met de rok. Vincent knikte goedkeurend.

“Mag ik even?” Hij frutselde wat aan de band van het rokje, zijn duimen erin. “Precies de goede maat. En wat die billen betreft had ik helemaal gelijk.” Hij keek me triomfantelijk aan. Ik draaide met mijn kont naar de spiegel en controleerde of het klopte. Het klopte, het rokje hing sexy over mijn billen. Ik glimlachte toegeeflijk naar Vincent, de competente kledingadviseur. Daarna volgde de broek. Die zat zalig. Trots draaide ik een rondje voor de spiegel en zag Vincent glunderen. Hij had óf in mij een goudmijntje ontdekt óf daadwerkelijk plezier in zijn werk. Hij stond alweer klaar met een ronduit prachtige jurk, zo’n lange met blote schouders. Ik knikte.

“BH uit dan,” mompelde hij terloops, “dit moet zonder bandjes.” Het mag misschien raar klinken, maar het kostte me weinig moeite daar bij hem in mijn blote tieten te staan. Ik weet niet, hij kwam gewoon professioneel over, hij leek geen bijbedoelingen te hebben. Bovendien was het aangenaam dat windje over mijn naakte huid te laten gaan. “Je hebt een goed figuur, Renée.”

“Dank je, Vincent, jij mag er ook zijn.”

Dat was natuurlijk onnodig om te zeggen, want ik kleedde hem niet, maar ik moest toch iets zeggen. En het was waar wat ik zei, hij mocht er zijn. Terwijl ik de jurk paste – ook weer raak – zag ik Vincent vanuit mijn ooghoek door het rek met bikini’s gaan. Ik had helemaal geen bikini nodig, ik had er pas nog een gekocht. Bovendien voorzag ik de complicatie van helemaal naakt te moeten gaan om de badkleding te proberen. Was Vincent echt wel de professional waar ik hem voor hield, of probeerde hij me op slinkse wijze zowel financieel als letterlijk uit te kleden? Maar ach, was ik daar zelf niet bij?

“Dit zal je geweldig staan.” Vincent liet een blauwe bikini zien die voornamelijk opviel door de minieme hoeveelheid textiel. Dat dingetje kon echt alleen het meest noodzakelijke bedekken. En wat was noodzakelijk? “Als jij het past, pak ik twee biertjes. Bij wijze van bluswater.”

Hoe kon het anders, ook de bikini zat als gegoten. Terwijl ik mezelf bewonderde in de spiegel, keerde Vincent terug met twee blikjes Hertog Jan. Het kon acteerwerk zijn, maar zijn gezicht sprak boekdelen. Die bikini bleek voor mij voorbestemd. “God, Renée, perfect gewoon. Had ik al gezegd dat je een prachtig figuurtje hebt? Proost!” Hij trok het blikje open, nam een paar flinke slokken en dat alles met een indringende blik op mij gericht.

Ik had me lustobject kunnen voelen, natuurlijk, maar ik voelde me behoorlijk op mijn gemak. Zelfs toen het me niet lukte mijn blikje behoorlijk open te trekken kon ik daarin berusten. Tsjak, klonk het door het boetiekje toen Vincent het van me overnam. Willig schuim zocht zijn weg naar buiten en droop aan de zijkant omlaag. Ik likte aan het ijskoude metaal. Wilde niet druppelen op de houten vloer. “Zitten?” nodigde Vincent uit, terwijl hij zelf het voorbeeld gaf. “Oké,” zei ik, “maar voordat ik mors, trek ik de bikini uit.”

Zo zaten we daar, bier drinkend, losjes keuvelend over koetjes en kalfjes, Vincent in zijn eikeltjesshirt en ik zo naakt als maar kan, de benen netjes bij elkaar. Hoewel het nog steeds heet was, wisten de combinatie van ventilator en koud bier de temperatuur enigszins draaglijk te maken. Ik liet het koude blikje hier en daar over mijn verhitte huid glijden. Het siste niet, maar het scheelde weinig.

“Kleed jij je ook uit? Wel zo solidair en een stuk koeler.” Ik boerde achter mijn hand en keek toe hoe Vincent zich daadwerkelijk en schijnbaar zonder gêne van zijn kleding ontdeed. Het moet gezegd, hij was een lekkere man, zo bloot. We dronken zwijgend van ons bier, onderuitgezakt op de bruine leren Chesterfield. We hadden de hitte bedwongen, waren moe van ons werk en lieten toe dat we loom werden van de alcohol. “Zit je vaker zo met klanten?” vroeg ik. “Nooit,” antwoordde Vincent. Hij schudde met zijn lege blikje. “Nog een?” vroeg hij.

Toen hij wegliep zag ik zijn sexy kontje. Onwillekeurig schoof ik mijn dijen wat uit elkaar.

“Ik koop alles.” 

Ik pakte het tweede blikje bier aan dat Vincent alvast had opengetrokken. “Dat is mooi, Renée, je maakt mijn dag goed.” We proostten opnieuw en dronken. Ik kon een harde, best ordinaire boer niet onderdrukken. Ik lachte beschaamd, maar Vincent lachte onbedaarlijk. Dat was wat alcohol met mij deed: verlies van decorum. Ik hing nu ook wijdbeens onderuit op de bank, een hand rustend in mijn schaamstreek. Vincent keek op me neer lurkend aan zijn blikje. Iets boven mijn gezicht hing zijn slappe geslachtsdeel, de eikel aan de voorhuid ontsnapt. Hij had, net als ikzelf, geen schaamhaar. “Heb je genoeg gepast?” wilde hij weten. “Zou jij in mij passen?”

Zonder antwoord te geven liet Vincent zich op zijn knieën vallen, voor de bank en tussen mijn benen. Met de kin op de borst trachtte ik te volgen wat hij voor onnavolgbaars deed. Vlak boven mijn seksmachientje kantelde hij zijn blikje Hertog Jan, zodat de straal doel trof. Het was even schrikken, het voelde tintelend fris. Hoewel Vincents tweede hand aan het einde van mijn ravijntje bedoeld was om het bier op te vangen hoorde ik de straal grotendeels op het parket neerkomen.

Vincent kraaide als een kind. “Heb je ooit pure Hertog Jan gepist? Vandaag anders wel, Reneetje met je bierspleetje. Kijk het stromen!” Vervolgens duwde hij, terwijl het bier bleef vloeien, zijn lippen op de mijn en zoog erop en likte eraan. Ik pakte hem bij zijn haar en duwde hem dieper in mijn kruis. Hij kreunde, sabbelde, spetterde en sputterde en stak zijn tong zo diep hij kon. Tot het hele blikje leeg was.

Ik ging rechtop zitten om de chaos te overzien. Mijn onderbuik dreef van het bier. Vincent kwam overeind. Hij zat op zijn knieën in een bierplas en had een erectie van heb ik jou daar. Het was tijd voor míjn Hertog Jan-kunsten. Ik nam een grote slok, liet die hoorbaar door mijn mond spoelen en schoof vervolgens, zonder een drup te morsen, mijn lippen zo ver als ik kon over Vincents feestelijke vlaggenstok. Voor zover dat nog ging met dat ding in mijn mondholte, opende ik mijn lippen en liet het bier lopen. Het stroomde omlaag en druppelde van zijn zak in de plas. “Ah, ah, ha!” was al wat Vincent liet weten. Het klonk tevreden en dat was fijn. Dat ik flink op zijn eikel zoog, viel ook in goede aarde. Ik herhaalde de capriolen met het bier nog enkele keren tot het blikje leeg was.

Vincent schoof omhoog en ik krulde mijn benen om zijn rug. We tongden hartstochtelijk, de ogen wijd opengesperd om diep in elkaars ziel het oplaaiend vuur van geilheid te aanschouwen. Onze tongen vochten, mijn nagels krasten over Vincents gespierde rug en zijn granieten paal spleet dwingend mijn pruim in tweeën, zonder overigens volledig te penetreren. Hij schoof op en neer in de gleuf op een bedje van Hertog Jan, zweet en geil. Verder, alsmaar verder raakten we verwijderd van de realiteit van alledag. Hormoonstormen vertroebelden onze geest, we transpireerden onmatig en de ventilator boven onze dansende lijven draaide zonder effect zijn plichtmatige rondjes. Op enig moment wist Vincent onverwacht en ongekend beheerst een secondelang interval in te lassen waarin hij me overeind trok. “Spiegel,” verstond ik, en hij zette me voor de wandspiegel. Ik hield me in evenwicht door mijn handen tegen het glas te plaatsen. Ik zag het verlopen hoofd met uitgesmeerde lipstick en uitgelopen mascara. Er stond een sloerie tegenover me die hijgde met de mond wijd open. Ik drukte mijn wangen om de beurt tegen het koele spiegelglas en drukte mijn open mond op de spiegelbeeldige versie. Een straaltje speeksel droop traag omlaag.

Toen kwam Vincent, zijn grote sterke handen eerst. Hij trok mijn kont naar achteren, pakte mijn tieten stevig beet en stak zijn robuuste roede tussen mijn benen door naar voren. Ik voelde en zag hem komen en zonder enige vorm van weerstand mijn doos inglijden. Daar stond ik dan, als een arrestant in een Amerikaanse politieserie, armen en benen gespreid, kont omhoog, kwijlend op de spiegel. Vincent neukte ritmisch, zachtjes aanvankelijk, voorzichtig haast, geruisloos, met lange halen, maar al snel harder, steviger, staccato, wilder, luidruchtiger. In uit, in uit, in uit, in uit, in in in in in. Hij bracht zijn handen omlaag, duwde zichzelf dieper en poetste mijn parel. In ging het, in in in.

Ze noemen het orgasme, ze noemen het klaarkomen. Explosie, dat is hoe ik het noem, tsunami, aardbeving, vulkaanuitbarsting. En dat alles tegelijk. De penis spuwde, de schede ontplofte, de adem stokte. Het rook naar bier, sperma, zweet en vagina, het proefde zout en scherp, zoet en zacht. We snakten en trilden, bewogen na met schokkende heupen. Ze noemen het genot, ik noem het feest van zinderende lust. Maar het gaat er niet om hoe je het noemt, woorden schieten altijd tekort, je moet het voelen, ervaren, ondergaan.

Vincents stem in mijn oor: “Het is de goede maat.”

Ik: “Je zit als gegoten.”

Ik bofte dus: elk derde artikel was gratis. Ik kocht de bloes, de rok en de jurk (gratis), ik kocht de broek en de bikini en mocht Vincent Vingerling voor niets meenemen. 

Mocht je ooit in de buurt zijn, Paradise heet de boetiek. Het is te vinden in een steegje met de naam Het Achterom. Je slaagt er geheid.

Groetjes,

Renée Vanille



De barbier van Cagliari

Vanille Posted on zo, mei 02, 2021 13:31

Zelden was mijn hart feller tekeer gegaan, dan op het moment dat ik aanklopte bij de barbier in de Via Verdi. Had ik er goed aan gedaan hiernaartoe te komen? Wat stond me in godsnaam te wachten met die blinde? Het leek zo’n coole grap toen we gisteren de afspraak maakten. Nee, ik had geen baard had ik gezegd, vrouwen met baarden waren vroeger een kermisattractie. En tegenwoordig wonnen ze songfestivals. Er viel bij mij dus weinig te scheren. Weinig. Met dat woord verraadde ik mezelf. Hij had het glunderend herhaald, zijn ogen verborgen achter zijn zonnebril: “Weinig. Dus toch iets.” Zijn lach had wat weg van een orkaan. En ik bloosde. Wat nergens op sloeg, want dat kon hij met zijn gedoofde ogen toch niet zien.

Iedereen in Cagliari kende Guiseppe Sarritzu, il barbiere gli occhiali da sole, de barbier met de zonnebril. Ook al kwam ik oorspronkelijk uit een buitenwijk van de stad, uit de Via Vergine Maria om precies te zijn, ik had de barbier uit de havenwijk diverse keren op foto’s in de krant zien staan. En ik kende zijn wonder: ondanks zijn visuele handicap schoor hij stoppelige mannenkinnen glad zonder dat het een bloedbad werd. Sterker nog: de scheermeskunstenaar was jarenlang ongeslagen gebleven op de barbierskampioenschappen van Cagliari en omstreken.

Guiseppe Sarritzu dus. Indertijd werkte ik bij ristorante Umberto Napoli aan de Via Rossini, de weg die naar de haven leidde. Het was er eigenlijk altijd druk. Een gezellige mengeling van lokale mensen en toeristen. Lonely Planet vermeldde Cagliari als ‘place to visit’. Ik studeerde Italiaanse literatuur in Rome, maar ontvluchtte die snikhete stad in de zomer om in mijn geboorteplaats een centje bij te verdienen in de horeca. En natuurlijk om naar het strand te gaan met oude schoolvriendinnen en af en toe mijn ouders te bezoeken. Umberto, de baas van de pizzeria, bood me een kamertje aan boven de zaak waar ik voor weinig geld op mezelf kon wonen.

Guiseppe Sarritzu bezocht restaurant Umberto Napoli vrijwel iedere avond. Achterin bevond zich een nis waar nauwelijks een tafeltje en een stoel in pasten. Op het tafeltje stond ‘s avonds standaard het bordje ‘gereserveerd’. Het was de stamtafel van de blinde barbier. Op mijn eerste werkdag was ik al gewaarschuwd dat hij zou komen. Ik liep rond met een dienblad vol glazen rode wijn toen hij ineens in de zaak stond. Hij droeg een zonnebril met ronde spiegelglazen. Zonder aarzelen liep hij linea recta tussen de andere gasten door naar zijn tafel in de nis. Hij had geen stok, liep niet op de tast en had geen blindengeleidehond. Dat was op zich al een wonder in dat petieterige restaurantje.

Ik bracht hem de karaf rode huiswijn die hij elke avond scheen te drinken. Ik groette, richtte me op de spiegelglazen van zijn zonnebril en zette een glas en de karaf op tafel. Zijn hand greep mijn pols.

“Ben je nieuw, meisje? Hoe heet je, ik wil graag de naam weten van de persoon die me bedient. Dat schept een band.” Hij had een rasperig stemgeluid, schor haast, als van een kettingroker, of alsof hij door een zware kou bevangen was. Ik noemde mijn naam, maar hij liet nog niet los. “Eleonora. Dat betekent licht, nietwaar?” Ik knikte, dat zag hij niet, natuurlijk. “Of zonnestraal,” vulde ik aan. Ik sprak zacht, verlegen. Dat was ik ook.

“Licht of zonnestraal, ik heb er weinig mee.” De blinde grijnsde. Hij had een bruine kop, een gerimpelde bruine kop. Ik wilde dat hij zijn bril even af zou zetten. De dubbele reflectie van mezelf in de glazen was irritant. Had hij zijn ogen dicht? Of had hij van die functieloze oogballen die alle kanten opdraaiden behalve de goede? En was hij altijd al blind geweest? Zijn hand omklemde nog steeds mijn pols. Ik moest hier blijkbaar blijven staan en met hem converseren. Ik keek achterom naar de bar waar Umberto glazen droogde. Hij negeerde mijn blik.

“Je wilt natuurlijk weten wat ik wil eten. Het is vandaag lunedi, dan eet ik iets met een l. Zo breng ik structuur in mijn leven. Dat is belangrijk voor een gehandicapte, zoals ik. Heb je iets met een l op de kaart?” Het eerste wat me te binnenschoot was lasagne. “Ah, ja,” kraste de barbier, “lasagne, altijd weer lasagne op lunedi. Hij pakte mijn pols nog steviger beet. “Origineel ben je niet, meisje, maar gelukkig is de lasagne hier voortreffelijk. Breng me dat.” Je bent niet origineel, sjonge, alsof hij dat wel was met zijn l op lunedi. Als hij zo vaak kwam, dan was de menukaart geen verrassing meer. Umberto gaf me een knipoog van verstandhouding. “Il cieco is onze beste klant. Wat wil hij, lasagne zeker?”

Ik bediende de barbier naar behoren. Telkens wanneer ik me aan zijn tafel meldde, noemde hij nadrukkelijk mijn naam. “Grazie, Eleonora,” of “Buono, Eleonora”. Of, toen hij eindelijk vertrok, “Addio, Eleonora.” Tot ziens, blinde, dacht ik, als je morgen komt, martedi, dan zal het wel pizza Marguerita worden.

Het duurde zeker twee minuten, voordat Guiseppe de deur van de barbierswinkel opendeed. Het slot knarste, de scharnieren piepten. In de deuropening stond de blinde scheerkampioen van Calgliari. Zijn leeftijd liet zich moeilijk schatten. Zijn haar was grijs, zijn kop vol rimpels, maar zijn T-shirt, gebleekte spijkerbroek en gympies deden jongensachtig aan. Hij droeg een andere, hippe zonnebril met zwarte glazen. Zijn kin en kaken waren glad, alsof hij zichzelf zojuist nog geschoren had. “Signora!” Zijn stem galmde door het steegje. Er rende een zwarte kat voorbij. “Kom binnen.”

Hij kwam echt elke avond, steeds net na zeven uur en hij bestelde inderdaad elke avond iets met dezelfde beginletter als de naam van de dag. Macaroni moleche op mercoledi, gnocci op giovedi, en op venerdi at hij spaghetti vongole, met mosselen en kokkels. Voor de bediening was ik steeds de klos. “Hij schijnt je te mogen,” zei Umberto.

“Hoezo dat?” wilde ik weten. “Je hebt de juiste toon getroffen.” Ik had geen idee wat die toon dan was. Misschien viel de blinde gewoon op jonge vrouwen. Welke oude kerel viel er nu niet op jonge vrouwen? Maar oké, als hij me mocht, dan kon ik me kleine vrijheden permitteren die zijn fantasieloze menukeuzes op de proef stelden.

Toen hij op sabato, zaterdag, was gaan zitten aan zijn tafel in de nis bracht ik hem om te beginnen niet de standaard rode huiswijn, maar de witte, die licht en fruitig smaakte. Bij het nemen van de eerste slok was hij aangenaam verrast aan zijn blik te zien. Hij draaide zijn spiegelglazen in mijn richting. “Jij durft, meisje.”

“Ik ben een durfal,” antwoordde ik. “En u krijgt vanavond niets met de s van sabato. Ik zoek iets voor u uit.” Zonder zijn reactie af te wachten liep ik terug naar de bar. Umberto polste me met vragende blik.

“Ik geef hem de parmigiana di melanzane. Aubergines zijn gezond.” Ik noteerde het gerecht voor de kok. “Hoezo “ik geef”?” Umberto was oprecht verbaasd.

“De blinde heeft iemand nodig die met hem meedenkt,” zei ik. “Anders blijft-ie hangen in zijn eigen wereldje. En dat is al zo klein.” Ik kon af en toe best wijs klinken. Guiseppe at met smaak zijn bord leeg. Bij het afruimen pakte hij mijn pols weer beet. Hoewel het iets dwingends had, liet ik het toe. De man wilde lichamelijk contact, mij best. Zolang het bij een pols bleef. Hij kon me niet zien, dan maar voelen.

“Dus jij bent zo’n durfal, Eleonora?”

“Soms. Vandaag wel. U bent ongevaarlijk, toch?” Zijn greep verstevigde. “Wanneer kom je bij mij langs?”

“Langs?” Wat bedoelde hij?

“Ja, langs. Als je dan zo’n durfal bent, dan kom je gewoon langs in mijn barbierswinkel. Je had maar weinig om te scheren zei je pas, dus bang hoef je niet te zijn. Dan is het zo gebeurd.” Bedoelde hij wat ik dacht dat hij bedoelde? Met zijn andere hand streelde hij de mijne. “Je krabbelt toch niet terug, hè, Eleonora, dat zou me tegenvallen. Kom zondag, eind van de middag, ik zal je toegewijd scheren.” Zijn greep om mijn pols verslapte. Hij had zijn perverse voorstel gedaan. Dirty old man. Ik voelde mijn wangen gloeien. Ik had iets bijdehands willen zeggen, maar mijn woorden waren zoek. “Breng me een toetje, lieverd. Als het een sorbet is, met de s van sabato, weet ik dat ik morgen mijn mes klaar moet leggen.” Ik bracht hem de sorbet die hij aandachtig lepelend opat.

Die nacht hield mijn onrust de slaap op afstand. Ik woelde me onder mijn laken de nacht door, transpirerend en met onophoudelijk over elkaar tuimelende gedachten. Woekerende hersenspinsels bevolkt door de blinde barbier en mijzelf, scheerschuim alsof er met een brandblusser was gespoten, blinkende messen, bloed, pijn. Steeds weer de grijnzende kop van die barbier, met lege oogholtes, en zijn handen die zich om mijn polsen klemden. En om mijn enkels. En die mijn benen van elkaar trokken. Ik hoorde de klok van de Maria Magdalenakerk nog vier uur slaan. Daarna moet ik zijn weggezakt in een droomloze slaap waaruit ik nog voor achten, doodvermoeid, alweer ontwaakte.

Het was al warm, de zon stond op mijn slaapkamerraam. Ik nam een verfrissende douche waarmee ik de doorwaakte nacht van me afspoelde. Voor de spiegel keek ik naar mijn naakte lijf. Natuurlijk moest ik kijken naar de zwarte pluk schaamhaar die al die onrust teweegbracht. Even overwoog ik de boel met mijn eigen krabbertje weg te scheren. Ik had die blinde met zijn scheermes toch helemaal niet nodig? Maar ik verdrong de gedachte, droogde me af en besloot mijn vrije zondag op het strand door te brengen met vriendinnen. Die liet ik in het ongewisse over mijn rare afspraak. Ze hadden er niets mee te maken, ze zouden me voor gek verklaren.

Ik moest maar even plaatsnemen in een kappersstoel, hij moest nog even wat in orde maken achter. Achter? Waar het zou plaatsvinden? Want het was niet waarschijnlijk dat hij de scheerbeurt zou doen in de winkel zelf. Toch? In de spiegel zag ik mijn gespannen gelaatstrekken. Ik likte langs mijn bovenlip waar ik het zout van de zee proefde. Mijn huid voelde strak van een dag zonnebaden en zwemmen in de zee. Ik was rechtsreeks hiernaartoe gekomen. Ik nam aan dat ik schoon genoeg was, ook van onderen. En hij zou toch scheerzeep gebruiken? Ik zuchtte. Ik leek wel gek.

“Per favore, Eleonora.” Guiseppe hield de deur uitnodigend voor me open. Ik liep een donker gangetje door naar een ruimte waar licht brandde. Er stond een grote eettafel waarop een tuinstoelzitting was gelegd. Op een stoel stond een dampende bak water, een kom met schuim en een scheerkwast, een schaar en een opengeklapt scheermes dat er akelig scherp en professioneel uitzag. Hier ging het dus gebeuren, dit zou de plek des onheils worden, de plaats delict van de nabije toekomst.

“Kleed je maar uit, Eleonora, alleen van onderen natuurlijk.” Guiseppe zei het alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ik keek toe hoe hij een groot formaat strandlaken over de tafel drapeerde. Hij had aan mijn comfort gedacht. Ik zou daar straks liggen en hij zou een mes in zijn handen hebben. Het losritsen van mijn rok was een klein gebaar, maar voelde als iets groots en definitiefs. Als B zeggen, nadat A allang voorbij was. Daar stond ik dan, in mijn witte bikinibroekje, in een vreemd huis, bij een vreemde vent die blind was. Met een hoorbare zucht trok ik ook het broekje uit. Raar misschien, maar opeens moest ik denken aan mijn moeder die me zo vaak nadrukkelijk gewaarschuwd had voor mannen. Waren haar woorden aan dovemans oren gericht geweest? 

De tafel kraakte toen ik me erop uitstrekte. Daar lag ik, voor het grijpen zo leek het wel, leunend op mijn ellebogen om nog een beetje overzicht te hebben op wat stond te gebeuren. Het enige wat ik droeg was een flodderig katoenen bloesje dat tot boven mijn navel was gekropen. Mijn teenslippers vielen omlaag van mijn kantelende voeten toen ik mijn benen uit elkaar schoof. Ik slikte. Guiseppe scharrelde langs de tafel en schoof doelloos stoelen recht. Niet alleen ik was gespannen. Ik slikte weer. Mijn mond was droog. “Alles goed, Eleonora?” Zijn stem klonk schorder dan eerder.

“Een glaasje water, alsjeblieft, Guiseppe.” Zo pieperig had mijn stem nog nooit geklonken. Hij kuchte.

“Je moet begrijpen, Eleonora, dat mijn vingers mijn ogen zijn. Ik ga je niet alleen scheren, maar ik moet voelen of ik het goed doe.”

Ik knikte en besefte direct dat Guiseppe dat niet kon zien. “Ik begrijp het. Het is goed.”

“Ik probeer oneerbare aanrakingen te voorkomen, dat snap je, maar de schaamstreek is beperkt en mijn vingers zijn groot… Ik bedoel, het kan zijn dat ik je, zonder opzet natuurlijk, aanraak waar ik je niet mag aanraken.”

“Het is oké, Guiseppe, ik vertrouw je.” De situatie was vooralsnog niet onbetamelijk, het was alsof ik op consult bij de huisarts was. Ik dronk het glas water dat Guiseppe me aanreikte klokkend leeg. Vervolgens liet ik mijn hoofd op de tafel zakken, spreidde mijn dijen nog iets wijder en wachtte af. Het metaal van de schaar voelde koud op mijn buik, de delen schoven ritmisch open en dicht, het afknippen van het haar klonk als het doorknippen van papier. Ik had mijn ogen dichtgedaan en voelde hoe de barbier de losse plukken opzijschoof. Hij legde de schaar neer.

“Welke kleur haar heb je, Eleonora?”

“Zwart.”

“En je hoofdhaar?”

“Zwart.”

Zijn vingers tastten langzaam mijn liezen af. De ruwe vingertoppen gleden langs mijn schaamlippen zonder ze te raken en schoven hoger tot op mijn venusheuvel waar hij me geknipt had. Ik hoorde dat hij de kom pakte, de kwast die hij door de scheerzeep haalde tikte tegen de rand. De haren van de scheerkwast gleden voorzichtig omhoog door mijn liezen, over mijn onderbuik en weer terug naar onderen. Om te voorkomen dat hij mijn spleet inzeepte, legde Guiseppe behoedzaam tastend een vinger langs mijn buitenste schaamlippen. Het veroorzaakte een ongecontroleerde siddering die door lijf en leden trok en me kippenvel bezorgde. “Gaat het, meisje?” Guiseppe zeepte me verder in. Ik wilde me oprichten om te zien hoe hij mijn kruis wit schilderde, maar mijn hoofd voelde zwaar en moe. Ik moest hem laten begaan. Hij wist wat hij deed. Ik had mijn lot in zijn handen gelegd. Guiseppe had letterlijk het heft in handen.

“Hier komt het mes,” kondigde hij aan. Meteen voelde ik het metaal over mijn heuveltje glijden. Onwillekeurig hield ik mij adem in, zoals bij een ijzingwekkend moment in een spannende film. Als hij wilde, kon hij me in repen snijden als Jack the Ripper, of nee, Sweeney Todd, the demon barber of Fleet Street. Mijn god, kon ik het helpen dat ik een kreetje slaakte, klein en kort, maar toch hoog en aanstellerig? Ik moest me beheersen, me onder controle houden. Waar ging dit nu helemaal over? Een scheermes dat snijdend door mijn liezen gleed, millimeters verwijdert van mijn kut. Vingers die op mijn schaamlippen drukten. Kon die blinde voelen hoe nat ik was, merken hoe geil ik werd? Weer trok een onbeheerste schok door mijn lijf. Het was je reinste elektriciteit.

“Als je benieuwd bent waarmee ik het doe: het is een ramshoorns scheermes met een lemmet van koolstofstaal.” Misschien dat Guiseppe me met zijn nuchtere informatie terug wilde brengen naar de werkelijkheid van een uiterst normale scheerbeurt: een wang links, een wang rechts en een kin in het midden. Maar dit was een andere realiteit. Hier werd een kut geschoren, mijn kut, talloze stugge haartjes rondom mijn geile gleuf. Het stalen lemmet gleed rond als een maaimachine over een korenveld. Het was oogsttijd. De poes moest kaal.

Sneller dan verwacht klonk Guiseppes verlossende “zo, klaar”. Zijn laatste inspecterende handeling met zijn vingers was voltooid. Ik werkte me omhoog op mijn ellebogen om het resultaat te zien. De scheerschuimresten leken op sneeuw in tijden van dooi, met dat verschil dat mijn kruis gloeide. Onder de kraan maakte Guiseppe een washand nat waarmee hij me zorgzaam waste. Het water was aangenaam warm. Na de washand kwam de zachte handdoek. Tot slot opende hij een flesje waaruit hij een scheut in zijn handpalm goot. “Olijfolie,” verklaarde hij en wreef teder mijn onderbuik en kruis. “Biologische olijfolie.” Mijn kale poes glom van maagdelijke trots. Ze wilde aangeraakt worden, of ik wilde of niet. Ik kon me niet herinneren dat het daar zo zacht en glad had aangevoeld. Guiseppe sloeg een punt van de strandhanddoek opzij en zette twee glazen en een fles op tafel.

“Het is tijd voor een goed glas grappa. Op de goede afloop.” Hij schonk de glazen tot de rand toe vol. De blinde bleef verbazen. “Ik drink eigenlijk geen sterke drank,” sputterde ik tegen. “Eigenlijk? Wat bedoel je, Eleonora? Ik zeg proost. Op je geschoren kut.” Hij grinnikte en nam een flinke slok. Ik hief het glas en volgde zijn voorbeeld. De stroperige drank beet zich een weg door mijn mond en slokdarm. De tranen sprongen in mijn ogen, een ongecontroleerde hoestbui volgde.

“Hoe voelt het daaronder,” wilde Guiseppe weten.

“Het voelt… lekker. Het tintelt. Bedankt. Wat krijg je van me?”

Het bleef lange tijd stil, nadat ik die vraag gesteld had. We namen slokjes uit onze glazen, in een behoorlijk tempo, ik voelde het effect van de alcohol. “Kom, laat me je bijschenken, Eleonora, op één been kun je niet lopen.” Mijn glas, dat bijna leeg was gedronken was weer vol tot de rand. “Wat krijg ik van je? Tja…” Hij nam weer een flinke teug en ik volgde. “Ik vond het al een eer dat je me het liet doen. Maar nu je het zo vraagt, Eleonora, ikzelf zou ook best zo’n scheerbeurt willen ondergaan. Het is bij mij daaronder een ordinair struikgewas. Wat snoeiwerk kan geen kwaad.” Het kwam ongetwijfeld door de grappa dat ik zo snel antwoordde.

“Oké, barbiertje,” zei ik, “gaan we doen.”

Na twee glazen grappa verbaasde ik me nergens meer over. Niet over Guiseppe die alles, maar dan ook alles uittrok wat hij aan zijn lijf had. Niet over zijn magere naakte mannenlijf dat zich uitstrekte op de tafel. Niet over zijn pik en zijn kloten die niet groot waren, maar wel nadrukkelijk aanwezig. Hij had zijn handen onder zijn hoofd gelegd en wachtte schijnbaar ontspannen op de dingen die komen gingen. Er was nog één slok te gaan die me moed moest schenken. Mijn slokdarm was ondertussen door de alcohol zo verdoofd geraakt dat de scherpe kantjes van het drankje er wel af waren. Ik had de hik gekregen. 

De rollen waren omgekeerd. Ik zou Guiseppes schaamhaar scheren. Hij moest toch begrijpen dat hij een risico nam. Ik was weliswaar niet blind, maar veel scheerervaring had ik niet, laat staan dat ik me ooit met een mes op mannelijke geslachtsdelen had gestort. Na twee glazen grappa! Ik probeerde de situatie te overzien. Ik zag de stoel met mijn rok en bikinibroek – ik realiseerde me opeens dat ik daar in mijn blote gat stond – zag het mes, de kwast en het territorium dat ik met die gereedschappen betreden zou. Ik zag het ontspannen egaal bruine lichaam met de behaarde geslachtsdelen en oksels. Ik boog me over het gezicht van de blinde en deed zijn zonnebril af. Zijn ogen waren gesloten alsof hij sliep. Zijn lippen voelden zacht en warm. Ze weken soepel uiteen. We tongden grappa.

Solidair als ik was, onthulde ik wat nog omhuld was. Als je iemand moet scheren, dacht ik, doe het dan in je blote tieten en je blote reet, en liefst een beetje aangeschoten. Ik vond de schaar en knipte er bij wijze van oefening een paar keer mee in het luchtledige. Het mocht geen bloedbad worden, ik moest me concentreren. Quasi nonchalant boog ik me over Guiseppes geslachtsdelen en knipte hier en daar plukjes bruingrijs haar die ik op de grond liet vallen. Eerst zat er geen systeem in wat ik deed, maar toen ik eenmaal de slag te pakken kreeg, lukte het me een zekere orde te scheppen in Guiseppes wanordelijke onderlijfbegroeiing. Bij elke knip kwam er meer pik en zak tevoorschijn. Ik voelde me meer hovenier dan kapster.

Ik zou echt geen bloedblad aanrichten met het mes van koolstofstaal. Zo zorgvuldig als ik kon zette ik Guiseppes edele zaakje in het schuim, alsof ik het al jaren deed. Zonder enige aarzeling, waarmee ik vooral mezelf verbaasde, pakte ik de lul bij de eikel, trok de huid glad, zette het mes in de scheerzeep en schoor. Er vloeide geen bloed, Guiseppe slaakte geen kreten van pijn. Het mes in mijn hand onthulde onthaard vel, het was een sneeuwschuiver in miniformaat. Net zoals ik eerder deed, had Guiseppe zijn hoofd achterover op de tafel gelegd. Zijn ademhaling was kalm. Toch ontging me niet dat zijn pik, die ik stevig vasthield om de huid strak te trekken, dikker, langer en harder werd. Hetgeen het scheren vergemakkelijkte. Ik betrapte me erop dat ik schoor met de punt van mijn tong uit de mond. Ik stond voorovergebogen, mijn gezicht vlak boven Guiseppes edele delen. Bij sommige halen, daar waar het schaamhaar stugger was, kon ik het schrapen van het mes horen.

Er arriveerde een hand op mijn linker bil, eerst zoekend, toen grijpend. Hij wilde wat houvast, de blinde, hij wist natuurlijk dat het scheren van de losse huid van zijn scrotum ingewikkelder was dan zijn harde pik. De klootzak was weerbarstige scheermaterie, een karweitje tot op de millimeter, haartje voor haartje haast. Ik moest stevig grijpen om de huid strak te trekken. En terwijl ik dat deed, strekte de lul zich verder op. Guiseppes hand kneedde mijn kont, ik zijn scheerschuimballen en snoeide. Zachtjes, behoedzaam, met gevoel.

“Santa madre Maria,” verzuchtte de barbier die zijn hand verlegde naar mijn rechterbil. Ik draaide hem mijn rug toe, zodat zijn lange tastende vingers direct de weg naar voren vonden tussen mijn dijen door. Omdat mijn concentratie zich vervolgens meteen verplaatste van mijn handen naar mijn pruim dreigde de scheerbeurt alsnog een bloedbad te worden. “Stop, Guiseppe, straks snijd ik je.” Hij trok gehoorzaam zijn hand terug.

“Je gaat me toch niet castreren, Eleonora.” Zijn lichaam schudde van het lachen. “Lig stil, barbiertje!” Ik liet het mes weer over zijn scrotum gaan, rechtte mijn rug om van een afstandje te kijken waar ik nog niet geweest was. Er waren nog plukjes te gaan bij de onderbuik, op de grens van de romp en de penis die nu al zijn mannelijke stijfheid tentoonspreidde. Gevoelens van opluchting en trots domineerden toen ik het mes neerlegde. Tegelijkertijd drong zich de absurditeit aan me op: dit idiote kind had het schaamhaar van een vent van middelbare leeftijd geschoren, een blinde barbier die haar kut had betast.

Het duurde even voor het water van de kraan warm werd. Ik schoof het washandje over mijn hand, kneep het uit en waste Guiseppes kruis. Hij kreunde theatraal, maar misschien was het zijn gebruikelijke manier van geluid geven als een vrouw zijn kloten waste.

“Donna,” murmelde hij. Ik wreef de washand over zijn stijve. Opeens was hij daar weer, de hand die mijn pols greep. Mijn hand moest op zijn pik blijven. Het ding bewoog.

“Het is vandaag domenica, Eleonora, op zondag staat er iets met een d op het menu.” Hij hield mijn pols klemvast, mijn vuist in de washand omklemde zijn willige pik. “Vandaag wil ik donna.”

Eindelijk mocht ik los. Hij wilde donna. Ik liever uomo. Dus zette ik mijn linkervoet op de stoel, zwaaide mijn rechterbeen over Guiseppe en besteeg hem als een paard. De tafel kraakte vervaarlijk toen hij bij mij naar binnengleed.

Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u

My



Treinrit met aftrek

Vanille Posted on zo, april 25, 2021 13:39

De bezwete wielrenner die met zijn fiets instapte op station Heemstede-Aerdenhout had een shirt aan met de tekst “BORA hansgrohe”. Zijn haar stond woest alle kanten op en over zijn voorhoofd liep een zwarte veeg. Zijn fietsschoenen, ooit wit, waren bemodderd. Op beide knokige knieën waren pleisters geplakt, de linker had half losgelaten. Zoals een geroutineerd wielrenner betaamd, had hij zijn benen trouwens geschoren. Nadat hij verschillende keren had gecontroleerd of zijn fiets stabiel genoeg stond, nam hij plaats op het klapstoeltje tegenover mij.

Ik was ook met de fiets, eentje met een mandje voorop dat ik had opgeleukt met een slinger van plastic bloemen. Anders dan de robuuste racefietser was ik een dame die een recreatietochtje zou gaan maken via een knooppuntenroute. Ik had er een kort zomerjurkje voor aangetrokken, zodat mijn eveneens onthaarde benen wat konden bij-bruinen. Ook ik had een pleister, een kleintje op mijn enkel. Tot zover onze overeenkomsten.

Het klapstoeltje van de NS was niet echt berekend op het lange lijzige wielrennerslichaam. Hij hing ongemakkelijk onderuit, terwijl hij zijn fietshandschoentjes uittrok. Vervolgens haalde hij uit een zakje op zijn rug een banaan tevoorschijn die hij hoorbaar smakkend naar binnen werkte. Pas toen hij het ding vrijwel geheel verorberd had, kreeg hij in de gaten dat ik keek.

“Ook een stukje?” Grijnsde hij en stak de schil met het restant van de banaan in mijn richting. Het onverwachte en aangevreten aanbod was niet echt serieus te nemen, maar ik verraste de fietser en vooral mezelf door “ja” te zeggen, peuterde het stukje uit de schil en stak het in mijn mond.

“Banaan, gaat er altijd in.” Hij veegde zijn mond af met de rug van zijn hand en spreidde zijn voeten op de vloer om steviger te zitten. “Ook fietsen?” Hij knikte naar mijn fiets.

 “In de duinen, bij Den Haag,” antwoordde ik. “O, toevallig, ik ook. Ik fiets vandaar terug naar Haarlem.” Hij reikte naar de prullenbak om de bananenschil te droppen. “Alleen?”

Ik knikte. “Jij ook?”

“Ik zoek nog een maatje, maar ik denk niet dat we aan elkaar gewaagd zijn.” Zijn bulderende lach vulde het compartiment.

“Ik geef je binnen de kortste keren het nakijken.” Ik gaf hem mijn ondeugende blik en streek mijn jurk glad.

“Met jou voorop kom ik wel achter je aan.” Hij knipoogde. “Doe ik extra mijn best je bij te houden, tot Haarlem aan toe. Een wortel die de ezel op gang houdt.” Zijn smile ging van oor tot oor. “Dank voor het compliment. Ik ben nog niet eerder met een wortel vergeleken.” Opnieuw galmde zijn lach door de trein. “Nou, jij bent in elk geval niet voor de poes.” Hij pakte zijn bidon en lurkte aan het tuitje. Vanuit zijn ooghoeken loerde de fietser naar mij. “Ook een slokje?”

“Je bent van het delen.” Ik pakte de fles aan en dronk van het lauwe water. “Je bent anders niet vies van anderen.” Hij keek aandachtig hoe ik dronk. “En je hebt dorst.” Bij het uit mijn mond nemen van de tuit spoot een straaltje in mijn decolleté. Ik voelde het tussen mijn borsten door naar beneden sijpelen. “Je kunt je nog inschrijven voor de cursus bidondrinken.” Het was flauw, maar ik kon mijn lach niet inhouden.

“Kan ik je niet ‘s uitnodigen voor een ander drankje? Een biertje in de Jopenkerk, wat dacht je daarvan. Trek je dat mooie witte zomerjurkje aan.”

“Vind je het leuk?” Ik streek de stof weer glad.

“Vooral als je dat doet, als je zo strijkt. Dan, nou, ja, dan komt alles goed tot zijn recht zal ik maar zeggen.” Bij het overhandigen van zijn bidon raakten onze handen elkaar. Het was een detail dat hem leek te ontgaan. Hij wees naar de fles. “Kijk wat je met mijn bidon hebt gedaan, lippenstift.”

“Sorry.”

“Geeft niet.” Hij had pretoogjes en kraaienpootjes, witte huidplooitjes in een verder bruin gezicht. Terwijl hij de bidon terugplaatste, zette ik mijn voeten wat verder uit elkaar, trok mijn jurk iets op en staarde quasi nonchalant naar buiten. Ik wist wat hij kon zien, ik wist ook dat hij het zag. Hij bleef stil, opmerkelijk voor zo’n kletskous. Ik liet ruim een minuut voorbijgaan voor ik de fietser weer aankeek.

“Is dat nu een zalm- of perzikkleurig slipje?” Hij bleef ongegeneerd tussen mijn benen kijken.

 “Wat vind jij? Is perzik misschien het meest toepasselijk?” Ik streek mijn vingers langs de binnenkant van mijn dijbeen. Van mijn knie tot waar het vlees zacht werd. Gelijker tijd ging hij verzitten. Zo dat zijn racebroek in beeld kwam. Dat ik nu pas zag dat daar een enorme bobbel in verborgen zat. “Je fietspompje?”

“Ja, haha, je weet maar nooit of het van pas komt.”

“Valt er iets te pompen?” Mijn vingers gleden over de zachte stof van mijn broekje. “Het rijdt beter met een harde band.”

“Harde band.” In mijn stem zat een merkwaardig snikje. “Wat heb je voor ventiel?”

“Een ventiel met een knopje.” Mijn wijsvinger duwde tegen het katoen. “Een knopje? Wat voor knopje?” Zijn pompje was een pomp geworden.

“Een speciaal pompknopje.”

“Ik denk dat het gaat passen. Mijn pomp op jouw ventiel, bedoel ik.” Hij had een blos gekregen.

“Het materiaal is universeel, toch?” Ik bleef naar zijn wielrennersbroek kijken. De elasticiteit liet behoorlijk wat toe. Hij zag mij kijken, ongegeneerd schikte hij de boel. Het stond nu rechtop. “Waar pomp jij meestal in de trein?” Zijn voorhoofd vertoonde denkrimpels.

“Ik pomp nooit in een trein.” Mijn wijsvinger schoof nu achter de stof.

“De wc?” Ik schudde mijn hoofd, streelde mezelf, trok mijn vinger tevoorschijn. “Daar plas ik.” Hij knikte begripvol. Liet zijn hand over de bobbel gaan, van onder naar boven en terug. Zelfs de verdikking van de top was duidelijk te zien. En onderin geprononceerde bolvormige joekels.

“Maar je wilt toch dat ik er wat lucht in blaas?”

“Mmm.”

“Maar waar kunnen we dat dan doen?”

“Kweenie.” Ik duwde de stof een beetje naar binnen. Zette mijn voeten nog verder uit elkaar.

“Verdomme, vrouw, doe dat niet!” Hij schrok van zijn eigen volume. Had zijn hand stevig om de pomp gelegd. “Waar is het dichtstbijzijnde toilet.”

“Mmm.” Ik verplaatste beide handen naar mijn voorgevel. Likte omstandig mijn lippen. “Jezus!” Het stoeltje klapte met een knal tegen de wand toen hij overeind kwam. Hij was lang, hij was groot. Hij was enorm groot, zeker nu hij was gaan staan. Er was nog geen 40 centimeter tussen die grootsheid en mijn gestifte tuitende lippen.

“Hier dan maar gewoon?” Er klonk iets van wanhoop in zijn stem. Hij keek naar voren en achteren de trein door. “Er is nu niemand.” Ik bracht mijn hoofd nog iets verder naar voren. Er restten misschien nog 10 centimeter. Het ding bewoog. Het sprong juichend op. Gewoon omdat het niet anders kon. Ik blies. “God, mens, er moet iets gebeuren.”

“We stoppen zo in Leiden.”

“Daar dan? In de wc?”

“Wat heb jij met wc’s?” Vijf centimeter. De beweging voorwaarts zag ik aankomen. Ik deinsde achteruit. De trein begon te remmen. We reden door een bedrijventerrein. Langs een school, een tennisbaan. De wielrenner was weer gaan zitten. Zijn broek was nog net zo gevuld. Het moest knellen.

“Geen onderbroek?”

“Nee. Het zeemleer direct op de naakte huid.”

“Zal ik solidair zijn?”

“Hoe bedoel je?”

“Geen onderbroek.”

De trein was bijna gestopt. Het halletje vulde zich met reizigers. De racer raakte even uit zicht. Iedereen was gefocust op het naderende perron en de deur die elk moment open kon gaan. In dat onbewaakte ogenblik tilde ik mijn billen op en liet mijn slipje zakken. Het voelde als bevrijding. De rust keerde weer. Er klonk een fluitje, de trein trok op.

“Dat was Leiden.”

“I know.” Ik opende mijn hand waarin het slipje zich opende als een bloem.

“Wat? Dat meen je niet!”

Het belandde op zijn knie met de loshangende pleister. Hij keek ernaar alsof er vogeltje was geland, pakte het op en trok de stof strak tussen zijn wijsvingers. Hij bracht het naar zijn gezicht en snoof.

“Uw vervoersbewijs, alstublieft.” De conducteur stond er opeens. Of hij opmerkte dat de wielrenner zijn neus in een slipje stak of in een zakdoekje bleef onduidelijk. Hij was geïnteresseerd in ov-kaarten, meer niet. Wat zijn passagiers uitvraten moesten zij weten, als het maar niet onbetamelijk werd. Dat was het niet. Nog niet. “Veel plezier nog.” Het klonk suggestief, maar het kon ook zijn standaardfrase zijn. Zodra de kaartjesknipper verdween, nam ik mijn positie weer in: benen uit elkaar, jurk iets omhoog.

De ogen van de wielrenner puilden uit bij het zien van mijn naakte kruis. Dat het een goddelijk kruis was, wist ik, ik was verslaafd aan de spiegel, maar dat het ook in staat was tot betovering of hypnotisering was nieuw voor me. Of nee, eigenlijk ook weer niet, ik kende de aanzuigende werking van de vagina. Het was een gevaarlijk gat, een verraderlijke muil die je een zee van geil in trok. Met gebogen rug en open mond staarde Zoetemelk naar mijn lippen. Hij kwijlde net niet en het duurde minutenlang voor hij weer bij zinnen kwam.

“Gossiemikkie,” brabbelde hij en beet in het kruis van mijn slipje. Zijn rechterhand had hij in zijn broek gestopt waar het weinig moeite kostte zichzelf te vinden. Zijn sjorren was roekeloos en onbeheerst, maar hij had alleen nog maar aandacht voor de heerlijkheid onder mijn jurk. Ze raakte steeds meer onder invloed van oestrogeen, ze produceerde overvloedig nattigheid. Ik hoefde niet te kijken om te zien dat ze glinsterde van het vocht.

Wielrenner was duidelijk van het type sprinter. Hij trok alsof zijn leven er vanaf hing. Ik zou hem een laatste zetje geven en liet een, twee, drie vingers naar binnen glibberen. Het was aangenaam, plezierig, prettig, fijn. Tegenover me was het sjorren gestopt. In plaats daarvan bracht de fietser ongenuanceerde keelklanken voort. Zijn pomp schokte in zijn broek die meteen een donkere plek vertoonde die met de seconde groeide. De hand die hij uit zijn broek trok, was bedekt een slijmerige substantie die hij aan zijn shirt smeerde. Zijn kop was knalrood, zijn mond stond open, zijn blik was verre van fris.

“Ga je Haarlem nog wel halen?” Vroeg ik, terwijl ik mijn jurk fatsoeneerde.

“Haarlem?” Hij keek onwezenlijk. Alsof hij water zag branden. “Ja, je gaat toch terugfietsen?” Ik likte even aan mijn vingers.

“Ik weet het niet,” zuchtte Kneteman. “Ik weet het echt niet.” Op station Den Haag Centraal stapte ik uit en reed de stad in. Het was lekker buiten. Heerlijk in mijn blote kontje op de fiets. De racefietser heb ik niet meer gezien. Jammer.

Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u

My



The Scarlet Spider

Vanille Posted on do, maart 25, 2021 11:28

Na een lange reis westwaarts door Ierland belandde ik in Ifreann waar het land ophoudt en de oceaan begint. Vanuit mijn auto op de kade keek ik over de pittoreske haven. Vissersbootjes in primaire kleuren schommelden op de deining. Boven de zee pakten donkere wolken samen. Ik had uren kunnen blijven turen als mijn aandacht niet gewekt was door een geluid dat ik niet meteen thuis kon brengen. Het duurde even, voordat ik kon traceren vanwaar het klonk. Het was zingen, een vrouwelijke zangstem. Geïntrigeerd door de onweerstaanbare melodie stapte ik uit om poolshoogte te nemen. Het kwam aan de overkant vandaan waar een pub was, The Scarlet Spider genaamd, met een toepasselijk uithangbord waarop een vuurrode spin in een web hing. Het was geen lieverdje, het had priemende ogen en een bek vol puntige tanden. Op dat moment herkende ik de waarschuwing niet.

Binnen trof ik een sfeervolle, maar verder lege gelagkamer waar een rossige dame van een jaar of dertig bierglazen spoelde. Ondertussen zong ze uit volle borst haar lied in zulk onversneden Gaelic dat er aan de tekst geen touw was vast te knopen. Hoe meer ik in haar buurt kwam, hoe meer haar zang mij bekoorde. Hoewel ze me niet aankeek, moest ze me wel binnen hebben zien komen, want ze tapte ongevraagd een pint of lager en zette die voor mij op de bar. Ondertussen ging haar lied onafgebroken door, zuiver en puur. Ik was met stomheid geslagen. Mij restte niet meer dan haar stilzwijgend te bewonderen.

Toen de slotklanken wegebden en stilte de pub vulde, kon ik de zangeres slechts aangapen. Ik leek vastgeplakt aan de barkruk. Haar zware boezem ging flink op en neer. Het zingen had haar blijkbaar meer inspanning gekost, dan ik vermoed had. Ze lachte verleidelijk en had sproeten zo ver het oog reikte. Ik besefte het nog niet, maar ik zat in haar web.

Of ik iets wilde eten, vroeg ze. Fish and chips bijvoorbeeld, haar specialiteit. Het was precies waar ik zin in had. Ik hoorde haar rommelen in het keukentje achter de bar. Er dreef een frituurlucht het café binnen. Even later kwam ze met een dampend bord. Ze tapte nog een pint.

Haar naam was Carrion, ik was haar enige klant. Op maandagavonden was het meestal stil in de pub. Dan verwerkten de dorpsbewoners hun kater van het weekend. Ze lachte breed en keek belangstellend toe hoe ik van haar maaltijd at. Of het lekker was. Ik knikte met volle mond en lachte terug. Haar strakke truitje trok mijn belangstelling. Het decolleté was diep, haar besproette borsten dienden zich brutaal aan. Ze zag me kijken. Streek haar truitje glad. Lachte wulps. Pikte een patatje van mijn bord.

We namen plaats aan een tafeltje. Ik moest haar koffie proeven en haar zelfgebakken, veel te zoete taart. We kletsten elkaar de oren van het hoofd, ik in mijn onbeholpen, zij in het van Iers dialect en accent doordrenkte Engels. Aan halve woorden hadden we genoeg om elkaar te begrijpen en elkaar aan het lachten te maken. Er was eigenlijk geen taalbarrière tussen ons, terwijl tegelijkertijd alles taal was, verbaal en non-verbaal, bedoeld en onbedoeld, eenduidig en dubbelzinnig. Op een bepaald moment raakte ze mijn handen aan en praatten we verder met ineengestrengelde vingers.

Of ze wist hoe mooi ze kon zingen. Natuurlijk wist ze dat. Als ze er een man mee naar binnen kon lokken. Waarom waren hier dan eigenlijk niet nog veel meer mannen? Omdat het lied gezongen was op mijn frequentie, zodat alleen ik het kon horen. Hoe zij mijn frequentie dan kende? Ze gaf geen antwoord, maar lachte in plaats daarvan haar tanden bloot.

Nog steeds waren er geen andere klanten binnengekomen. Het was prima zo. Ik moest er niet aan denken haar met anderen te moeten delen. Of ik de lokale whisky wilde proeven. Ze had de fles en glazen al neergezet, voordat ik antwoord had kunnen geven. Zelfs de lucht van de alcohol was bedwelmend en toen ik na een half glas van de lekkerste whisky die ik ooit had geproefd het toilet wilde bezoeken moest ik me vasthouden aan de tafeltjes die ik passeerde. Achter mijn rug hoorde ik Carrion lachen. Ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat er iets vals in doorklonk. Maar alcohol vertekent de werkelijkheid.

Bij mijn terugkomst had ze geen truitje meer aan. Er restte niets meer dan een hemdje, zelfs een bh ontbrak. Haar borsten drongen zich ongegeneerd aan me op. Ze werkten als magneten voor mijn ogen. Of ik naar haar nipples keek, wilde ze weten. Nee. Een beetje maar. Ik voelde mijn wangen gloeien. Ik bloosde. Of was het de whisky? Ze schonk me bij, nam zelf ook nog een glas.

Op haar bovenarm had ze een tatoeage, een rode spin. Ik kon mijn handen niet langer thuishouden en hield haar arm vast om goed te kunnen kijken en wreef over de spin. Carrion keek mee hoe mijn hand over haar spin ging en over de rest van haar sproetige bovenarm en schouder. Het bandje van haar hemd zakte omlaag, de rand van het hemdje bleef hangen op haar tepel. Schijnbaar onverstoorbaar dronk ze van haar whisky waarmee ze mijn opwinding alleen maar verder aanwakkerde. Mocht ik het randje van haar hemd een vingertje helpen de punt te slechten? Waren we niet allang the point of no return voorbij?

Opeens waren ze er, allebei, de roze en zuigbare middelpunten van haar forse, maar aaibare knoepers vol sproeten. Alsof ze me voordeed hoe het moest, pakte Carrion de tepels van beide borsten tussen duim en wijsvinger en trok eraan. Tijdens deze handeling bleef ze me onverstoorbaar aankijken. Toen was het mijn beurt. Terwijl mijn warme handen haar koele borsten beroerden, zette Carrion opnieuw een lied in. Ze zong zacht dit keer, melodieus, misschien was het een slaapliedje, want ze sloot haar ogen. Of was dat, omdat ze genoot van mijn vingers die haar bepotelden en opwinding brachten? De trilling van haar stem verplaatste zich via haar borsten in mijn vingers die zich aanpasten aan het ritme van het lied. Verbeeldde ik het me of raakte ze echt een beetje van de wijs als ik mijn greep verstevigde? Haar oogleden weken even, maar haar ogen hadden geen focus. Halverwege een zin verviel ze in een langgerekte aaah die nog enigszins de melodie scheen aan te houden, maar al snel een eigen leven ging leiden en aanhield. Er werd niet meer gezongen, het waren de uithalen en oerkreten van een vrouw die langzaam in extase raakte.

Net toen ik op het punt stond een volgende stap in onze amoureuze uitspatting te zetten opende Carrion haar ogen. Ik schrok van haar grote pupillen die het blauw van haar irissen tot een minimum had teruggebracht. Het leek alsof ik in twee lege gaten keek. Van schrik liet ik haar borsten los. Zwijgend kwam ze overeind, liep naar de voordeur, sloot die af met een sleutel, schoof er een drietal knippen op en liep door naar een deur waarop private stond. Aangezien die open bleef staan, leek het me duidelijk dat ik haar moest volgen. Helemaal zeker van mijn zaak was ik niet. Toen ik Carrion het lied hoorde hervatten dat ze door mijn toedoen had onderbroken, duwde ik de deur verder open.

Carrion stond met haar rug naar mij toe, naakt voor een wastafel en een spiegel waarin ik haar gezicht zag. Haar glimlach was terug en haar ogen stonden weer vrolijk. Ze waste zichzelf met een washandje en een stukje zeep. Het was een adembenemend schouwspel: een naakte vrouw, van top tot teen bedekt met sproeten, rood haar, prachtige billen, zingend en zichzelf wassend. Het had een schilderij kunnen zijn, maar het was echt. Het was zo echt! Ik raakte Carrions natte schouders aan. Ze was royaal met water, koud water, dat uit het kraantje bleef stromen dat ze wijd open had gezet. Haar borsten dropen en waren glad van de geurende zeep. Ze liet de washand over mijn handen en armen gaan. Ik gleed mee over haar buik, langs haar navel, tot waar ik stugge haartjes voelde.

Toen ze haar hoofd naar mijn oor draaide, galmde haar lied in mijn gehoorgang. Het veroorzaakte kippenvel en de definitieve oprichting van mijn penis, die zich tot dan toe in lichte staat van zwelling had bevonden. Ik duwde mijn kruis tegen Carrions kont en zij duwde terug.

Het washandje veranderde van hand, haar hand werd mijn hand, het was duidelijk wat me te doen stond. Mijn druipnatte hand ging over haar rug. Het koude water deed haar huiveren. De druppels liepen over en tussen haar billen, mijn hand volgde het spoor. Behulpzaam zette ze haar benen uit elkaar. Alsof ik nooit anders had gedaan waste ik zorgvuldig haar achterwerk, het was een genot om te doen. Weer begon de melodielijn van haar lied te zwabberen. Als laatste deed ik haar benen en voeten, die ze als een paard waarvan de hoeven worden beslagen, een voor een optilde.

Vervolgens liet ze zich gewillig afdrogen. Ik deed het zacht en met beleid. Streek teder over haar gevoelige tepels, en nam de tijd voor haar schaamstreek. Liet daar per ongeluk mijn hand even uitschieten, zodat ik kon constateren dat haar vulva nat en willig was. Haar zang was weer gestopt, haar ogen waren weer gesloten. Ze was stil, ze ademde, ze bewoog haar schaamlippen tegen mijn hand. Het geluid dat uit haar keel opklonk, had nog het meeste weg van grommen. Voor iemand die zonet nog prachtig zong waren het onvoorstelbare klanken. Het duurde even voordat tot me doordrong dat ze iets zei.

‘I will wash you.’

Het was een logisch vervolg op wat was voorafgegaan. Carrion was schoon, ik moest het nog worden. Het voelde haast als een religieus ritueel, alsof ik gedoopt werd, alsof ik terug gebracht moest worden tot mijn schone lijf, haast als het prepareren van een overledene. Nadat ik me had uitgekleed ging Carrion minutieus te werk. Ook ik moest huiveren van het koude water, ook ik ging geuren naar de zeep waarnaar Carrion al rook. Ze waste mijn fiere stijve, die geen krimp gaf in het koude water, hooguit mijn testikels hadden de neiging de warmte van mijn onderbuik op te zoeken. Terwijl ze mijn reet sopte, beet ze in mijn rug en schouder. Uitdagend hard eigenlijk, maar ik gaf geen krimp.

Met gloeiende huid nam ik uiteindelijk plaats in het houten ledikant dat zachtjes kraakte toen ik me uitstrekte, terwijl Carrion overal in de kamer kaarsjes ontstak. Het was zo geil dat naakte lichaam door de schemerachtige kamer te zien gaan. Ik verheugde me op wat komen ging. Het zou mijn allereerste keer met een Ierse zijn, maar op dit moment kon het me niet schelen welke nationaliteit zich tegen me aan zou vlijen. 
“Eat my pussy,” was de mededeling waarmee Carrion bovenop me klom, haar Irish cunt net boven mijn gezicht. Vol overtuiging duwde ik mijn gezicht in haar natte kruis, een kind dat in een snoepdoos dook. Ze rook naar de zeep, maar smaakte zoetig. Misschien was mijn verbeelding op hol geslagen, maar het leek alsof ik Guinness proefde. Zonder al te veel kracht van mijn tong weken haar schaamlippen, alsof ze blij waren eindelijk hun schatten prijs te kunnen geven. Een van die schatten was haar clitoris die als een pareltje haar kut versierde. Carrion had haar handen achter mijn hoofd gelegd om mijn gezicht nog dieper tussen haar benen te drukken. Ik at pussy alsof mijn leven er vanaf hing. Elke gelegenheid om adem te kunnen halen moest ik te baat nemen, wilde ik niet stikken in haar royaal vloeiende Guinness. De slaapkamer vulde zich met Carrions neuriënde manier van kreunen. Opnieuw muziek die me betoverde. Als het gekund had, was ik dieper in haar gekropen dan ik nu al deed. Ik had nog een troef in handen om dat daadwerkelijk te realiseren, mijn stijve pik die mijn mond en tong met afgunst aanschouwde. Zijn beurt zou heus wel komen, ondertussen kon hij zich verlekkeren en verder oppompen. Mogelijk de helft van al mijn bloed was opgenomen in mijn zwellichamen. Mijn handen omstuwden Carrions stevige kont alsof ze nooit meer los zouden laten.

Of het kwam door het gebrek aan zuurstof of gewoon door het onmogelijke peil van opwinding dat ik had bereikt: het was alsof ik hallucineerde. Althans, Carrions overvloed aan sproeten, die doorliep tot in haar intiemste delen, leek te veranderen in een roodbruine vacht. Ik voelde het op haar bovenbenen, haar billen, haar rug. Het was niet dat ik geschokt was of zo, wel aangenaam verrukt over die gekke, ongewone, uitzonderlijke metamorfose die Carrion doormaakte. Wat stond mij nog te wachten met deze vrouw, die, toen ze haar onderlijf naar onderen had gewerkt, zich ontpopte als een waar neukmonster. Als een gretige bek had haar Guinnessmuil mijn paal naar binnen geslokt. Het scheelde niet veel of ze zou erop gaan kauwen, verwachtte ik.

Gênant luidruchtig slurpende geluiden vulden de slaapkamer. Gecombineerd met Carrions aanhoudende geneurie en gekreun en het steeds luider krakende ledikant vormde het een ware potpourri. En ik zweer het, ook over haar borsten en haar gezicht lag een dunne rode vacht. Ze omklemde me alsof ze nooit meer los zou laten, haar armen om mijn nek en haar benen om mijn benen. Bij iedere beweging van haar onderbuik bracht ze het onvermijdelijke moment van mijn ejaculatie dichterbij. Even dacht ik, het was echt onzinnig, dat ze me zo stevig in haar greep hield, dat er naast haar normale ledematen extra armen en benen aan het werk waren om mij tegen zich aan te drukken. Alleen voor onze kruizen was nog ruimte op en neer te wippen, met als nuance dat ik diep in haar doordrong of nóg dieper. Aan Carrions gegrom te horen kon haar orgasme niet ver meer zijn. We zouden samen komen, alles in mijn lijf wees op een nabij en weergaloos klaarkomen. Voor zover het kon, strekte ik mijn pik nog verder uit in Carrions schede. Ik gromde mee. Toen kwam het.

Er zijn geen woorden voor de top die Carrion en ik daar, in The Scarlet Spider in Ifreann, in West-Ierland, bereikten. Stel ik zou het woord ‘overweldigend’ gebruiken. Dat was niet wat Carrion en mij daar overkwam, overweldigend is een bleek aftreksel van het woord dat enigszins in de buurt zou komen. Ik zwijg er liever over. Het was zo goddelijk, dat God jaloers omlaag keek. Het was zo goed, dat Carrion en ik de rest van onze levens hadden willen geven om in de extase te blijven die ons te pakken nam. Het kostte zeker tien minuten om uit onze roes te ontwaken. Ik stak nog altijd stijf in Carrions warme kut. Misschien dat ik voortaan door het leven moest met een permanente erectie.

Carrion fluisterde iets in mijn oor. Ze moest het herhalen, want ik verstond het niet. Iets wat klonk als eat. Of ik eten wilde? Na deze tomeloze wip? Dat was het laatste waar ik behoefte aan had. Ze had het over Scarlet Spider. Wat wilde ze? Ik voelde hoe ik uit haar gleed. Ze kwam naast me liggen, sprak iets harder nu. Of ik wist wat het vrouwtje van rode spin deed. Na de paring. We keken elkaar aan, onze ogen waren nog geen tien centimeter van elkaar. Carrions warme adem streelde mijn gezicht. Ze rook naar whisky. Nee, geen idee wat die spin deed. Ze verblikte noch verbloosde toen ze het zei. “Ze eet het mannetje op.”

Voordat ik wist wat er gebeurde, beet ze in mijn oorlel en gromde.

Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u

My



Alles kan in een Mini

Vanille Posted on wo, maart 10, 2021 13:46


Torquay, Devon, UK

De mist beperkt alle zicht. Typisch Engels weer. De auto’s die voorbijkomen, zien mij niet of te laat. Een slechte dag voor een lifter. Mijn eisen zijn bescheiden, gewoon een paar dorpjes verder. Misschien is de bus een betere optie. Geen idee waar de halte is. Geen idee waar die bus dan naartoe rijdt.

Ik hoor een auto naderen. De driftige motor van een mini die een berg op rijdt. Mini’s zijn kansloos. Als de chauffeur mij en mijn rugzak ziet, geeft hij extra gas. Dat gaat nooit passen. Áls hij mij überhaupt al kan zien in the fog. Voor de vorm steek ik mijn duim in de lucht. Het karretje duikt op uit de wolk, rood, oud model, antenne met Union Jack. Hij scheurt voorbij. En remt.

Steentjes vliegen door de lucht. Het portier aan de bijrijderskant zwiept open. Een dame in een jurk stapt uit. Ze wenkt. Get in. Ik haast me, tors mijn bagage naar de geopende deur waar de vrouw haar stoel naar voren klapt. Haar billen spannen in haar jurk. Ze komt overeind. Haar borsten spannen in haar jurk. Ze lacht haar tanden bloot. Tandpastareclame. Haar donkere kapsel blijft keurig in de plooi. Shampooreclame.

De vrouw achter het stuur, rechts, begroet me met een vrolijk “hello”. Ik maak aanstalten mijn eigen gewicht en dat van mijn rugzak in een keer achterin te laten belanden. Dan zie ik dat het niet gaat werken, deze lift wordt niets. Achterin, links en rechts, zitten nog twee dames. “Hello, hello.” Ik zie blote knieën, korte rokken, lachende gezichten. Voor zover het kan, schuiven ze nog verder uiteen. Mijn rugzak en ik zouden in het midden moeten?

“It’s too small.” Ik hoor het mezelf zeggen. Er klinkt spijt in mijn stem. Daar gaat mijn lift. Hoezo, dachten ze dat het ging passen? “Of course it can. If you want to.”

Of ik wil? Ik wil wel, maar hoe in godsnaam? Wat bezielt ze? Ik schuif achterwaarts het autootje in. Wie zit er aan mijn kont? Ik klem mezelf tussen dame links en dame rechts. Brede heupen, blote dijen, bovenarmen. Lichamelijk contact met vreemden is ongewenst, maar nu niet te vermijden. De dame buiten de auto vertilt zich aan mijn rugzak. Bloody hell! Ze doet een tweede poging. De zak belandt op mijn dijbenen, maar vooral ook op die van mijn linker buurvrouw.

“Fuck,” zegt ze.

“Sorry,” zeg ik. Ik sjor het gevaarte naar me toe. Een uitstulping drukt in mijn kruis. Het portier knalt dicht. De chauffeuse geeft gas. Willen ze niet weten waar ik heen wil? We storten ons in de mist. Het zicht is misschien vijftig meter. De bochten zijn scherp. Ik word heen en weer geslingerd van buurvrouw links naar buurvrouw rechts. Ze stellen zich voor. Brenda links, Cora rechts. Cathy achter het stuur, Marian linksvoor.

“Wim,” zeg ik.

“Viem?”

“No, Wim. William in English.”

“Ah, William. Willy.” Vier lachende vrouwen. Ik grinnik achter mijn rugzak. Met de saamhorigheid van mijn reisgenoten zit het wel goed. Ik wil me gerust opofferen als mikpunt. Als ik mijn hoofd naar rechts draai zie ik Cora, de gothic met gitzwart haar, vijf oor piercings, een neusknopje en een tatoeage van een lieveheersbeestje op haar schouder. Onder haar hemdje bollen stevige borsten. Ze heeft paars zwarte lippen die omhoog krullen als ze me ziet kijken. “Comfortable?”

“Yes, I am allright.” Onze bovenarmen plakken. Ze beweegt haar dijbeen langs de mijn. Korte broek, korte rok. Harig been, glad been. Scherpe bocht naar links. Ik plet Cora. Ze duwt me recht. We lachen. “Warm, isn’t it?” Brenda, links. Vanuit mijn ooghoek kan ik contact maken, neus in mijn rugzak. “Yes, warm indeed.” Marian voorin draait een raampje laag. Koude lucht stroomt binnen. “On a holiday?” Brenda.

Ze trekt haar arm omhoog. Schuift hem achter mij langs over mijn schouder. Zie haar oksel. Ook een hemdje, wit met inkijk. Zie de ronding van haar borst. Een punt in het katoen. Rood gestifte lippen. Sproetjes all over en, Engelser kan niet, rood haar. Haar hand raakt mijn achterhoofd. “Sorry. It’s okay.” Haar hand blijft mijn hoofd aanraken. Die zak moet anders. Voor zover het kan schuif ik mijn benen uit elkaar. Hij zakt wat omlaag. Aan weerszijden zitten de dames nu heel krap. Cora trekt haar been op. Legt hem boven op de mijn. Ze grijnst. Brenda doet hetzelfde. Is steviger dan Cora. Mijn hand zit klem tussen de tas en haar dijbeen. Haar rok is omhoog gekropen. Ze laat het zo. De rugzak zakt tot op de bodem.

Scherpe bocht naar rechts. Ik val tegen Brenda. Mijn gezicht bij haar oksel. Een mengeling van zoet en zweet bereikt mijn neus. Haar inkijk is groter zo dichtbij. Haar borst ook. Als de bocht gerond is, kan ik niet overeind komen. Brenda heeft mijn hoofd vast. Ik probeer me overeind te duwen. Weet niet waar mijn hand belandt. Voel huid, voel stof. Dijbeen lijkt aannemelijk. De binnenkant. Trek mijn hand omhoog. “What are you doing?” Brenda fluistert in mijn oor. “You are under my skirt.”

“Sorry.” Ik beweeg mijn hand. “You naughty boy.” Er is nog iets. De hand van Cora. Wat doet die daar? Het is krap, dat snap ik, maar wat doet die daar? Ik draai mijn hoofd. Voor zover Brenda het toelaat. Cora met een big smile. Ze zit aan mijn broek. Waar mijn kruis de rugzak ontmoet. Ze schuift haar hand ertussen. Dit lijkt me een onnodige handeling. Het wordt niet comfortabeler zo. In mijn broek komt alleen meer knel te zitten zo. Ik onderneem een hernieuwde poging me overeind te duwen. Mijn hand zit vast. Brenda’s dijen als een bankschroef. Alleen mijn vingers kunnen wat bewegen.

“Yes,” fluistert Brenda.

Wat doet Cora? Ze trekt aan het lipje van mijn rits. Hij gaat omlaag langs de tandjes.

“No,” zeg ik.

“Yes,” zegt Cora.

“Everything allright in the back?” Zie Cathy glimlachen in de spiegel. Ze geeft een dot gas. We worden tegen de achter-leuning gedrukt. Cora’s hand gaat naar binnen. Het wordt nu ook mistig in mijn hoofd. Ik sluit mijn ogen. Cora beweegt haar hand. Er is altijd meer ruimte dan je denkt dat er is. Op links beweegt Brenda. Haar benen komen omhoog. De rugzak valt opzij. Ze zit met opgetrokken benen. Haar rok is weg. Hoe kan dat? Haar slip is mintgroen. Vertoont licht reliëf tussen de benen. Een rivierdelta? Een heuvelrug? Mijn hand is vrij. Toch niet. Brenda voert hem omlaag. Een helikopter boven de rivierdelta. Nee, erger, een crash in de delta, tegen de heuvelrug.

“Sorry,” zeg ik weer.

Ze reageert niet. Of alleen maar. Haar ogen draaien weg. Haar mond valt open. Een speekseldraad van boven- naar onderlip. Er zit een kuiltje onder het katoen van haar slip. Er verschijnt een vochtplekje. Ik doe niets. Sorry. Ik word gek van die Cora. Die rits open schijnt niet voldoende. Ze sjort aan mijn short. Is dit normaal in Engeland? Brexit is broek exit? Kan ik nog iets voorkomen? Tegengaan? Wil ik dat? Ze sjort niet alleen aan mijn broek. Haar hand is krap. Net als alles in de mini. Die nu een haarspeldbocht neemt. Ik glijd onhoudbaar naar Brenda’s kruis. Waar het katoen is verdwenen! Mijn neus wordt nat. Het is de rivierdelta.

“Do it with your nose,” zucht Brenda.

Ik probeer adem te halen met open mond, maar ontmoet zachte, natte lippen. Ik voel mijn korte broek langs mijn voeten glijden. Cora blijft trekken. Nee, dit voelt anders, ik glijd ergens in. Probeer over mijn schouder te kijken. Zie zwart haar onder me. Waar mijn broek zat. Cora’s lichaam acrobatisch opgevouwen, eveneens zonder rok. Zonder onderbroek as well. Geen haar daar, wel een hand met zwartgelakte nagels. Het moet haar mond zijn die zo zuigt. Fanatiek. Net als dat onbeheerste handje waarvan twee vingers zijn verdwenen.

Brenda trekt mijn hoofd omlaag. Ik heb een taakje daar. De kat die melk lebbert van een schoteltje. “Fingers, please.” Ze blijven beleefd. Ik gehoorzaam gedwee. Wil iets terugdoen voor het meerijden. Dat doe je gewoon. Voor wat hoort wat. Brenda heeft een dingetje. Als ik daar aan lik, gaat haar alarm af. Ze loeit. Ik ben ook niet stil. Het is Cora’s mond. Ik kan het niet helpen. Er gebeurt hier meer dan onder de motorkap. Het is zuigen en stampen waardoor de raampjes beslaan. Of is dit mist? Ondoordringbare mist, zodat je niet weet waar je bent? Zelfs vergeet wie je bent. Of met wie.

“Brenda, are you allright?” De stem van Marian. Brenda perst de woorden eruit. “He rings the front door bell. And uses the back door.” Gaat dat over mij? Geen idee. Te druk met de circusact van Cora. Ik moet draaien van haar. Dat wil Brenda ook. Dat lukt gewoon niet. Weten ze niet hoe krap het is? Het lukt wel. Er zit een gothic bovenop me halverwege. En Brenda maakt mijn neus nat, mijn mond, kin en voorhoofd dankzij een scherpe bocht. De banden gieren.

De gordels, bedenk ik opeens, we dragen geen gordels. Dat kan een fikse boete worden. Maar geen tijd voor gedachtes over aanhoudingen. Cathy rijdt de mini naar een hoogtepunt. Ik dien als paard die twee amazones vervoert. Borsten schudden constant, heupen draaien overuren. Rijden we nog? Ja, we rijden nog en hoe. We draaien aan sturen, trekken aan poken, geven gas. Alle remmen los, here we go! De mini komt tot stilstand op de rand van een rots. Het is stil opeens, zowel voor- als achterin. Op het nahijgen na. De mist is opgetrokken. Cathy en Marian openen de autoportieren en klappen de stoelen naar voren. “Okay, out.” Cathy kan commanderen. De bitch van het gezelschap.

Brenda en Cora verzamelen kleding. Kruipen over me heen de auto uit. Kleden zich naast de auto aan. In tegenstelling tot Cathy en Marian. Die kleden zich juist uit. Smijten het textiel naar binnen en volgen zelf. Cathy links van mij, Marian rechts. We zitten met opgetrokken benen. Voeten op de rugzak op de bodem. De deuren klappen dicht. Brenda schuift de stoel goed en draait de spiegel bij. Dan start ze de motor.

“Our turn,” zegt Cathy.

“Next ride,” zegt Marian.

Vanille

Graag Uw sterrenwaardering boven en/of reactie onder het verhaal. En/of rechtstreekse mail met de schrijver. Dank u

My